Door het wegvallen van Meltatox en de impact van zwavel op biologische bestrijders zoeken telers van siergewassen nieuwe wegen om meeldauw effectief te bestrijden. Op de onderzoeklocatie in het World Horti Center in Naaldwijk beproefde Vertify diverse strategieën in potrozen. Dit gebeurde in twee perioden onder lage en hoge meeldauwdruk.
De eerste reeks proeven vond plaats in de nazomer, zodat de resultaten gedeeld konden worden met bezoekers van de Gewasgezondheidsdagen Sierteelt op 1 en 2 oktober. Dit jaarlijkse evenement wordt georganiseerd door Vertify en Glastuinbouw Nederland.
“In de zomerperiode is de meeldauwdruk meestal laag, waardoor de ziekte zich traag ontwikkelt”, zegt onderzoeker Sergio Harinck. “Deze schimmel verspreidt zich gemakkelijk bij een lage luchtvochtigheid, maar kiemt juist goed bij een hoge RV. In het najaar loopt de druk daardoor merkbaar op. Om het effect van behandelingen goed te kunnen beoordelen, is er na de zomerproef een proefreeks opgezet voor de periode november/december. Er waren interessante verschillen te zien, die telers en adviseurs mee kunnen nemen in hun afwegingen.”
Diversiteit aan middelen
De proeven zijn gefinancierd door BASF, Certis Belchim, EcoStyle, Koppert, Lallemand en Syngenta, allen leveranciers van fungiciden met een toelating tegen meeldauw in siergewassen. In samenspraak met deze partners beproefde Harinck negen behandelingen, inclusief een referentie waarin alleen met water gespoten is. Iedere behandeling is in vier herhalingen uitgevoerd in vakken van 1 m² met 12 potrozen van het ras Victory Red.
Er zijn zowel groene als synthetisch-chemische fungiciden toegepast, solo en in combinatie met andere middelen en/of hulpstoffen. De bespuitingen en gewasbeoordelingen vonden wekelijks plaats. Er is beoordeeld op aantal en ernst van de meeldauwaantastingen, die zichtbaar zijn als witte vlekken op de gewasdelen.
Proeven onder lage meeldauwdruk
In de zomerproeven onder lage meeldauwdruk deden de groene middelen het relatief goed. Naast gevestigde middelen deden er twee middelen mee waarvan de toelatingsprocedure nog niet is doorlopen (Code A en Code B), die waren ingebracht door BASF en Koppert. Groene middelen zoals Lalstop G46, Ravibis, Romeo en Taegro hebben doorgaans een preventieve werking op de kieming van sporen. Hicure is geen gewasbeschermingsmiddel, maar een biostimulant die het natuurlijke afweermechanisme van de plant activeert.
“In de zomer kwam Fungaflash, dat momenteel wordt gezien als de chemische benchmark, wat minder goed uit de verf”, vertelt Harinck. “Het heeft een beperkte duurwerking en mag drie keer worden toegepast, wat ook is gebeurd. Pas na die laatste behandeling begon de meeldauwdruk op te lopen en was het waarschijnlijk beter tot zijn recht gekomen, maar toen mocht het niet meer worden ingezet. Logisch dus dat de aantastingen toen gingen oplopen.”
Proeven onder hogere druk
Na beëindiging van de zomerproef op 20 oktober, die vanwege de omstandigheden beperkte resultaten opleverde, zijn de potrozen teruggesnoeid om ze rust te geven. Begin november waren ze opnieuw uitgelopen en waren de omstandigheden goed genoeg voor een tweede proefreeks onder hogere meeldauwdruk. Deze startte op 4 november en liep door tot 8 december.
“Nu kwamen de groene strategieën wat minder goed uit de verf, terwijl de behandelingen 5 en 6 op basis van Fungaflash opvallend goed scoorden”, vervolgt de onderzoeker. “Collis bleek een waardevolle aanvulling ten opzichte van Fungaflash solo, dat conform het etiket drie keer is ingezet. De doseringen van beide producten in de combinatiebespuiting waren sterk verlaagd ten opzichte van de maximaal toegestane doseringen. Ook Code A van BASF en de combinaties van Fungaflash met Amylo X plus Silwet Gold en met Karma leverden goede resultaten op.”
Nabeschouwing
Meeldauw moet gedurende het jaar vaak langdurig worden onderdrukt om aanzienlijke schade voor te blijven. In perioden met een beperkte sporendruk kunnen groene middelen die taak op zich nemen, meent Harinck. Wanneer de druk oploopt en er zowel preventieve als curatieve werking vereist is, kunnen chemische middelen ingepast worden om voldoende effect te blijven sorteren.
“We hebben preventief en curatief goede resultaten gezien. Houd de basis breed, mede vanwege het beperkte aantal toegestane toepassingen van producten”, zegt de onderzoeker tot besluit. “Ik zou telers aan willen raden om daar goed over na te denken en er in overleg met adviseurs invulling aan te geven. Dat geldt uiteraard voor alle telers. We moeten zuinig zijn op de middelen die nog zijn toegelaten. Nieuwe middelen moeten we goed op hun merites beoordelen, zodat ze de plaats kunnen krijgen die ze verdienen. Alleen zo kunnen we gewassen op een zo duurzaam mogelijke wijze gezond houden.”
Tekst: Jan van Staalduinen

Tabel 1 en 2. Resultaten zomer- en najaarsproef meeldauwbestrijding

A t/m G zijn de wekelijkse toepassingsmomenten. INC (incidence) staat voor het percentage bladeren dat is aangetast, SEV (severity) geeft de mate van aantasting weer als percentage van het bladoppervlak.












