Ruim twee weken voor het einde van de Autonomous Greenhouse Challenge maken referentietelers Ted Duijvestijn en Kees Stijger via Skype de tussenbalans op met teeltmanager Kees Scheffers van Wageningen University & Research in Bleiswijk. Het optimisme overheerst, want het gewas groeit gretig, de productie is prima en de extra stengels die vanaf volgende week twee à drie trossen per m2 meer moeten opleveren, presteren naar wens.

Dat ze de proefkas vanwege de coronamaatregelen niet meer kunnen bezoeken is jammer, maar niet onoverkomelijk. Het dwingt de referentietelers om, net zoals de teams die verspreid over de wereld volledig autonoom moeten telen, te vertrouwen op het groeimodel en de klimaat-, teelt- en oogstdata die ze via weerstations, meetboxen, aanvullende sensoren, videocamera’s en de projectleiding krijgen toegespeeld. Stagiaire Marissa van Duijn besteedt bij Duijvestijn Tomaten wekelijks enkele uren aan het analyseren en ordenen van alle gegevens om het pad voor de beide beslissers te effenen.

Koude nachten, watergift knijpen

“Wij zien nog geen vuiltjes aan de lucht”, zegt Kees Stijger. “Het gewas groeit goed, de eerste trossen aan de laatst aangehouden stengels beginnen te kleuren en de vruchtkwaliteit is echt super. Het weer is de laatste week wel iets wisselvalliger en de nachten zijn voor deze tijd van het jaar erg koud. Onder deze omstandigheden moet je oppassen voor zwelscheurtjes, dus we moeten voorzichtig zijn met de watergift.”
“Op de filmbeelden zag ik dat de bovenste bladeren wat vlekkerig waren en krullen”, vult Ted Duijvestijn aan. “Dat wijst op een hoge worteldruk en een assimilatenoverschot. Ik ben het met Kees eens dat we het drainpercentage in de middag eerder moeten verlagen. Daarnaast wil ik de nacht- en etmaaltemperatuur iets verhogen om de afrijping te bevorderen. Qua gewicht en aantallen maak ik me geen zorgen. De trossen zijn mooi egaal en de puntvruchten van de jongste trossen zijn goed aan de maat. Het komt nu echt aan op afrijping.”
Tijdig interen op het watergehalte om wat droger de nacht in te gaan moet de vruchten behoeden voor zwelscheurtjes. Deze zijn nog niet gesignaleerd, maar desondanks wordt besloten om het drainpercentage na het middaguur te verlagen van 35 naar 25%. Volgende week gaat dat verder omlaag naar 15 tot 10%.

Temperatuur mag omhoog

Vanwege de koude nachten loopt het scherm uiterlijk om 21 uur dicht, om de volgende ochtend om 7 uur weer open te gaan. “Aan instraling hebben we nu geen gebrek”, merkt Stijger op. “Zeker nu we het ’s nachts wat warmer houden en de instraling overdag flink kan oplopen, zullen de luchtramen iets vaker en verder opengaan. Het gewas is leidend, de rest volgt.”
Ter bevordering van de vruchtkwaliteit en afrijping krijgt teeltmanager Scheffers het verzoek om de voedingsbalans voor het weekend iets aan te passen. Minder calcium, meer kalium is de boodschap. “En blad hoef je alleen weg te nemen wanneer dat meer licht bij de trossen brengt”, geeft Duijvestijn als laatste instructie mee. “De rest mag je laten zitten, ook onder de trossen.”

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen


De eindsprint is ingezet, de strategie van de referentietelers (gele lijn) lijkt zich uit te betalen. Sinds half april kruipt hun netto opbrengstlijn (opbrengst minus teeltkosten) vanuit het middenveld naar de top. “Ik vermoed dat we de hoogste productie hebben, maar dat geldt ook voor het energieverbruik”, zegt Kees Stijger. “Het gaat er echt om spannen wie eerste wordt.” Grafiek: Wageningen University & Research.