De tweejarige proef met tripsgaas in de chrysantenteelt bij Denimfleur in ’s-Gravenzande is deze zomer afgerond. Hoewel de resultaten ‘absoluut positief’ zijn, zou chrysantenteler Dennis Immerzeel bij nieuwbouw toch niet voor tripsgaas kiezen. Ook projectleider Guido Halbersma van Van Iperen noemt tripsgaas voor de praktijk ‘net een stap te ver’. “Als onze zomers steeds warmer worden, geeft dat op een gegeven moment een probleem.”

Bij Denimfleur waren in de proefkas van 550 m², voorzien van tripsgaas en een nevelinstallatie, in de afgelopen twee jaar nauwelijks chemische correcties nodig. “We hebben er tot nu toe zeven teeltrondes op zitten en hebben maar heel beperkt chemisch hoeven ingrijpen. Eén keer tegen wantsen, toen we een kapotte ruit hadden en twee keer tegen luis. Verder telen we honderd procent biologisch”, vertelt Dennis Immerzeel.
Een grotere uitdaging was de klimaatregeling. Dankzij aangepaste software en luchtbevochtiging werden goede resultaten behaald, al was het in de zomer van 2020 volgens de Westlander wel spannend. “Met buitentemperaturen van 38ºC loop je wel langs het ravijn. Ik denk niet dat het vijf graden warmer had moeten zijn.”

Tripsgaas of insectengaas

Deze zomer was de klimatologische uitdaging veel minder groot of eigenlijk afwezig. Chemische gewasbescherming was niet nodig, bijna alles was biologisch, bevestigt de teler. “Teeltsnelheid, gewicht en kwaliteit van de chrysanten waren hetzelfde als in de praktijkkas. Niet beter, maar wel net zo goed.”
Immerzeel laat het tripsgaas in de proefkas, nu weer een productieafdeling, gewoon liggen. Wel is de nevelinstallatie – die voor de proef in bruikleen was gegeven – eruit gehaald. Als het de volgende zomer weer erg heet zou worden, dan wil hij het klimaatprobleem op een andere manier oplossen: “Met de regenleiding een paar broezen geven. Dan ben je helaas wel wat natter. Maar bij 35 graden is een nevelinstallatie wel lekker hoor, het is ook beter voor je biologie.”
Bij nieuwbouw zou Immerzeel niet kiezen voor tripsgaas, maar voor insectengaas. “Daarmee houd je de meeste problemen buiten. Of ik daar ook nevel bij zou kiezen of luchtbehandelingskasten of diffuus glas, dat weet ik nu niet. Daar zou ik me eerst verder in willen verdiepen.”

Met of zonder nevelinstallatie

Inmiddels lopen in de chrysantenteelt enkele nieuwbouwprojecten met insectengaas, waaronder U GRAND in De Lier. Daar wordt insectengaas geïnstalleerd met een maaswijdte van 0,4 bij 0,7 mm, grover dan tripsgaas, maar fijner dan standaard luizengaas.
Samen met twee andere bedrijven – Diamond Flowers en Darolin – en drie referentiebedrijven zonder gaas worden volgend jaar proeven gestart om de prestaties op het gebied van klimaat en gewasbescherming te vergelijken. Delphy (klimaat) en Van Iperen (gewasbescherming) zijn gevraagd om deze proeven uit te voeren, meldt Guido Halbersma, al zijn de besprekingen daarover nog gaande. “Het gaat in totaal om zes bedrijven, dat wordt dus qua uren een serieuze proef.”

Net een stap te ver

Halbersma denkt dat tripsgaas voor de praktijk ‘net een stap te ver is’, vanwege de uitdagende klimaatomstandigheden in de zomer. “Bovendien is trips in chrysant momenteel onder controle. Het zijn juist de overige plagen die een probleem vormen, zoals rupsen, wantsen en mineervliegen. Die houden we met grover gaas ook tegen. Vandaar dat al die productiebedrijven voor een iets grotere maaswijdte hebben gekozen, en omdat ze dan toch net iets meer luchtingscapaciteit hebben.”
Nevel – in combinatie met luchtbehandelingskasten – ziet Halbersma niet als een must, al snapt hij wel dat sommige telers daarvoor kiezen. “Het geeft wat meer ruimte in de klimaatbeheersing, alleen: ik ken ook telers die het niet hebben en daar gaat het ook prima.”

Tekst: Mario Bentvelsen