De natte winter lijkt voorbij. De zon laat zich meer zien en de kas warmt zich gedeeltelijk zelf op. De planten worden daardoor actiever, de watergiften schieten omhoog en de nutriënten worden aangepast. “De plant leeft van het druppelwater; als dat maar goed is”, hoor ik veel. Ik wil dat graag relativeren.

Dat de plant leeft van het druppelwater gaat gedeeltelijk op voor het water. Als je een druppelbeurt geeft krijgt de plant vers water, met een lagere EC dan in het wortelmilieu aanwezig is. De plant zuigt het water op, omdat de osmotische potentiaal van de plant sterker is en het water met de lagere EC met minder moeite de plant ingaat.
De plant zuigt zich vol en fungeert dan even als een buffer, die aangevuld wordt. Het gewas laat het soms ook letterlijk zien, omdat het reageert en wat opveert. De verdamping stimuleert verder de wateropname. Het verdampte deel moet immers worden aangevuld met als gevolg dat tussen de druppelbeurten ook wateropname plaatsvindt.

Nutriëntenopname

Maar geldt hetzelfde ook voor de nutriënten in het druppelwater? Nee, zeker niet! Nutriëntenopname is toch vooral een actief proces dat de plant energie kost. De plantenwortels moeten letterlijk werken om ze op te nemen. Het is een actief proces dat de plant energie kost. Daarmee bouwt deze een osmotische waarde op, waardoor daarna water naar binnen kan. De wortels verbruiken daarvoor assimilaten en energie en hebben daarom zuurstof nodig.
Als het alleen een passief proces zou zijn, dan zouden de wortels geen zuurstof nodig hebben en zou lucht en zuurstof in het wortelmilieu niet nodig zijn. Maar we weten wel beter: lucht en zuurstof zijn belangrijk voor wortels. Dat actieve proces is niet gebonden aan het moment dat er irrigatie of een druppelbeurt plaatsvindt. Het gaat overdag door en trouwens ook ‘s nachts. De voedingssamenstelling van het wortelmilieu doet er dus wel degelijk toe. Immers de plant is daar veel langer mee bezig dan alleen tijdens de druppelbeurten.

Tekst: Geerten van der Lugt, adviseur gewas, water en plantvoeding