De Vlaamse glastuinbouwer Geert Van Hulle en zoon Alfons zijn gespecialiseerd in de teelt van niche slaproducten voor de horeca. Door de sluiting van de horeca viel hun afzet helemaal weg. Tijdens de gedwongen productiestop schakelden ze versneld over naar biologische teelt en lonkt een diversificatie van hun afzetkanalen.

De datum van 13 maart, staat in het geheugen gegrift van slateler Geert van Hulle in Veldegem. “Nadat de overheid de horeca sloot, viel onze afzet opeens helemaal weg”, vertelt de Vlaming. In tegenstelling tot de meeste slatelers die veelal voor de retail telen, is hij helemaal afhankelijk van de horeca. Zijn vollegrondsproductie onder 2 ha glas en op 1,5 ha opengrond telt twaalf verschillende slasoorten.

Familiefeesten

Maart is doorgaans een goede maand voor de slateler. “Het is de maand van de primeurgroente. Dan vinden veel familiefeesten, zoals communie, plaats. Dat is traditioneel een goede maand voor de horeca en voor ons”, verduidelijkt de teler. Ook dit jaar stonden zijn kropsla, rucola, Lollo bionda, mosterdkruid, frisee, mizuna, golden straeks, tasoi en andere niche slaproducten klaar voor levering.
Door de sluiting van de horeca moest de productie echter volledig vernietigd worden. Van Hulle: “We hebben nog even geprobeerd aan de retail te verkopen, maar omdat dat onze markt niet is, was het niet makkelijk om over te schakelen. De prijs die wel voor de gangbare slasoorten geboden werd, was niet afdoende. Vernietigen en infrezen was goedkoper.”

Gedeeltelijke compensatie

De Vlaamse overheid vergoedde slechts een deel van zijn inkomstenderving. “Op basis van een Europese lijst, kwamen bepaalde slasoorten in aanmerking voor compensatie. Dat waren de gangbare slasoorten zoals kropsla, Lollo bionda, lollo rosso en eikenbladsla. De niche slaproducten stonden niet op deze lijst en werden ook niet vergoed”, vertelt Van Hulle. Op deze manier werd maar 30% van zijn verlies gedekt.
Nadat halverwege juni de horeca weer open is, is de afzet begin juli genormaliseerd. Door de aard van zijn gewassen, heeft de Vlaming de productie snel weer op gang kunnen brengen. “Onze kleinere sla producties kunnen binnen twee weken geoogst worden”, zegt hij. “Wij telen bijvoorbeeld micro leave, wat enigszins vergelijkbaar is met de producten van Koppert Cress, maar dan iets groter en grover. Dit gewas kun je zelfs een week na inzaaien al oogsten.”

Ook telen voor retail

Toch is het bij de teler zeker geen sprake van een terugkeer naar de normale situatie. De pandemie heeft de bedrijfsvoering voor altijd op zijn kop gezet. “Wij gaan ook telen voor de retail. Om zo minder afhankelijk te zijn van één afzetkanaal”, zegt Van Hulle. “Dat is momenteel nog maar een klein aandeel, maar dat zou in de toekomst kunnen groeien.”
Door deze strategische omschakeling verandert ook de gewaskeuze van de teler. De retail is minder geïnteresseerd in de niche slaproducten en vraagt meer gangbare, gekende slasoorten. “We gaan meer kropsla, Romeinse sla en Rode eikenbladsla telen” zegt de Vlaming die voor de gewaskeuze op voorhand overleg pleegt met de retailer.

Biologische teelt

Een andere ingrijpende verandering is de transformatie naar biologische teelt. “We waren vorig jaar al gedeeltelijk begonnen met het overschakelen naar de biologische teelt op een halve hectare. Doordat de kassen tijdens de lockdownperiode enkele maanden leeg stonden, hebben we besloten de omschakeling versneld door te voeren”, verklaart de glastuinder.
Volgens hem is er in Vlaanderen een groeiende vraag naar biologische groenten, terwijl deze teelt ook vanuit de Europese Unie gestimuleerd wordt. “Bovendien waren er in de praktijk steeds minder gewasbeschermingsmiddelen voor de kleine slateelten, waardoor we in de praktijk vaak al biologisch bezig waren.”

Aanpassing

De ondernemer schat dat de kosten voor biologische teelt 20% hoger zijn dan voor de gangbare teelt. “Behalve extra kosten voor de aanschaf van biologisch plantgoed, zul je ook wat meer uitval hebben omdat de ziektedruk hoger ligt.” Hij hoopt de extra productiekosten te kunnen verhalen op de klant, maar daarvoor moet hij nog wel wat geduld betrachten. “Pas na twee jaar biologische teelt kun je aanspraak maken op het label van biologische teelt”, legt hij uit.
De twee tussenliggende jaren kan hij gebruiken om zijn teeltmethode te finetunen. “De horeca stelt zeer hoge eisen aan de productie. De aanwezigheid van rupsen is bijvoorbeeld funest”, zegt Van Hulle. Ook gaat hij op zoek naar een nieuwe verpakking. Momenteel levert het bedrijf onder het merk Tomabel van de veiling van Roeselare, maar op het standaard etiket wordt nog geen melding gemaakt van het biologische label.

Tekst: Jerom Rozendaal