Extra mogelijkheden voor kwalitatief beter gewas door ion-specifiek sturen

Extra mogelijkheden voor kwalitatief beter gewas door ion-specifiek sturen

Binnen Het Nieuwe Telen staat de bemesting niet direct in het middelpunt van de belangstelling. Toch kan het een goed instrument zijn om een hogere luchtvochtigheid te kunnen accepteren en daarmee tot verdere energiebesparing te komen. Maar ion-specifiek sturen biedt nog meer mogelijkheden om tot een kwalitatief beter gewas te komen.

Het werkt bijna als een reflex: als de concentratie van een element in de mat oploopt, voeg je het element minder toe aan de voedingsoplossing. Logisch toch? “Eigenlijk niet”, geeft Ruud Kaarsemaker van Groen Agro Control aan. “De concentratie loopt op doordat het gewas het element te weinig opneemt. Als je de concentratie dan verlaagt, neemt het nog minder op. Je moet dus andersom denken: hoe krijg je die opname omhoog? Denken vanuit de plant, niet vanuit de mat.”

Element-specifiek sturen

We hebben het over ion-specifiek bemesten (of element-specifiek sturen). Daarvoor is het nodig zowel de voeding als het drainwater te analyseren, bijvoorbeeld eens per week. Het verschil in gehaltes aan elementen tussen de voeding en de drain is de gewasopname. “De meetgegevens zijn de eerste stap. Die match je met je teeltdoelstellingen over het jaar heen. Vervolgens pas je de voeding aan”, vertelt hij.
Dit is de simpele versie van het verhaal, want het gaat om twaalf elementen met ieder hun eigen functie. Voor weerbaar telen is het bijvoorbeeld nodig te sturen met magnesium, stikstof, chloor en zwavel. Minder neusrot en houdbare vruchten vergt monitoring van calcium, kalium en magnesium. Een goed functionerende waterhuishouding drijft op borium en kalium. Enzovoorts.

Tot 15% extra energie besparen

Meer aandacht voor een optimale voedingsopname kan leiden tot een betere kwaliteit en energiebesparing. Kaarsemaker constateert dat bemesting binnen Het Nieuwe Telen tot nu een ondergeschoven kindje is. “Terwijl je wel 10 tot 15% extra zou kunnen besparen met een optimale bemesting, met name omdat je langer een hogere luchtvochtigheid kunt accepteren”, denkt hij.
Een hoge luchtvochtigheid kan leiden tot problemen als bladrand, broeikoppen, bolblad en neusrot, omdat calcium dan onvoldoende naar de weinig verdampende delen van de plant gaat. De oplossing in de winter: “Je remt de verdamping door de EC te verhogen. Daardoor stimuleer je de opname en wordt de plant generatiever.”

Neusrot voorkomen

Naast de verhoging van de EC, moet het gehalte calcium extra omhoog (figuur 1A en 1B). “Vaak is de misvatting dat je de plant activeert door de verdamping te stimuleren. Maar het kan best een heel stuk minder. Als je de voeding verhoogt, neemt de productie aan drogestof toe en neemt het versgewicht iets af. De plant wordt dan generatiever. Dit geeft hetzelfde effect als het activeren van de verdamping.”
Behalve deze acties is de verhouding tussen de kationen kalium, calcium en magnesium van belang. Deze elementen hebben in opgeloste vorm allemaal een plus-lading (K+, Ca2+, Mg2+) en concurreren met elkaar bij de opname door de plant. Een hoog magnesiumgehalte remt de opname van calcium (figuur 2). “Vroeg in de teelt heb je magnesium nodig voor een goede bladkwaliteit. Later is dat wat minder belangrijk en komt er dus meer ruimte voor K en Ca. Je ziet vaak neusrot als magnesium in de mat aan de hoge kant is. Dat kun je in de zomer gemakkelijk voorkomen”, vertelt hij.

Concurrentiemechanismen

Ook aan de kant van de anionen (de negatief geladen ionen) spelen concurrentiemechanismen, waar je gebruik van kunt maken (figuur 3). De plant is geneigd alle nitraat op te nemen die je aanbiedt. Dat leidt in de winter tot grotere bladeren die veel verdampen. Maar het kan best wat minder groot. “Nitraat concurreert bij de opname met chloor (Cl) en sulfaat (SO42-). Een hoog sulfaatgehalte remt de nitraatopname, maar op een gegeven moment heeft de plant genoeg. Dan loopt de sulfaatconcentratie in de mat op. Chloor heeft dat bezwaar niet. Het wordt relatief gemakkelijk opgenomen en daarmee kun je de nitraatopname goed remmen, indien nodig”, zegt hij.

Chloor heeft nog steeds een wat negatieve naam vanwege proeven in het verleden met keukenzout (NaCl), maar zolang je het chloorgehalte met bijvoorbeeld kaliumchloride (KCl) of calciumchloride (CaCl2) verhoogt, is er niets aan de hand. “Zo kun je in de winter generatief sturen. Wil je in de zomer een vegetatievere groei, dan laat je chloor uit het schema”, vertelt Kaarsemaker.
Deze zomer gaat bij het Improvement Centre een demonstratieproef lopen met een belichte tomatenteelt om de grenzen op te zoeken van sturen met EC en de verhoudingen tussen kationen en anionen.

Lang recirculeren

De optimale benadering is een jaarplan voor alle elementen (figuur 4). Voor de kationen is de sturing van de opname volgens het plan leidend (want je kunt de effecten niet op tijd zien met het blote oog). Bij de anionen blijft het gewas leidend en kan de teler bijsturen naar gelang hij meer generatief of vegetatief wil.
Ion-specifiek sturen maakt het tevens mogelijk zo lang mogelijk te recirculeren, geeft de adviseur aan. “Als magnesium en zwavel oplopen, gaan mensen spuien. Ze zien dat de groei eruit gaat en wijten dat vaak aan een overmaat aan exudaten. Maar dat is meestal niet de oorzaak. Als je twee weken bitterzout (MgSO4) uit het schema haalt, is de groei terug. Maar eigenlijk moet je vooraf voorkomen dat de concentratie oploopt; dus al zakken voor het gewas te generatief wordt.”


Uit de praktijk

Paprika-teeltspecialist Roel Klapwijk:
‘Je kunt nu eigenaardigheden linken aan voeding’
Roel Klapwijk, teeltspecialist bij paprikabedrijf Personal Vision in Bleiswijk heeft inmiddels drie jaar ervaring met ion-specifiek sturen. Het is een proces waarin steeds nieuwe stappen worden gezet.
“We hebben deze winter een hogere EC aangehouden. Voorheen hielden we onder enkel scherm plus foliescherm een EC-cijfer van ongeveer 4 aan. Nu onder dubbel scherm een punt hoger. Je ziet een generatiever gewas met minder bladoppervlak en het zet ook gemakkelijker. Dat zijn dus pluspunten.”

Dit jaar wordt niet alleen de EC aangepast, maar ook de voeding. Sulfaat en chloor worden verhoogd ten opzichte van vorig jaar. Dat zijn generatieve acties. Verder worden magnesium (hoger) en kalium (lager) aangepast. “Vorig jaar hanteerden we een hoog kaliumcijfer. Dat is goed om droogsteelrot te voorkomen, maar leidde wel tot neusrot. Nu passen we het aan; het hogere EC-cijfer werkt ook goed tegen droogsteelrot”, vertelt Klapwijk. Hij hanteert een jaarplan voor de elementen en houdt precies de bevindingen bij. “Je bouwt zo je eigen database op en kunt bepaalde eigenaardigheden linken aan de voeding”, zegt hij. Klapwijk wacht met belangstelling de proefresultaten bij het Improvement Centre af.


Samenvatting

Door de voeding per element te sturen, kunnen betere resultaten worden behaald. Ruud Kaarsemaker denkt dat 10 tot 15% extra energiebesparing mogelijk is bij optimale bemesting. Aandacht voor de goede balans tussen zowel de kationen als de anionen leidt tot minder calciumproblemen en betere stuurbaarheid van generatieve groei. De optimale benadering is het opstellen van een jaarplan voor de elementen. Teeltspecialist Roel Klapwijk werkt al deels op deze manier.

Tekst en beeld: Tijs Kierkels.





Gerelateerd

‘Het Nieuwe Telen is eigenlijk de standaard geworden’

‘Het Nieuwe Telen is eigenlijk de standaard geworden’

Het aantal deelnemers dat de cursussen Het Nieuwe Telen heeft gevolgd, ligt inmiddels ver boven de 500. In de praktijk evolueert de benadering op elk bedrijf tot een eigen aanpak. De gezamenlijke noemer is: meer durf, gesteund door kennis van plant en kasklimaat. Drie innovatieve ondernemers geven een update van hun ervaringen.

De teler met de meeste ervaring is Roy Steegh van Kwekerij de Grenspaal in Wellerlooi. Tien jaar geleden investeerden ze in een ventilatie- en ontvochtigingssysteem van Climeco dat toen nog alleen bij stallen in gebruik was. Het sloot precies aan bij zijn idee over ontvochtigen en meer schermen, maar geen enkele teler had er ervaring mee.
De installatie is sindsdien onveranderd gebleven en bij het vijfjarig bestaan gaf Steegh aan dat hij het weer precies zo zou aanleggen. Het gasverbruik daalde met een kwart ten opzichte van vergelijkbare bedrijven zonder dit systeem. In het begin waren collega’s vooral benieuwd naar de kwaliteit van de tomaten. Al snel bleek dat die niet alleen op peil bleef, maar dat de uniformiteit zelfs steeg door het gelijkmatige klimaat en dat er minder gewasbescherming nodig was.

Schermuren

“Een kuub gas is nu veel goedkoper dan tien jaar geleden. Dat heeft tot gevolg gehad dat we de teeltresultaten nu voorop stellen”, vertelt de teler. Evenals veel collega’s gebruikt hij de principes van HNT in de eerste plaats om tot een betere kwaliteit en een gezonder gewas te komen, met energiebesparing als bijkomend voordeel. In de nieuwe kas die nu een jaar in gebruik is, zijn geen luchtbehandelingskasten meer aangelegd, maar hanteert hij wel HNT-principes, zoals veel schermen.
Inmiddels is de andere kas met de luchtbehandelingskasten (LBK) volledig voorzien van assimilatiebelichting. De komst van de lampen heeft de manier van telen veranderd. Steegh: “Grofweg is de tactiek om eerst met de LBK’s het vocht onder controle te krijgen. Wordt dat toch te hoog, dan ga ik 100% schermen en daarboven sterk luchten, tot wel 100%. Ik trek geen vochtkier in het scherm, want dat zou een ongelijk klimaat geven. Tevens breng ik met de installatie de warme lucht die onder de lampen ontstaat, naar onder in de kas. Dat heeft als voordeel dat er minder minimumbuis nodig is.” Omgerekend kost de warmte die ze met de buizen in de kas brengen zo’n 25 m3/m2, nagenoeg hetzelfde als voor de komst van de lampen.
Opvallend is het hoge aantal schermuren, namelijk zo’n 3.300 uur. “Met helder weer ligt er altijd een scherm om te hoge uitstraling te voorkomen, ook bij hoge buitentemperaturen.”

Vochtdeficiet

In de beginjaren betekende Het Nieuwe Telen investeren in luchtbehandelingstechniek, maar inmiddels is er een grote groep telers die het toepast zonder enige investering. Chrysantenkwekerij Janssen Flowers in Maasbree doet het op zo’n manier. De cursus was voor Peter Janssen op twee manieren een eye-opener: “We hoorden dat HNT toe te passen is zonder investering. En verder dat het eigenlijk niets nieuws is. Meer dan 25 jaar geleden leerden we op de tuinbouwschool bij de klimaatcursus ook over vochtdeficiet en dergelijke. Eigenlijk hebben we als telers zitten slapen, door die kennis niet toen al toe te passen. Nu zijn we met zijn allen wakker geworden.”
Het bedrijf had al horizontale ventilatoren. Het viel hem op dat de meetbox boven het gewas een hogere luchtvochtigheid meet als ze gaan draaien. “Dat komt omdat je het vocht uit het gewas trekt en daar zijn we meer gebruik van gaan maken. De vochtige lucht gaat meer circuleren en daardoor condenseert er meer tegen koude delen. Ook zijn er minder koude plekken in de kas. Je krijgt dus minder problemen met vocht en zo kunnen we telen bij een hogere luchtvochtigheid dan voorheen. We hebben een gelijkmatiger klimaat en hoeven ’s nachts minder te stoken”, vertelt hij.

Kwetsbaarheid

Omdat de WKK toch draait voor de belichting, is energiebesparing niet de eerste focus. Maar besparing is wel degelijk het resultaat van een homogener klimaat met een hogere vochtigheid: er wordt minder gelucht en gestookt (ook de minimumbuis hoeft minder te worden ingezet). Verder ventileert hij meer met gesloten scherm, zodat het vocht wordt afgevoerd door het scherm heen.
Resultaat van de veranderde aanpak is een verminderde kwetsbaarheid. “Bij zwaardere gewassen kun je onderin wel bladproblemen krijgen. Door de luchtcirculatie verminder je dat risico. Een stabiel en gelijkmatig klimaat geeft kwaliteitsverbetering en dat is in feite ook energiebesparing”, zegt hij.

Gasverbruik

Komkommerteler Hans Houben heeft sinds het verkassen naar Sevenum constant naar optimalisatie van de teelt gezocht. Dat heeft geleid tot meer schermen, meer met het licht meetelen, sneller telen (door een hogere etmaaltemperatuur) en goed letten op de uitstraling. Nu gaat het vooral om fine-tunen. “Er is een grens bereikt; het gaat niet meer om grote veranderingen. De plantbelasting is nu leidend: 6 à 7 vruchten is het streven. We tellen constant de vruchten en houden rekening met de lichtsom. Vooral in het voor- en najaar is dat belangrijk”, zegt hij.
Inmiddels is ook een nadeel van het lage gasverbruik (28-29 m3/m2) als gevolg van HNT aan het licht gekomen. In de zomer kan de CO2 de beperkende factor vormen. Dat krijgt nu meer aandacht. Bij grote uitstraling wordt de kop van de plant te koud. Om dat te voorkomen gaat dan het scherm dicht. Maar inmiddels ligt dat genuanceerder. “Ook in de zomer koelt de kop af. Maar het is de vraag of dat zo erg is, als hij overdag heel warm is geweest. Misschien moet hij dan in de nacht juist wel afkoelen en hoeft het scherm niet dicht”, vertelt hij.

Verneveling

Verder is het oplopen van de koptemperatuur bij de hogedraadteelt op warme dagen een aandachtspunt. Hij kan dan wel 5-7oC boven de ruimtetemperatuur liggen, een ongewenste situatie. “Daarom zie ik nog duidelijk toegevoegde waarde in verneveling in de zomer. De kop wordt door de afkoeling veel sterker, zie ik bij een collega. HNT blijft een proces, dat nog niet meteen is uitontwikkeld.”
“In de praktijk zie je dat het aan het vervagen is wat wel of niet HNT is. Eigenlijk is het de standaard geworden. De basisprincipes zijn heel breed opgepakt: meer schermen op basis van kennis van gewas en natuurkunde en minder inzet van de minimumbuis. Het gaat allang niet meer om alleen voorlopers. De belangstelling voor de cursussen blijft maar doorgaan; opvallend is de deelname van veel chrysantentelers”, ziet Aat Dijkshoorn, projectleider Kas als Energiebron. “Dat is te danken aan de samenwerking met de teeltadviseurs van Delphy.”

Samenvatting

Het Nieuwe Telen bestaat nu tien jaar en heeft geleid tot veel energiebesparing. De glastuinbouw komt daarmee sectorafspraken goed na. In het begin betekende HNT investering in techniek, maar steeds meer telers passen het toe met bestaande middelen: ze schermen meer, luchten minder en zetten de minimumbuis minder in. Drie telers lichten hun strategie toe.

Tekst: Tijs Kierkels. Foto’s: Wilma Slegers





Gerelateerd

Van Uffelen Flowers enthousiast over Het Nieuwe Telen

Van Uffelen Flowers enthousiast over Het Nieuwe Telen

Rond de kerst van 2016 liet Van Uffelen Flowers in Maasland luchtbehandelingskasten installeren op hun chrysantenkwekerij. Hoewel zij er nog maar een half jaar mee werken, zijn de resultaten van Het Nieuwe Telen tot op heden erg positief, zeggen Kees, Marco en Jeffrey van Uffelen. “We kunnen de luchtvochtigheid nu heel precies regelen.”

De nieuwe kas van 39.000 m2 – een ontwerp van Technokas – werd al in april 2016 opgeleverd, maar nog zonder de klimaatinstallatie (LBK’s met slurven) erin. Wel was de kas al geheel voorbereid op Het Nieuwe Telen, met speciale portalen in de kopgevels en een tweede energiescherm. “Eigenlijk wilden we hiermee nog een paar jaar wachten”, zegt zoon Jeffrey, maar de chrysanten groeiden in de nieuwe kas zo krachtig dat ingrijpen noodzakelijk was om het vocht goed af te kunnen voeren. Ook kwam op het goede moment een subsidie (EHG/MEI) beschikbaar die de investering extra aantrekkelijk maakte. Sinds de kerst van 2016 zijn de LBK’s in de nieuwe kas operationeel, met succes.

Het Nieuwe Telen

Vorig jaar – voor de komst van de LBK’s – hebben we in de nieuwe kas al 8% meer takken geoogst dan op ons vorige bedrijf met hetzelfde ras, legt Kees uit. “De productie per m2 is ongekend voor deze teelt.” Het nieuwe glas (diffuus glas met dubbelzijdige coating) en de verse grond hebben daar ongetwijfeld aan bijgedragen, denkt Kees. “Maar het gewas groeide zo sterk, dat we niet in staat waren om voldoende vocht via de luchtramen af te voeren.” Nu de LBK’s in de gevels zitten en de slurven boven het gewas hangen is de kwaliteit van het gewas er op vooruit gegaan, zegt Jeffrey. “De temperatuur in de kas is beter verdeeld. En we kunnen de luchtvochtigheid nu heel precies regelen. Als we een RV van 88% instellen, dan blijft die RV ook binnen de streep”, zegt Kees enthousiast. “De verwachting is dat de knopaanleg hierdoor uniformer is en het percentage lichtere takken lager”, vult Marco aan. “We verwachten daardoor bij de oogst minder uit te bossen. Dat scheelt arbeid.”

Energie besparen

De klimaatinstallatie is eigenlijk ontwikkeld om energie te besparen. Kees en Jeffrey verwachten die uiteindelijk ook – gerekend wordt op een besparing van 7 m3/m2 – maar willen eerst een goede bloem leren telen in de nieuwe kas. Dat lukt tot nu toe boven verwachting. “Al moeten we er nog wel de winter mee in”, nuanceert Jeffrey.
“Bijkomend voordeel is dat je in de zomer iets kan koelen, 2 of 3 graden. Bij collega’s in het binnenland zijn in juni al heel veel chrysanten in de vertraging gegaan. In Brabant en Limburg hebben sommige bedrijven dan een paar dagen niks te bossen, maar daar hebben wij nog helemaal geen last van”, aldus Jeffrey.
Kees voegt er nog aan toe: “We sturen ook heel veel op CO2 in onze chrysanten, tot 200 kilo per hectare/uur. Als je de luchtramen langer dicht kunt houden door luchtbeweging van de slurven is dat ook positief. Misschien niet in de zomermaanden, maar wel in het voor- en najaar. Het is echt een hulpmiddel om minder fouten te maken. Ik denk dat het in de toekomst standaard wordt in alle chrysantenkassen.”

Tekst en foto’s: Technokas.

Gerelateerd

Vochtvreter geeft generatiever gewas, minder ziektedruk en energieverbruik

Vochtvreter geeft generatiever gewas, minder ziektedruk en energieverbruik

Een reuzenvochtvreter in de kas bij cherrytomatenteler Robert van Koppen in Kwintsheul zorgt ervoor dat de RV niet meer boven de kritieke waarde van 95% komt. Het principe is simpel: wanneer vochtige kaslucht langs de koude ribben van de ontvochtiger wordt gezogen, condenseert de waterdamp. Net als het condens dat zich vormt op een koud flesje bier wanneer je dit uit de koelkast pakt. De behandelde droge en iets warmere lucht gaat de kas weer in.

Robert van Koppen teelt op 4 ha tros-cherrytomaten. “Ik ben qua oppervlak maar een kleine teler, dus wil ik me onderscheiden met mijn bedrijf. We telen ‘Delight’ cherrytomaten. Die zijn extra lekker. Ze hebben een vruchtgewicht van 8 gram en een doorsnede van 30 mm. We zijn voortdurend op zoek naar klimatologische verbeteringen en energiebesparing. Maar voorop staat dat de kwaliteit en smaak gewaarborgd moeten zijn. Energiebesparing betekent vocht tolereren, omdat de schermdoeken meer gesloten blijven. De Drygair luchtontvochtiger voorkomt dat de luchtvochtigheid te hoog oploopt.”
De tomatenteler hoorde van zijn toeleverancier Royal Brinkman over het apparaat en besloot vanaf januari dit jaar een apparaat te huren en daarmee een proef op te zetten in een afdeling van 1.500 m2, die hij apart kan luchten en stoken.
De teler is enthousiast. “We onttrekken iedere dag 1.000 liter van een oppervlak van 1.500 m2. De RV is daardoor 6 procent lager en het verschil van voor naar achter in RV en temperatuur is minder dan 1 procent.” Maar voor een duidelijk kostenplaatje is het nog te vroeg.

RV-curves

Volgens Eef Zwinkels, technical accountmanager bij Royal Brinkman is het apparaat dé oplossing om af te komen van het teveel aan vocht dat ontstaat door verdamping van planten in de kas. In dat licht bezien, past deze techniek prima in Het Nieuwe Telen, waar met minder energie en meer schermen wordt gewerkt.
Hij laat het zien in het Mollier-diagram, zoals dat ook in de cursus Het Nieuwe Telen aan bod komt. Op de onderste horizontale as staat de hoeveelheid water in de lucht in g/kg. Op de verticale as staat de temperatuur. In de grafiek staan de verschillende RV-curves aangegeven van 10 tot 100%. Uit het diagram is af te lezen hoeveel absoluut vocht de lucht bevat bij een bepaalde temperatuur. Gaan in de namiddag de schermen dicht, dan stijgen de RV en het AV. “Door actief ‘absoluut’ vocht uit de kas te onttrekken, stijgt de RV niet bij een dalende temperatuur en kom je niet in de gevarenzone.”

Condenswater

Het advies is om een unit per 1.500 tot 5.000 m2 te plaatsen, afhankelijk van de hoeveelheid verdamping door het betreffende gewas en de ruimte hierboven. Het spreekt voor zich dat een volgroeid tomatengewas meer verdampt dan een potchrysant op een eb-vloed vloer.
Behalve dat de units actief water uit de lucht onttrekken, circuleren ze 22.000 m3 kaslucht per uur. Dit zorgt voor een uniform klimaat. Dat vertaalt zich in een gelijkmatig gewas. Bovendien zorgt de luchtbeweging voor plantactiviteit zodat de opname van calcium mogelijk blijft.
Zwinkels heeft de ontvochtiger het afgelopen jaar naar zijn zeggen op heel wat bedrijven met uiteenlopende teelten geïnstalleerd, zoals terrasplanten, potplanten, tomaten, moerplanten geraniums, sla op goten en anthuriums. De units werken optimaal tussen de 10 en 30°C.

Voordelen

Van Koppen heeft in de enkele maanden dat hij draait een aantal teeltvoordelen gezien. “Door te ontvochtigen hebben we een generatievere gewasstand, waar we letterlijk meer van kunnen oogsten. Wij proberen de lekkerste troscherrytomaten te maken. We gaan niet voor de bulk maar voor de inhoud. Ook de meer generatieve gewasstand draagt bij aan een betere smaak.”
Door de lagere luchtvochtigheid daalt de ziektedruk en met name de aantasting door schimmels. “De laatste vijf jaar zijn we steeds verder omlaag gegaan in energieverbruik, waardoor het gevaar op schimmelaantasting toenam. Vandaar dat ik gefocust ben op het terugdringen van vocht. Je ziet dat er nu minder vocht in de lucht zit.”
Een bijkomend voordeel is dat de teler de CO2 gemakkelijker binnenhoudt, doordat hij minder hoeft te luchten. Dat bevordert het groeiproces. En doordat het gewas slanker is, ontstaat er een betere balans tussen wortels en de bladeren en heeft Van Koppen geen last van een te hoge worteldruk. De teler gaat door met de ontvochtiger, maar het is nog open hoeveel units hij gaat aanschaffen en wanneer.

Samenvatting

Cherrytomatenteler Robert van Koppen doet een proef met een luchtontvochtiger in een kasafdeling van 1.500 m2. Warme, vochtige kaslucht condenseert tegen de koude ribben in de ontvochtiger. Niet alleen haalt hij dagelijks 1.000 liter vocht uit de lucht, waardoor de RV 6% lager is. Ook de RV en temperatuur zijn gelijkmatiger verdeeld. Andere voordelen van de lagere RV zijn onder andere een generatievere gewasstand, daling van de ziektedruk en een lager energieverbruik.


Potchrysantenteler Ruud Nederpel:

‘Efficiënte ontvochtiger maakt minimum raamstand en droogstoken overbodig’

De broers Theo en Ruud Nederpel uit Wateringen telen potchrysanten op 4 ha. Dit doen ze op eb-vloed betonvloeren. De teelt duurt 9 à 10 weken, waarbij het gewas 7,5 week lang 13 uur wordt verduisterd. Omdat de RV in de winter snel oploopt onder het verduisteringsdoek en energiedoek besloot hij om sinds begin december 2016 een ontvochtiger te huren voor een afdeling van 8.000 m2 om deze uit te testen.

“In ons geval liep de RV in de winter op tot meer dan 93%. Dit geeft problemen met ziekten, zoals Botrytis en roest, omdat de plant niet meer actief is. Tot op heden gebruiken we in de andere afdelingen een minimumbuis van 45ºC, kieren we met het schermdoek en verduisteringsdoek en luchten we af. Dit kost energie. In de testafdeling met luchtontvochtiging is de RV nog maar 83 tot 86 procent en hoeven we geen vocht meer af te voeren”, vertelt Ruud Nederpel. Hij voert ongeveer 54 liter water per uur af. Vooral in de herfst- en wintermaanden, met veel donker en ‘doods’ weer, is het voordeel naar verwachting het grootst.

Kostenplaatje

Ook over het gebruiksgemak is hij positief. “Hij is makkelijk aan te brengen. Je hoeft alleen de stekker in het stopcontact te steken en de condensor voert het water af. Dat water kun je eenvoudig in het retourwater van het eb-vloedsysteem laten lopen en hergebruiken in de teelt.”
Vanwege de positieve ervaring hebben de broers de eerste, gehuurde ontvochtiger inmiddels aangeschaft. Nu de winter voorbij is, gaan ze zich beraden of ze in het najaar ook voor de andere afdelingen gaan investeren in ontvochtigers. “Het gaat puur om de luchtvochtigheid in de herfst en winter. In de zomer is het droger en warmer. Het is een kostenplaatje: Hoeveel energie moet ik erin stoppen om vocht af te voeren? Hoeveel ziekten en plagen kan ik daarmee voorkomen? Hoeveel kwaliteitsverbetering levert het op? Dat ligt voor ieder bedrijf anders. Voor ons is het een interessante oplossing, omdat we de kas in de winter helemaal dicht willen houden. Door de vochtafvoer blijven de planten actiever. En een actieve plant is weerbaarder dan een plant met stress.”
Voor Gebr. Nederpel ligt de terugverdientijd op drie à vier jaar. “Dit is een aanname. We weten nog niet wat de energiebesparing is ten opzichte van andere jaren.”


Tekst en foto’s: Marleen Arkesteijn.

Gerelateerd

Zwavel verdampen vermindert noodzaak chemische correctie

Zwavel verdampen vermindert noodzaak chemische correctie

Als sinds jaar en dag wordt in de teelt van gerbera zwavel verdampt tegen echte meeldauw. De druk van meeldauw is toegenomen sinds het gebruik van verduisteringsdoeken en de opkomst van biologie. Door de verduistering zien we grotere schommelingen in luchtvochtigheid. De toename van het gebruik van biologische bestrijders maakt het lastiger om zwavel te gebruiken, omdat veel bestrijders zoals de sluipwespen Encarsia en Eretmocerus, de roofmijten A. swirskii, A. montdorensis, Phytoseilus persimilis en de galmug Feltiella allemaal erg gevoelig zijn voor zwaveldamp in de eerste weken na uitzetting.

Om de kans van slagen van opbouw van de bio-populatie te vergroten, moet de zwaveldruk worden verlaagd. Traditioneel gaan in de maand maart de verdampers dan ook voor een aantal weken uit om de biologie een snellere opstart te geven.

Gewenningsperiode

Toch zien we de laatste jaren dat verschillende bestrijders, als die eenmaal gevestigd zijn in een gerberagewas, ook in het najaar en de winter prima gedijen in combinatie met het verdampen van zwavel. Blijkbaar zijn deze bestrijders er tolerant/weerbaarder of resistent voor geworden, vooral Encarsia, Phytoseilus en Feltiella zien we vaak al spontaan weer terugkomen aan het einde van de winter.

Zwavelafhankelijk

Voor telers is dit een voordeel omdat ze eigenlijk nog steeds niet zonder zwavel kunnen. Zwavel is nog steeds de goedkoopste en meest milieuvriendelijke wijze van preventieve meeldauwbeheersing. Veel meer dan preventieve gewasbespuitingen. Een spuitronde in het voorjaar met Luna Privilege kan een langdurige preventieve werking geven, maar voor gevoelige rassen is dit vaak niet voldoende. Curatieve bestrijdingen zijn ook niet positief voor de gewassen en biologie, omdat het gewas enkele uren nat is.

Klimaat steeds bepalender

Het klimaat lijkt een steeds bepalendere factor te worden in de beheersing van meeldauw. Het voorkomen van trek of een sterke dip in luchtvochtigheid is daarbij het kernwoord. Niet meer (door)luchten met de windzijde blijkt onder meer in Canada een cruciale factor te zijn in dit kader. Ook in Nederland adviseren wij dit sinds ruim een jaar. Vooral in warme perioden zijn telers vaak geneigd toch met de windzijde te luchten, terwijl het gewas voldoende koelcapaciteit heeft om dit niet te hoeven doen. Het blijkt dat minder agressief luchten tot een veel betere meeldauwbeheersing kan leiden. Zwavel is nog steeds nodig, maar hiermee kunnen we noodzakelijke chemische correcties tot een minimum beperken.

Tekst: Marco de Groot, Flori Consult Group.

Gerelateerd