Op een nieuwe locatie bouwt het chrysanten bewortelingsbedrijf Deliflor-Hoogveld voor de Bommelerwaard een kweekcel met kas met in totaal drie teeltlagen, waarvan twee zonder daglicht. Daar wil het bedrijf chrysantenstek gaan bewortelen onder 100% LED-belichting. Hierdoor zal de productie naar verwachting verdubbelen ten opzichte van de huidige locatie met hetzelfde grondoppervlak.

De huidige kas in Bruchem is dertig jaar geleden gebouwd en is aan vervanging toe, meldt directeur Otto van Tuijl van Deliflor-Hoogveld. “Wij bewortelen momenteel 240 miljoen stekken per jaar, met name voor chrysantentelers in de Bommelerwaard, maar door uitbreiding van het klantenbestand moet die productie flink worden opgevoerd. In week 36 moet het complex klaar zijn.

Drie teeltlagen

De benodigde vergunning voor de nieuwbouw in Bruchem was half december nog niet rond. Terwijl het heiwerk al in week 51 moest beginnen. Daar moet een hightech kwekerij van 3 ha verrijzen voor het bewortelen van chrysantenstek in drie teeltlagen, waarvan twee zonder daglicht. De goothoogte is 8,5 meter.
Van Tuijl: “De bovenste vier meter wordt glas, de onderste vier meter worden sandwichpanelen. In alle teeltlagen komen LED-lampen te hangen. De stekken worden binnen veertien dagen met behulp van rolcontainers volautomatisch verplaatst van de verwerkingsruimte met stekrobots naar de onderste, middelste en daarna bovenste teeltlaag. Dat doen we met een containersysteem van Logiqs. In de kas komen straks geen mensen meer.”

Dimbaar toplicht

De LED-belichting bestaat uit twee verschillende armaturen van Signify, waarbij de lichtintensiteit wordt aangepast aan de teeltlaag. In de onderste komen de machinaal gestoken stekken onder 25 µmol/m².s (productiemodule) te staan. Na vier dagen worden de containers met bewortelde stekken verplaatst naar de tweede, daglichtloze teeltlaag met 50 µmol/m².s (zelfde module, maar voor de helft afschakelbaar). Weer drie dagen later verhuizen de stekken naar de daarboven gelegen kas, waar dimbaar toplicht van 150 µmol/m².s (Toplight Compact-module) komt te hangen.
Het lichtspectrum is voor alle teeltlagen gelijk en bestaat uit dieprood, groen, blauw en verrood licht. Over de precieze samenstelling houdt manager Erik Jansen van de lampenleverancier zich wat op de vlakte. Hij wil wel kwijt dat blauw belangrijk is voor de hormoonhuishouding, beworteling en morfologie van de stekken.
Jansen: “Dieprood is meer van belang voor de fotosynthese, naast blauw. Terwijl verrood met name belangrijk is voor de snelheid.” Dat laatste bleek uit proeven, die in de afgelopen twee jaar op dit bedrijf, in een zelf ontwikkelde daglichtloze testkap, zijn gehouden. De teeltduur bedraagt momenteel dertien dagen. Hoeveel snelheidswinst de nieuwe situatie precies gaat opleveren kan Van Tuijl nog niet zeggen, maar één of twee dagen behoort zeker tot de mogelijkheden.

Speciale gietbomen

Voor de daglichtloze teeltruimten zijn speciale gietbomen ontwikkeld door een technische medewerker en installatiebedrijf Stolze. In de huidige kas vindt de beworteling onder daglicht plaats in plastic trays bedekt met folie. De zeer hoge luchtvochtigheid onder de folie zorgt ervoor dat de stekken niet slap gaan. In de kweekcellen zullen dwars geplaatste spuitbomen over de volle breedte van de kap over tandbanen rijden, vergelijkbaar met een scherminstallatie.
Volgens salesmanager Niels van den Ende van het installatiebedrijf is dit niet eerder toegepast. “De planten moeten nat worden, maar de perskluiten niet. Vanwege de garantiebepalingen van de lampenleverancier mag de luchtvochtigheid niet hoger zijn dan 95 procent. Dat was de uitdaging. Samen met het stekbedrijf hebben we een gietboomsysteem ontwikkeld, met speciale spuitdoppen met een opening van 0,2 mm. Die zullen in de daglichtloze ruimten twee keer per uur over de volle kapbreedte lopen.” Per kraanvak worden vijf kappen van 12,80 meter aangesloten. Om verstopping van het systeem te voorkomen zal in deze teeltruimten alleen osmosewater of leidingwater worden gebruikt. In de kas ofwel derde teeltlaag komen ‘normale’ gietbomen, die zowel kunnen gieten als spuiten. Hier kan wel regenwater voor worden gebruikt, vandaar dat hier een aparte hoofdleiding voor wordt aangelegd.

Veel stroom nodig

Bemesting is voor het bewortelen van chrysantenstek niet nodig, (biologische) gewasbescherming wel. Om de ziektedruk – met name van wantsen – zo laag mogelijk te houden, wordt de kas voorzien van insectengaas (maaswijdte 0,6 mm).
Dat het nieuwe bewortelingscomplex aardig wat energie nodig zal hebben is een understatement. De benodigde warmte en stroom worden geleverd door twee WKK’s (met een geïnstalleerd vermogen van 3,3 MW) en zonnepanelen (1 MW) op de verwerkingsruimte. “In de daglichtloze ruimten hebben wij 20 uur per dag stroom nodig voor de LED-belichting”, vervolgt Van Tuijl. Die vragen alleen al een halve megawatt van onze WKK’s.

Stekrobots

De directeur: “Onze verwerkingsruimte heeft ook heel veel stroom nodig, want daar komen 42 stekrobots te staan.” Hij schat dat het gasverbruik, inclusief stroomopwekking, op 50 m³ per m² uit zal komen. “We hebben geen ketel, we moeten dus met WKK’s draaien. Daarnaast hebben we ook onze netaansluiting nog.”
Het steksteken zal volledig worden overgenomen door stekrobots van ISO Group, handmatig steksteken verdwijnt zegt Van Tuijl. “We hebben straks nog zeven mensen nodig om de stekrobots te bedienen en controleren. Mijn voorganger Harry Bastiaansen heeft veel stem gehad in de ontwikkeling van die robots. De eerste stekrobots zijn bij ons in 2010 neergezet en die staan er nog steeds. Naderhand is het gebruik ervan ook bij andere leveranciers ingeburgerd.”

Ruimtebenutting

Van Tuijl verwacht de productie in de nieuwe situatie ruimschoots te kunnen verdubbelen, met dezelfde grondoppervlakte (3 ha). Naast een betere ruimtebenutting denkt hij dat het nieuwe bedrijf ook planttechnisch beter zal zijn. Het klimaat in de daglichtloze ruimten zal dankzij de LED’s en ontvochtiging volgens het AVS-systeem van Van Dijk Heating veel constanter zijn dan in de huidige kas met SON-T-lampen. In de daarboven gelegen kas komen dimbare LED’s, een nevelinstallatie met ontvochtiging en een PARperfect scherm van Ludvig Svensson. Ook daar verwacht de directeur een constanter klimaat te realiseren. De klimaatcomputer zorgt voor de aansturing van alle klimaatinstallaties. “Het product zal naar verwachting niet goedkoper worden, wel beter.”

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen