“Zelf heb ik nog geen ervaring met stuifmeelpreparaten voor het voeden van roofmijten, maar het lijkt me een mooi systeem”, zegt komkommerteler Willem Doorn uit Heerde in reactie op het artikel in Onder Glas van juni. Het streven op populaties biologische bestrijders te laten groeien en vitaler te maken is volgens hem een beter uitgangspunt dan steeds weer inbrengen van verse roofmijten. “In wezen is het actief opbouwen van populaties niet nieuw.”
“In mijn tomaten zet ik roofwantsen (Macrolophus) in, die we bijvoeren met eitjes zolang er nog geen plaagdieren aanwezig zijn”, legt hij uit.
Doorn teelt drie keer komkommers. Anders dus dan Ruud Zwinkels, die zijn ervaring met stuifmeelpreparaten deelde in Onder Glas. Zwinkels plant tussen en Doorn wisselt steeds een deel van zijn bedrijf. Het zijn stuk voor stuk korte teelten. Bij de hogedraadteelten, die twee keer van teelt wisselen, is de kans op een langdurig biologisch evenwicht het grootst.
Spint is dit jaar het grootste probleem. Door de versmalling van het middelenpakket hebben de telers eigenlijk geen adequate bestrijdingsmiddelen voorhanden. Ook het goed reinigen en schoon beginnen van de teelt is lastig. “We hebben een echt goed alternatief nodig”, aldus de teler.
Pieternel van Velden










