Als deelnemer aan de cursus Het Nieuwe Telen legde nerineteler Robbert de Wit de vraag neer wat de minimale en maximale lichtbehoefte van zijn gewas is, zodat hij het winterklimaat in zijn kassen binnen die randvoorwaarden kon optimaliseren. Zijn vraag resulteerde in een kleinschalig onderzoeksproject dat binnenkort op zijn bedrijf wordt uitgerold. “Mijn collega’s denken en kijken mee, want in een klein gewas als nerine vindt nauwelijks onderzoek plaats en ook zij zijn zoekende”, zegt de teler.

De Wit zegt al jaren op zoek te zijn naar het ideale winterklimaat voor zijn gewas. Hij teelt zonder groeilicht, maar denkt daar wel voordelen mee te kunnen behalen. Daar is echter nog geen ervaring mee opgedaan en praktijkonderzoek in het kleine bolgewas is al even schaars.

Langdurige knopaanleg, bladval in winter

“Ik hoopte op de cursus over Het Nieuwe Telen nieuwe handvatten te krijgen om mijn teelt naar een hoger niveau te brengen”, vertelt hij over de aanleiding om daaraan deel te nemen. “Nerine is een kort gewas met veel blad, waarvan in de winterperiode een behoorlijk deel weer wordt afgestoten. Wat het in de praktijk lastig maakt om de gevolgen van teeltmaatregelen op waarde te schatten, is de lange tijdsduur van de knopaanleg. Die bedraagt zo’n twee jaar. Als je het gewas op jaarbasis langer actief kunt houden, met name in de winterperiode, valt er mogelijk winst te boeken in een hoger bloeipercentage en/of betere bloemkwaliteit.”

Oplossingsrichtingen

Na vier of vijf cursusbijeenkomsten en met een vergelijkbaar aantal in het verschiet, zegt De Wit al redelijk wijzer te zijn geworden. “Het is nuttig om ervaringen uit te wisselen met telers van andere gewassen. In combinatie met de theoretische achtergronden geeft dat meer richting aan mogelijke oplossingen: intensiever schermen om de uitstraling ‘s nachts te beperken en het voorkomen van condensatie door ventileren en luchten.”
In gesprekken met naaste collega’s en adviseurs is hem gebleken dat nerine waarschijnlijk meer instraling kan verdragen dan gebruikelijk wordt gedacht. “Hoeveel kan een gewas hebben”, vraagt hij zich hardop af. “Zolang het gewas blijft en er geen bladverbranding ontstaat, kun je in principe meer licht toelaten en vindt er meer fotosynthese plaats. Daarnaast is het de bedoeling om een compacter gewas met minder bladparen te telen.”

Vraag leidt tot proef

De teler heeft dankbaar gebruik gemaakt van de mogelijkheid om onderzoeksvragen neer te leggen bij de cursusleiding. Zijn vraag is gehonoreerd met een kleinschalig onderzoeksproject, waarvan de precieze strekking nog moet worden vastgesteld.
De teler: “Vanuit Het Nieuwe Telen zal er in elk geval intensief gemeten gaan worden. Dit deel zal waarschijnlijk begeleid gaan worden door Peter van Weel en Hans Pronk. Deze week gaan we met collega’s, onderzoekers en adviseurs ook brainstormen over de vraag hoe we de winterteelt echt een paar slagen verder kunnen brengen. Groeilicht is daarbij één van de aandachtspunten.”

Jan van Staalduinen