Het kabinet wil dat Gasunie het bestaande gasleidingennetwerk geschikt maakt voor waterstof. Toch zal de energievoorziening in de tuinbouw nog niet meteen rigoureus veranderen: volgens Rein Tichelaar van Zantingh duurt het nog minstens tien jaar voordat de gemiddelde glastuinder deze energiebron kan inzetten op zijn bedrijf. Op dit moment is er namelijk nog onvoldoende overschot aan groene stroom.

Waterstof wordt wel gezien als de heilige graal als het gaat om verduurzaming van de energievoorziening. Rein Tichelaar van Zantingh, fabrikant van gasbranders, warmtewisselaars en CO2-doseringsapparatuur, verwacht dat deze energievorm op termijn inderdaad een belangrijke bijdrage kan leveren aan de doelstelling om te komen tot een fossielvrije glastuinbouw. Voordat het zover is, zijn er nog wel wat uitdagingen te tackelen, benadrukt hij.

Nog onvoldoende groene stroom beschikbaar

“Om duurzame waterstof te produceren, is groene stroom nodig”, zegt Tichelaar. “Elektrolyse – het splitsen van water in zuurstof en waterstof met behulp van elektriciteit uit wind of zon – is de belangrijkste productiewijze. Vrijwel alle waterstof die we nu hebben, gebruiken we als grondstof voor de industrie. Overstappen naar waterstof als duurzame brandstof voor bijvoorbeeld de glastuinbouw is pas op langere termijn mogelijk. Momenteel is er namelijk nog onvoldoende groene stroom beschikbaar, ondanks dat er steeds meer wordt geïnvesteerd in duurzame elektriciteitsopwekking. Dat komt ook omdat de vraag toeneemt, onder meer door de opmars van warmtepompen en elektrische auto’s.”
Ook het elektriciteitsnet moet nog worden aangepast om alle aanbieders en afnemers van stroom te kunnen bedienen. Voordat dit alles op orde is, zijn we minimaal tien tot vijftien jaar verder. “De overstap naar pure waterstof als brandstof zal dan ook niet een-twee-drie plaatsvinden. Waarschijnlijk wordt aardgas in eerste instantie gemengd met waterstof, om zo toch al wat CO2-winst te kunnen boeken.”

Aanpassingen aan branders

De vraag is natuurlijk of tuinders, wanneer er in de toekomst waterstof door ons leidingnet stroomt, deze zomaar kunnen verstoken in hun ketel? “Wij hebben de afgelopen jaren gasbranders op waterstof uitgebreid getest en in technisch opzicht goede resultaten geboekt. De testen toonden aan dat een gasbrander geschikt is te maken voor het verstoken van waterstof, maar dat aanpassingen wel nodig zijn. Bijvoorbeeld aan de branderkop, de gasstraat en de toevoerleiding.”
De hoeveelheid aanpassingen verschilt per type brander. Met name de oudere installaties zullen volgens Tichelaar volledig vervangen moeten worden. “Dan kan het zowel om de brander als de ketel gaan, wat forse investeringen met zich mee kan brengen. Waarschijnlijk zal Gasunie alleen de aanpassingen aan het net bekostigen; alles wat achter de meter zit is voor rekening van de bedrijven zelf. Maar zoals gezegd: technisch is de overstap naar waterstof dus heel goed mogelijk. Wel moet de sector de CO2-behoefte dan op een andere manier invullen. Samenvattend is de switch naar waterstof een reële, maar tijdrovende optie voor de glastuinbouw.”

Clusteren energievoorziening

Tichelaar verwacht ook dat de opmars van waterstof een impuls zal geven aan de clustering van de energievoorziening van individuele glastuinbouwbedrijven “Gasunie bekijkt op dit moment de aanleg van een separaat leidingnet voor waterstof, de zogenaamde ‘backbone’. Hier willen ze in eerste instantie de grotere industrieclusters die veel gas verbruiken op aansluiten. Clustering van bedrijven is voor de glastuinbouw daarom waarschijnlijk de enige optie om ook door middel van deze backbone van waterstof te kunnen worden voorzien. Dat houdt in dat gezamenlijke ketelhuizen moeten worden gebouwd en warmteleidingen naar de individuele bedrijven moeten worden aangelegd, zoals nu ook het geval is bij stadsverwarming. Daarbij is een centrale energievoorziening makkelijker en goedkoper hybride te maken en te verduurzamen dan het aanpassen van iedere individuele gasaansluiting.”

Tekst: Ank van Lier