Zaadteler Joost Overkleeft van kwekerij Florisande uit ’s-Gravenzande experimenteert al geruime tijd met groene middelen tegen ziekten en plagen. Hoewel hij niet biologisch hoeft te telen, werkt hij daar doelbewust naar toe, zonder biologische bestrijders in te zetten. Een paar jaar geleden ontdekte hij een natuurlijk middel op basis van knoflook en soja, dat ‘bizar goed’ werkt tegen trips. “Bij al mijn buren vliegen de tripsen naar binnen, mijn kas slaan ze consequent over.”

Joost Overkleeft teelt al zeven jaar slazaad voor BASF Nunhems, na eerder actief te zijn geweest in trosanjers en chrysanten. “Zaadteelten zijn vanwege de relatief lange teeltduur altijd uitdagend”, zegt hij. “Daar houd ik wel van. Ook de gewasbescherming wordt steeds uitdagender. De beschikbaarheid van chemische middelen loopt gestaag terug. Ik zoek al langere tijd naar alternatieven en daar ben ik al ver mee gekomen.”

Daar zit (g)een luchtje aan

Van trips zegt de Westlander al enkele jaren geen last meer te hebben. Niet door deze plaag actief te bestrijden, maar vanwege de afstotende werking van een middel waarmee hij insecten buiten de deur weet te houden. Het blijkt te gaan om Alsa-F, een vloeibare, systemische plantversterker op basis van knoflook-en sojaextract en natuurlijke meststoffen. Tien dagen na het planten begint hij met spuiten. Afhankelijk van de weersomstandigheden wordt dit om de acht tot veertien dagen herhaald.
“Ik spreek voor het gemak van knoflook, want juist de knoflookgeur zou de invlieg van trips beperken. Het werkt bizar goed. De concentratie is echter zo laag, dat wij het niet of nauwelijks ruiken. Ik zit pal naast een woonwijk en er is nooit geklaagd over knoflooklucht. Trips is daar kennelijk veel gevoeliger voor en vliegt liever door wanneer onze luchtramen open staan. Ik heb in drie jaar vrijwel geen trips in het gewas gezien.”
Naast de voor insecten kennelijk weerzinwekkende geur worden aan het product vooral eigenschappen toegeschreven die de plant sterker en weerbaarder zouden maken.

Nultolerantie

Sinds het voorjaar van 2019 houdt Overkleeft zijn slateelten op deze wijze consequent vrij van trips. Het bevalt hem beter dan streven naar biologisch evenwicht met natuurlijke vijanden, want hij opteert voor de nullijn. Monitoren doet hij met behulp van vangplaten en scouten in het gewas.
“Het lukt me aardig om schoon te blijven”, merkt hij op. “Wanneer je een lage plaagpopulatie accepteert, moet je ook een bepaalde mate van vraat- of zuigschade accepteren. Dat wil ik niet, omdat je daarmee de deur open zet voor schimmel- en bacterie-infecties, zoals Erwinia. Zeker bij langdurige teelten is voorkomen beter dan genezen.

Rupsen, luizen en meeldauw

Met luizen en motten (rupsen) heeft de teler ook weinig problemen. Tegen deze plagen volgt de teler een andere aanpak. Rupsen bestrijdt hij succesvol met het Bt-preparaat Xentari. Luis lijkt minder moeite te hebben met knoflook, maar vormt desondanks geen structureel probleem. “Afgezien van één spuitronde met Batavia tegen wortelluis heb ik dit jaar geen chemische middelen hoeven inzetten. Dat was vorig jaar ook zo.”
Echte meeldauw onderdrukt Overkleeft afwisselend met Serenade en Sonata, aangevuld met biostimulanten die het gewas weerbaarder maken. “Het kasklimaat speelt in dit verband ook een rol”, vult hij aan. “Voldoende vochtdeficit is belangrijk, dus daar let ik vrij scherp op.”

Uienolie gaf groeiremming

De teler experimenteerde ook met uienolie, omdat luizen in uienteelten geen probleem zouden zijn. “Van een akkerbouwer in Groningen hoorde ik dat luis niet van uien houdt. Ik dacht dus: als het met knoflook niet lukt, werkt uienolie misschien wel. Ik heb de proef op de som genomen, maar het middel lijkt erger te zijn dan de kwaal. Het slagewas zelf ondervindt geen nadeel van een bespuiting met uienolie, maar in de volgteelt trad groeiremming op in het proefvak. Je kunt niet voorkomen dat een deel van de spuitvloeistof de grond raakt, dus dat is een doodlopende weg. Maar niet getreurd, we zoeken gewoon door. Ik zit veel op internet, wissel ervaringen uit met onderzoekers en ik praat veel met de adviseurs van het zaadbedrijf en toeleveranciers. Ik heb heel veel geleerd door nieuwsgierig te zijn, actief informatie te zoeken en dingen uit te proberen. Dat kost uiteraard tijd en levert niet altijd het gehoopte resultaat op, maar het heeft me absoluut geholpen om minder afhankelijke te worden van chemische middelen. Daar blijf ik op inzetten.”

Tekst: Jan van Staalduinen