De kikker die een prins wordt. Zo onaantrekkelijk als de bol is, zo koninklijk en sierlijk is de snijbloem een half jaar na de planttijd. Dan is de steel rijp voor de pluk. “De nerine knalt uit een boeket waar die in verwerkt wordt. De zachte pastelkleuren hebben een hoge sierwaarde”, omschrijft teler Robbert de Wit zijn passie.

Onder 12.000 m² glas worden bij De Wit Nerine in Heemskerk jaarlijks een kleine miljoen stelen geoogst. Was het in de jaren tachtig voornamelijk Japan waar de telers hun product naar exporteerden, na de val van de yen werden nieuwe afzetmarkten gezocht en gevonden; mede dankzij een veredelingsronde met nieuwe kleurvariëteiten. De rechte stelen gaan de wereld over, de artistieke exemplaren met een kromming en in volle bloei blijven in de Benelux.

Na de pluk volgt het rooiseizoen en worden de bollen geoogst, gedroogd en gekoeld, waarna ze opnieuw de grond in gaan, maar dan onder andere buiten. “We doen dat met behulp van vruchtwisseling met collega’s. Voordeel van het opkweken buiten is dat ze later in de kas vier weken eerder in bloei komen.”

Tekst: Gert Janssen, beeld: Vidiphoto