Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de kans bieden om werkervaring op te doen én lokale afzet en voedselketens stimuleren. Dat is waar het om draait bij BoereGoed. Daarnaast vormt de Buurtkas in Naaldwijk een testfaciliteit voor diverse tuinbouwbedrijven en toeleveranciers. De community, die deze week haar tienjarig bestaan viert, wil in de toekomst ook uitbreiden naar andere regio’s.

BoereGoed werd tien jaar geleden opgezet door drie ondernemers uit het Westland en Midden-Delfland: Frank van Kleef, mede-eigenaar van tomaten- en komkommerbedrijf Royal Pride Holland, osteopaat Remy Mosch en Gert Kögeler, commercieel directeur bij Eosta.
Ideologische drijfveren lagen aan de basis van het initiatief. “We begonnen in een kasje van Frank van Kleef in De Lier  de BoereGoed Buurtkas − met het telen van een breed scala aan groenten en fruit”, vertelt Gert Kögeler. “Hier wilden we enerzijds mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de gelegenheid bieden om werkervaring op te doen en hun leven weer op de rit te krijgen. Daarnaast wilden we de lokale afzet van groenten en fruit van kleinere en/of specialistische telers een impuls geven. Aan beide zaken was behoefte, zo zagen we destijds.”

Break-even draaien

Inmiddels is gebleken dat het initiatief inderdaad in een behoefte voorziet: tien jaar later bestaat BoereGoed nog steeds en is een stabiele basis gecreëerd. De Buurtkas is inmiddels ondergebracht in een kas van ongeveer 1 ha van OK Plant in De Lier. Hier zijn tachtig betrokkenen jaarrond bezig met het telen en verwerken van diverse soorten groenten en fruit. “We hebben vier fulltime medewerkers in dienst, die de onderneming managen. Daarnaast worden de cliënten begeleid door vrijwilligers. De groenten en het fruit verkopen we aan consumenten − via een webshop, een winkel bij de kas en in vier Farmshops bij tuincentra in de regio − en aan bedrijven, via werkfruit-abonnementen. Ook vermarkten we producten van andere telers in de buurt.”

Lessen geleerd

Kögeler, die zitting heeft in het bestuur geeft toe dat de initiatiefnemers in de afgelopen tien jaar de nodige lessen hebben geleerd. “In het begin runden we het als een echte onderneming. We vergaderden een uurtje op zaterdagochtend en dachten dat we alleen goed konden draaien door veel omzet door de tent te jagen. We namen zelfs een aspergekas over. Maar dat werkte niet. Vooral het voorkomen van arbeidspieken is cruciaal; voor de mensen die bij ons werken, mag er niet té veel druk op de ketel staan. Daarom maken we ons teeltplan nu samen met de teeltmensen in de kas en met de mensen die de arbeidsbehoefte goed kunnen inschatten. Ook proberen we de afzet zoveel mogelijk op voorhand te regelen. Bovendien hebben we goede managers en sturen we als bestuur op hoofdlijnen bij.”
Deze aanpak werkt. Kögeler: “Gemiddeld genomen draaien we break-even. Dat is voldoende. Winst maken is namelijk niet ons doel. De continuïteit van dit initiatief waarborgen, dat is het belangrijkst.”

Samenwerking met sector

De initiatiefnemer is volgens eigen zeggen ‘best trots’ op wat in het afgelopen decennium werd bereikt. Kögeler: “De kas was voor velen een opstap tot de arbeidsmarkt. Maar het project heeft ook een belangrijke rol voor de tuinbouwsector.”
Veel bedrijven − zowel primaire bedrijven als toeleveranciers – sponsoren het project en/of voeren proeven uit in de kas. Bijvoorbeeld om te testen hoe een bepaald product aanslaat bij de consument of om te kijken of een nieuw middel of een nieuwe natuurlijke vijand goed zijn werk doet.
“Medewerkers van bedrijven uit de sector werken soms een tijdje mee in de kas, om op adem te komen. Tegelijkertijd doen bedrijven ideeën op bij ons: wij testen, in samenspraak met consumenten, namelijk tal van nieuwe gewassen. In feite vormt BoereGoed een soort ‘brug’ tussen de maatschappij en de tuinbouwsector.”

Verdere uitrol

Met de viering van het tienjarig bestaan, in kader waarvan onder meer een streekmarkt wordt georganiseerd, kijken de ondernemers ook vooruit. “Inmiddels is gebleken dat het concept in diverse opzichten een meerwaarde heeft. Daarom onderzoeken we nu de mogelijkheden om dit concept uit te rollen in andere regio’s. Dit levert een win-winsituatie op voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, consumenten én tuinbouwbedrijven.”

Tekst: Ank van Lier