Van Geel Group startte vorig voorjaar met de inzet van gekko’s om oorwurmen, wantsen, motvlinders en de potwormvlieg te bestrijden. Binnenkort wordt de proef bij de potplantenkwekerij uitgebreid met nog eens 200 van deze tropische reptielen. Het lijkt erop dat ze de plaagdruk goed onder controle houden en inmiddels zijn ook de eerste jonkies gevonden. Teeltmanager Egbert Lanjouw: “Het zou goed zijn als er meer telers mee gaan experimenteren.”

Het inschakelen van gekko’s als biologische bestrijders in de kas bevalt goed bij Van Geel Group. Het bedrijf teelt orchidee en bromelia op 5 ha in het Drentse Erica. Teeltmanager Egbert Lanjouw nam een klein jaar geleden het initiatief tot deze stap, nadat hij er al eerder ervaring mee opdeed in een andere kwekerij. Het bedrijf zette in een afdeling van een halve ha 200 diertjes uit, met het idee dat deze zich in het vochtige kasklimaat bij een temperatuur van zo’n 21 graden Celsius goed zouden redden.

Binnenkort 200 extra gekko’s

“Inmiddels hebben ze zich verder verspreid over de rest van het bedrijf. Ook zien we sinds dit najaar de eerste jongen verschijnen. Heel mooi dat ze zich blijken te vermeerderen”, vertelt Lanjouw. Gekko’s leggen eieren en kunnen hun populatie in principe per halfjaar verdubbelen.
“Wel hebben we vanwege de verspreiding nu meer gekko’s nodig, daarom gaan we er binnenkort nog eens 200 inzetten. De eerste lichting heeft zich over het hele bedrijf verspreid via de rolcontainers die ook door de kwekerij heen verplaatst worden.” Hij heeft geen aanwijzingen dat er exemplaren van het bedrijf verdwijnen bij het afleveren van de planten. “Bij het inpakken zijn ze nooit gezien. Wel zat er een keer eentje in de kantine”, vertelt hij.

Effect op de insectenstand

Volgens Lanjouw wisten de reptielen de oorwurmen aanvankelijk goed te onderdrukken. “Maar nadat de gekko’s zich verspreid hadden, zag je het aantal oorwurmen in de vangzakjes weer toenemen. Op 5 hectare hebben we natuurlijk meer bestrijders nodig. Omdat de proef nog jong is en de bezetting nog niet op de hele tuin gelijk, is het nog altijd lastig om het effect van de gekko’s op de insectenstand vast te stellen.”
Monitoren is daarom belangrijk. “Ik ben er wel van overtuigd dat het werkt, maar er zijn meetbare resultaten over een langere periode nodig. Wij tellen daarom elke week de hoeveelheid oorwurmen, vliegen en andere insecten in onze teelt.”

Navolging collega’s

Lanjouw hoopt dat het werken met de reptielen navolging krijgt. “Het zou goed zijn als er meer telers zijn die ze gaan inzetten. Dan krijg je meer ervaringen en ook meer informatie over de effectiviteit. “Nieuwsgierige reacties hebben we al wel gehad van collega’s”, vertelt hij. “De inzet van gekko’s vraagt weinig inspanning en is relatief goedkoop, dus daardoor hoeven telers zich niet te laten weerhouden. Je hoeft ze niet telkens aan te vullen zoals andere biologische bestrijders, ze redden zichzelf en hebben geen bijvoeding nodig, ook kost het niet veel. En ze geven gaan schade aan het gewas”, verzekert hij.
De kwekerij heeft vanwege de gekko’s wel de inzet van natuurlijke vijanden moeten aanpassen, in samenspraak met de leverancier. Vliegende bestrijders zoals de roofwants Orius zijn immers ook voedsel voor de reptielen. Die zijn daarom vervangen door roofmijten. “De gekko is dus een aanvulling, maar je moet er wel over nadenken hoe je het aanpakt.”

Tekst: Koen van Wijk