30MHz krijgt € 3,5 miljoen voor versterking van dataplatform Zensie

30MHz krijgt € 3,5 miljoen voor versterking van dataplatform Zensie

De investeringsmaatschappijen SHIFT Invest en Rabo Food & Agri Innovation Fund stellen 3,5 miljoen euro beschikbaar aan 30MHz. Dit it- en databedrijf voor de land- en tuinbouw gebruikt de investering om de ontwikkeling van het Zensie-platform te versnellen en het wereldwijde distributienetwerk te versterken.

Zensie is het eigen dataplatform van 30MHz dat draadloze en bedrade sensoren in het gewas koppelt. Met die data kunnen telers kosteneffectieve analyses maken om hun gewasproductie te optimaliseren. Zensie is gebouwd met input van telers en zorgt voor de productie van real-time, nauwkeurige en relevante gegevens. Telers kunnen daardoor hun sensoren op afstand inzetten en beheren en de belangrijkste groeicijfers inzien via een eenvoudig te gebruiken persoonlijk dashboard.

Snel en wendbaar

“We kennen het bedrijf en het team van 30MHz al een paar jaar en we zijn onder de indruk van hun snelheid en wendbaarheid. We verwachten dat 30MHz een belangrijke rol zal spelen in de toekomstige ontwikkeling van de digitale land- en tuinbouw. Aan de ene kant om innovatie te versnellen en aan de andere kant om met minder middelen een hogere kwaliteit te bereiken”, zegt Guus Verhees, managing partner bij SHIFT Invest.

Toegang tot nauwkeurige gegevens

De investeringspartijen zijn er trots op om in 30MHz te investeren en zo bij te dragen aan schaalvergroting om met een toonaangevende technologie een sterke marktpositie op te bouwen. “Toegang tot nauwkeurige en realtime gegevens over de teelt van gewassen blijft een uitdaging voor zowel hightech- als lowtech-kwekers”, zegt Richard O’Gorman, directeur van Rabo F&A Innovation Fund. “30MHz loopt voorop met een kosteneffectieve oplossing voor het leveren van gedetailleerde gewasanalyses en het verzamelen van gegevens waarmee telers baanbrekende analyses kunnen maken.”

Duurzame landbouw bevorderen

Volgens Verhees en O’Gorman ligt de investering in 30MHz in lijn met hun visie om duurzame landbouw te bevorderen. Zensie is ontwikkeld met hulp en expertise van specialisten in de tuinbouw- en landbouwsector, waaronder Wageningen Universiteit, Priva, Delphy en Rijk Zwaan. Het platform verzamelt en analyseert zijn gegevens uit diverse bronnen zoals sensoren in het gewas, klimaatsystemen en handmatige invoer door de gebruiker. 30 MHz stuurt de gegevens automatisch naar applicaties van derden, wat Zensie geschikt maakt voor low- tot hightech tuinbouw. Al meer dan 250 klanten gebruiken het platform onder wie BASF, Enza Zaden, Royal van Zanten en diverse kleinere groente- en plantenkwekerijen.

Doe-het-zelf-digitalisering

Jurg van Vliet, ceo van 30MHz: “Deze sector is rijp voor doe-het-zelf-digitalisering. Het gebruiksgemak van Zensie maakt het tot een zeer toegankelijk product in deze markt. Door samen te werken met onze klanten en partners zijn we hard bezig met de verdere ontwikkeling van het platform.” Mede-oprichter en cto Flavia Paganelli zegt: “We hebben een duurzaam product gecreëerd dat ook bruikbaar is in gebieden waar minder hulpbronnen beschikbaar zijn, zoals gebieden die zich pas recent economisch ontwikkelen. Zensie heeft het gemakkelijker gemaakt om kennis proportioneel te delen.”

Gerelateerd

Nieuwe mobiele fotosynthese-efficiency sensor geïntroduceerd

Nieuwe mobiele fotosynthese-efficiency sensor geïntroduceerd

Sendot heeft een mobiele sensor ontwikkeld die inzicht geeft in de fotosynthese-efficiency van de plant. Tuinders kunnen hiermee realtime zien hoe de plant omgaat met groeifactoren als temperatuur, instraling, CO2, zuurstof in de mat en VPD. Het instrument kan worden gebruikt om de plantgroei te controleren en beter te sturen.

Volgens Sendot zijn de huidige producten die de fotosynthese-efficiency meten veelal onderzoeksinstrumenten en zijn ze vaak lastig toe te passen voor teeltsturing. Daarom ontwikkelde het een handzaam en mobiel instrument, dat ook eenvoudig aangesloten kan worden op een klimaatcomputer. Hiermee kan de groei van de plant realtime worden gevolgd. De resultaten van deze fotosynthese-efficiency (EFF) sensor zijn vergelijkbaar met referentie meetinstrumenten, claimt de fabrikant uit Houten.

Plantstress voorkomen

De sensor bestaat uit een clip die aan het blad wordt bevestigd, waarna via het sensordisplay een meting kan starten. Naast deze ad-hoc meting kan de sensor in het veld loggen zodat de fotosynthese – eventueel in combinatie met de lichtintensiteit – realtime gemonitord kan worden. Het is belangrijk om in teelten een zo hoog mogelijke fotosynthese te realiseren. Een zeer lage fotosynthese-efficiency (<20-30%) is een teken van stress. Met behulp van de EFF-sensor kan eenvoudig worden gezien onder welke omstandigheden plantstress optreedt en hoe dit kan worden voorkomen.

Bron/foto: Sendot.

Gerelateerd

Plant Empowerment: balanceren op het koord van fysica en fysiologie

Plant Empowerment: balanceren op het koord van fysica en fysiologie

De nieuwste inzichten in Het Nieuwe Telen (HNT 2.0) zijn verwerkt in een begrip dat internationaal weerklank vindt: Growing by Plant Empowerment (GPE), vrij te vertalen als ‘de plant centraal’. Eind vorig jaar verscheen er een lijvig Engels boekwerk over, geschreven door drie pioniers van HNT. Aan belangstelling voor het boek, de workshops en seminars over dit zeer actuele fenomeen ontbreekt het niet. Wereldwijd leren telers, adviseurs én leveranciers graag hoe zij gewassen op efficiënte wijze maximaal kunnen laten presteren.

In de afgelopen twintig jaar is de geconditioneerde teelt van tuinbouwgewassen sterk geëvolueerd. Wat begon als een verkenning van de mogelijkheden om met gesloten kassen efficiënter te telen, mondde uit in Het Nieuwe Telen en een rijke schakering aan technologische hulpmiddelen om groeifactoren, kasklimaat en plantactiviteit nauwkeurig te kunnen volgen en sturen. De kennis, inzichten en ervaringen zijn inmiddels zover verbeterd, dat de stap naar een werkelijk integrale teeltstrategie kan worden gezet. Met als leidend voorwerp – hoe kan het ook anders – de plant.

De uitgangspunten van die integrale of holistische benadering worden beschreven in het boek Plant Empowerment the basic principles. De auteurs Peter Geelen, Jan Voogt en Peter van Weel hebben er een toegankelijk en rijk geïllustreerd naslagwerk van gemaakt, dat verplichte kost vormt voor iedereen die zich wil verdiepen in teeltsturing op basis van natuurkundige en plantkundige inzichten.

Zes balansen

Aan de basis staat het besef dat de plant zowel een levend fysiologisch organisme vormt als een object dat onderhevig is aan natuurkundige wetten. De groei en gezondheid van planten worden beïnvloed door zes balansen: drie plantbalansen (waterbalans, energiebalans en assimilatenbalans) en drie kasbalansen (vochtbalans, energiebalans en CO2-balans). Alles wat zich binnen de plant afspeelt, is gericht op het optimaliseren van de drie plantbalansen. De omgevingsomstandigheden dienen zodanig te zijn, dat de plant daarbij geen beperkingen ondervindt.

In het boek worden de balansen en de factoren die daarop van invloed zijn tot in detail beschreven. Op deze plaats volstaan we met de vaststelling dat het voor deze teeltmethode wenselijk is om de balansen voortdurend te monitoren en zodanig bij te sturen dat de plant bij een efficiënte inzet van energie en water optimaal, dus stressvrij, kan functioneren.

Groeiende invloed van technologie

“Teeltsturing op een dergelijke basis begint met een goed begrip van de fysische en fysiologische kaders”, zegt coauteur en voormalig Wagenings onderzoeker Peter van Weel, die sinds zijn pensionering parttime actief is als consultant en GPE-ambassadeur. “Het is complexe materie en om het ideaalplaatje te benaderen, moet er veel worden gemeten, doorgerekend en aangestuurd. Zowel binnen en buiten de kas als aan de plant. Veel parameters worden al heel lang gemeten. Een belangrijk verschil met vroeger is dat we nu veel scherper kunnen benoemen waar de schoen precies wringt en wat je daaraan kunt doen. Telers hebben tegenwoordig ook meer sensoren tot hun beschikking, waarmee ze onder andere de planttemperatuur en uitstraling kunnen meten. Op basis hiervan kunnen zij snel en efficiënt bijsturen.”

René Beerkens van Hoogendoorn Growth Management vult aan: “Feitelijk is de mens nu de beperkende factor. Goede telers worden schaarser en de wereldbevolking groeit snel. Het is logisch dat hightech tuinbouw mondiaal terrein wint en de interesse heeft van investeerders en technologiereuzen uit Amerika en het Verre Oosten.”

Data gedreven telen

Peter Reijm van LetsGrow.com, dat het boek uitgeeft, merkt op: “Voor ons is het werken met teeltdata en groeimodellen al jaren een kernactiviteit. Plant Empowerment belichaamt de nieuwste inzichten en is daarbij dus een leidend principe. Enkele grote klanten zijn al ver gevorderd met de implementatie op basis van data die wij voor ze verzamelen, analyseren en vertalen naar teeltmaatregelen.”

Een Nederlandse groenteteler concludeerde op basis daarvan dat hij in de zomer productiepotentieel liet liggen en heeft zijn teeltstrategie inmiddels bijgesteld. En voor een Mexicaanse klant is de dienstverlener samen met andere leveranciers in teamverband bezig om de teeltmethode in praktijk te brengen. “Naarmate wij meer klanten bedienen en meer data verwerken uit verschillende klimaatzones, leren wij de fijne kneepjes beter kennen en vertalen in toegevoegde waarde voor onze klanten”, aldus Reijm.

Partners

Toeleveranciers die dicht bij de tuinbouwpraktijk staan, erkennen het nut en de noodzaak van GPE dus al langer. Enkele daarvan helpen actief mee om het nieuwe fenomeen uit te dragen via presentaties, seminars, workshops en cursussen. Naast partners van het eerste uur zoals Hoogendoorn en LetsGrow zijn onder andere Saint-Gobain Cultilene, Hortilux, Koppert en Svensson betrokken bij het missiewerk.

Dat er nog heel wat missiewerk nodig is, beseffen de drie gesprekspartners. “Het kost tijd om oude inzichten en gewoonten los te laten en nieuwe aan te leren”, onderkent Van Weel. “Ook na alles wat er al over HNT is gezegd en geschreven, leven er nogal wat misverstanden. Zo wordt de oplossing voor horizontale temperatuurverschillen vaak gezocht in extra verwarmingscapaciteit, terwijl de werkelijke oorzaak meestal bestaat uit lekkende scherminstallaties en/of windinvloeden.”

Als tweede voorbeeld noemt de consultant het gegeven dat niet-verdampende plantendelen zoals bloemen en knoppen zichzelf niet kunnen koelen. “Die zijn vaak veel warmer dan de kaslucht. Dat kan leiden tot te kleine bloemen bij rozen of slechte zetting bij tomaat. Een voor de hand liggende reactie is dan om het zonnescherm dicht te trekken, maar daarmee neemt de instraling af en loopt het toerental van de fotosynthese terug. Luchtbeweging, bij voorkeur op gang gebracht door verticale ventilatoren, is een beter middel om de knoptemperatuur te verlagen. Als je het eenmaal weet is het logisch, zolang je het niet weet en aan de verkeerde knop draait, laat je groei en inkomsten liggen.”

Beter meetbaar

Beerkens: “Wat ik in het buitenland nogal eens hoor, is dat het bij HNT vooral zou draaien om energiebesparing. Ja, energiebesparing was ooit de aanleiding om nieuwe wegen te verkennen, maar het gaat natuurlijk over veel meer. ‘De plant centraal’ moet dat beeld corrigeren en daar werken we hard aan. Een ervaren teler vertelde me na afloop van een seminar: ‘Ik dacht dat ik het allemaal wel wist op basis van gevoel en ervaring, maar de feiten bewijzen nu toch dat een aantal processen anders werkt op plant- en klimaatniveau dan dat ik altijd heb aangenomen.’

Werken volgens deze principes maakt het groeiproces beter meetbaar en reproduceerbaar. Hier spelen we met onze automatsering op in. Dit biedt onze klanten wereldwijd nu al meer begrip en overzicht. Technologie krijgt in de nabije toekomst onherroepelijk een grotere invloed op de teeltstrategie.”

Kennisoverdracht

Voor klimaatschermproducent Svensson heeft de ontwikkeling van Het Nieuwe Telen nieuwe inzichten opgeleverd over de inzet van één of meerdere klimaatschermen. Door intensiever schermen met verschillende doektypen kun je energie besparen en het klimaat optimaliseren, zodat planten ook beter groeien. “Plant Empowerment is de doorontwikkeling van een beweging die zo’n twaalf jaar geleden in gang is gezet”, zegt climate consultant Ton Habraken.

Telers maken daar goed gebruik van en schermen winnen nog steeds aan belang, meent hij. “Was het tien jaar geleden in de paprikateelt nog gebruikelijk om op jaarbasis één scherm 1.800 uur dicht te trekken, nu is 3.000 tot 3.500 uur schermen met inzet van meerdere klimaatschermen, zoals een energiescherm en een zonnescherm, al heel gewoon.”

De doorontwikkeling van HNT heeft volgens Habraken veel kennis opgeleverd die is vertaald in specifieke materialen en installaties. “De bijdrage die schermen leveren aan goede teelt- en bedrijfsresultaten, is groter dan ooit”, zegt hij. “Wij zetten ons daarom al meerdere jaren in om het GPE-verhaal te vertellen. Dat doen we echt overal, van België en Nederland tot Australië, China en Canada. Het komt ook nadrukkelijk aan bod bij de begeleiding van telers door onze consultancy afdeling, die in de loop der jaren gestaag is uitgebreid. Kennisoverdracht is een wezenlijk onderdeel van ons commerciële proces en wezenlijk voor het rendement dat de klant ermee realiseert.”

Proactief sturen

Als substraatproducent is Cultilene vertrouwd met de waterbalans van de plant, die overigens niet los mag worden gezien van andere balansen en invloeden. “Het teeltsubstraat is een krachtig element om de productie en kwaliteit te beïnvloeden”, vertelt manager application manager Remy Maat. “Het geeft de plant houvast, hij neemt er water en voedingsstoffen uit op en doet dat bij voorkeur efficiënt. De vijf voornaamste parameters in dat verband zijn het watergehalte, de EC, de temperatuur in het wortelmilieu, het zuurstofgehalte en de pH. Afhankelijk van de teeltfase dienen deze ‘Big 5’ hun eigen karakteristieken te hebben.”

Het watergehalte en de EC zijn vrij eenvoudig te corrigeren, voor de temperatuur in de mat kan dat lastiger zijn. “Wanneer je begrijpt wat de plant op welk moment nodig heeft, kun je proactief sturen, heb je meer grip op de Big 5 en ervaart de plant minder stress”, vervolgt de substraatspecialist. “Wij faciliteren dat zo goed mogelijk met specifieke opkweekblokken en matten en adviseren onze klanten onder andere over beurtgroottes, beurtfrequenties en interen. Voor onze matten adviseren wij om tussen alle druppelaars een draingat te maken, zodat er een goede verversing plaatsvindt en er geen plaatselijke ophoping ontstaat van natrium. Je kunt dan ook een lager drainpercentage aanhouden, waardoor het waterverbruik afneemt.”

Boven- en ondergronds

“Wij denken in gebalanceerde ecosystemen en Plant Empowerment sluit daar naadloos op aan”, zegt crop consultant Mark van der Werf van Koppert Biological Systems. “Als een plant weinig stress ervaart, kan hij beter functioneren en zich beter verweren tegen ziekten en plagen. Biostimulanten kunnen de efficiëntie en weerbaarheid bevorderen, maar dan moet de basis wel goed zijn. Deze basis is de assimilatenbalans.” De verhouding tussen temperatuur en licht is volgens de consultant een belangrijke graadmeter voor stress en in sterke mate bepalend voor opname en distributie van nutriënten en de aanmaak en distributie van assimilaten.

De adviseur: “Dat geldt zowel boven- als ondergronds, want ook in het wortelmilieu geven planten suikers (exudaten) af ten behoeve van gunstige micro-organismen. Eén van de functies van deze gunstige micro-organismen is het beschermen van de plant tegen allerlei pathogenen. Stagneert de aanvoer van exudaten, dan verdwijnen deze beschermende micro-organismen en breken grondgebonden ziektes vaak door. In een gewas dat het voortdurend goed naar zijn zin heeft, blijf je ziekten en plagen ook zonder chemisch ingrijpen langer de baas.”

Het GPE-platform geeft Van der Werf en zijn collega’s de kans om het plantgezondheidsverhaal vanuit een andere context uit te dragen. “Een gezonde plant investeert niet alleen in groei en productie, maar ook in afweer en micro-organismen. Dit kost energie, maar uiteindelijk krijg je er een gezondere, beter producerende plant voor terug.”

Samenvatting

De nieuwste inzichten in plantkundige processen en de beïnvloeding daarvan door natuurkundige principes komen samen in het begrip Plant Empowerment. Daaruit blijkt dat de groei en gezondheid van planten wordt beïnvloed door zes balansen: de water-, energie- en assimilatenbalans van de plant en de vocht-, energie- en CO2-balans in de kas. Voor het monitoren en bijsturen van deze balansen zijn sensoren en data-analyse essentieel.

Tekst: Jan van Staalduinen.
Beeld: Pieternel van Velden en Jan van Staalduinen.

 

Draadloze sensoren kunnen bijdragen aan gelijkmatiger kasklimaat

Draadloze sensoren kunnen bijdragen aan gelijkmatiger kasklimaat

Bij de glasteelt van groenten en bloemen is een gelijkmatig kasklimaat van groot belang voor de oogstproductie- en kwaliteit. Om het klimaat goed te kunnen aansturen, is het belangrijk om goede meetpunten te hebben. De Business Unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research (WUR) onderzocht hiervoor het gebruik van draadloze sensoren. Een grid van sensoren blijkt hierbij een goede informatiebron om mogelijke klimaatverschillen te signaleren.

WUR voert het onderzoek uit op een rozenkwekerij in Zuid-Holland. De kas van deze rozenteler is 6,4 ha groot en was al uitgerust met vier zogenoemde meetboxen. De meetgegevens van deze boxen vormen de input voor de klimaatcomputer, die het klimaat in de kas aanstuurt. Voor het onderzoek plaatste WUR in totaal 106 draadloze sensoren van Technolution in de kas.

Visualiseren

De draadloze sensoren in de rozenkwekerij meten zowel de temperatuur als de luchtvochtigheid op elk hun respectievelijke locatie in de kas. Ventilatoren op de sensors minimaliseren het effect van straling op de gemeten temperatuur. De informatie die de sensoren verzamelen kan op een gebruiksvriendelijk dashboard worden gevisualiseerd op de computer. Zo zijn de meetgegevens van de sensoren eenvoudig inzichtelijk te maken.

25 keer nauwkeuriger

Uit het onderzoek van WUR blijkt dat het grid van sensoren het klimaat in de kas 25 keer nauwkeuriger meten dan de conventionele meetboxen. Hierdoor geeft het netwerk aan draadloze sensoren een beter beeld van de klimaatverschillen in de kas. De sensors geven namelijk gedetailleerd aan waar de warme en koude plekken in de kas zich bevinden en op welke locaties de luchtvochtigheid sterk varieert.

Data-analyse is lastig

Met de informatie die het grid van sensoren aanlevert, kunnen telers het klimaat handmatig bijstellen om de klimaatverschillen terug te dringen. Hierbij komen nog wel wat uitdagingen kijken, omdat klimaatverschillen van veel aparte factoren afhankelijk zijn. Voor het verminderen van klimaatongelijkheden zijn eveneens meerdere maatregelen mogelijk; denk daarbij aan het gebruik van ventilatoren of het open of dicht zetten van de kasramen. Om de data goed te analyseren en interpreteren zijn daarom soms teeltexperts of algoritmes nodig. Een alternatief hiervoor is het ontwikkelen van een teeltprotocol waarmee telers de juiste keuzes kunnen maken.

Bron: WUR. Foto: Guus Schoonewille/Technolution.

Gerelateerd

Hyperspectrale scan geeft inzicht in gewas- en vruchtkwaliteit

Hyperspectrale scan geeft inzicht in gewas- en vruchtkwaliteit

Er lijkt een nieuwe sensor op komst voor kwaliteitsmetingen aan gewassen tijdens de teelt. Kleine frequentiegebiedjes in het zichtbare en onzichtbare licht correleren namelijk met de aanwezigheid van specifieke voedingsstoffen, pigmenten en assimilaten in bladeren en vruchten. Hyperspectraalmetingen zijn niet destructief en geven real time inzicht, wat een efficiëntere teeltsturing binnen bereik brengt.

Telers hebben behoefte aan een sensor die in het gewas kan kijken en iets kan zeggen over uiteenlopende kwaliteitsparameters, zoals het gehalte aan assimilaten, drogestof en/of watergehalte, en de (gekwantificeerde) aanwezigheid van specifieke voedingsstoffen, zoals stikstof, kalium en calcium. Tot dat inzicht kwam Anja Dieleman enkele jaren geleden tijdens een rondgang met de begeleidingscommissie van een teeltonderzoek.

Precieze teeltsturing

“Daar bleek dat telers conclusies trekken en actie ondernemen op basis van globale waarnemingen en vermoedens”, vertelt de onderzoekster van Wageningen University & Research. “Ieder heeft zo zijn eigen ideeën over de gewasconditie, eventuele gebreken en kwaliteitsaspecten, maar hoe zit het nu echt?”

Op dit moment zijn telers voor concrete antwoorden aangewezen op laboratoriumanalyses van gewasmonsters. Die kosten tijd, meestal meerdere dagen. “Je loopt dus altijd achter de feiten aan en dat bemoeilijkt een precieze teeltsturing”, stelt Dieleman vast. “Wanneer de teler sneller een gedetailleerd beeld heeft van de werkelijkheid, kan hij teeltfactoren zoals CO2 doseren en belichting eerder optimaliseren en gewashandelingen zoals bladplukken of snoeien nauwkeuriger plannen. Dan zou hij bij een gelijke of lagere input van arbeid, energie, water en meststoffen dus nog meer uit zijn gewas kunnen halen.”

Specifieke lichtfrequenties

Hyperspectrale lichtmetingen aan gewasdelen en vruchten zouden de kloof wellicht kunnen overbruggen, meenden onderzoekers van Wageningen University & Research. Zij baseerden hun veronderstelling op kennis en experimenten uit het verleden, waaruit bleek dat er een relatie is tussen het reflectiespectrum van bladeren en vruchten en de concentratie van relevante nutriënten, pigmenten (onder andere chlorofyl) en assimilaten (suikers en zuren).

Wanneer dit kan worden vertaald naar een praktisch toepasbare sensor voor dagelijks gebruik in kassen, zou dat een waardevolle aanvulling op het instrumentarium kunnen vormen. Eerst moest echter worden aangetoond of de vermoedens in een solide onderzoek houdbaar bleken.

Opzet onderzoek

Onder leiding van Dieleman en onderzoeker hyperspectrale beeldverwerking Gerrit Polder werd een onderzoeksvoorstel opgetuigd, dat enthousiast werd ontvangen door zowel telers als de betrokken beleidsmedewerkers van het programma Kas als Energiebron, dat het project financierde.

Het voorstel omvatte een tomatenteelt met vijf verschillende rassen (2 tros, 2 cocktail en 1 cherry), die garant stonden voor een grote variatie in drogestofgehalten en aangemaakte assimilaten (suikers en zetmeel). Door de planten op gezette tijden te stressen werd de variatie versterkt, wat wenselijk was om met grotere zekerheid verbanden te kunnen aantonen of ontkrachten.

Polder ontwierp een meetopstelling met twee camera’s die zeer specifieke lichtfrequenties kunnen meten; een camera voor het frequentiegebied tussen 400 en 1.000 nanometer (waarin zich het zichtbare spectrum bevindt) en een camera voor het frequentiegebied van 900 tot 1.700 nm. Door de camera’s over het gewasmonster heen te laten bewegen, ontstaat er per pixel – de specifieke plaats waar wordt gemeten – een reflectiespectrum waaruit na analyse een gedetailleerd beeld van de gewas- en vruchtkwaliteit is af te leiden. Ter referentie werden de gewasmonsters na het scannen in verschillende laboratoria geanalyseerd volgens de gebruikelijke methoden.

Behandelingen en resultaten

Tijdens de teelt zijn diverse behandelingen aangelegd om de aanmaak van assimilaten en drogestofpercentages te variëren (trossnoei, blad verwijderen en blad laten hangen) en om verschillen in nutriëntengehaltes te creëren (bladeren wel of niet laten hangen, EC-verlaging). Wat leverde dat uiteindelijk op?

Dieleman: “Behoorlijk wat, zagen wij tot ons plezier. Ten aanzien van bladeren en vruchten blijkt hyperspectrale analyse echt iets te kunnen zeggen over de gehalten aan suikers en zuren, pigmenten – in het geval van tomaat: chlorofyl en carotenoïden – en drogestofgehalten. We vonden een redelijke correlatie met zetmeel, totaal stikstof en calcium (zie figuur). Voor andere nutriënten lijkt hyperspectraalmeten niet accuraat. Desondanks stellen wij vast dat deze techniek op een aantal relevante vlakken zeer bruikbare informatie oplevert.”

Toekomstperspectief

Gerrit Polder is het met die conclusie eens. “Wij zien echt perspectief voor toepassing van hyperspectraalmetingen in de praktijk. Niet in de vorm die wij hier hanteerden, want die is voor telers niet erg praktisch. Wel in de vorm van een hanteerbaar, mobiel apparaat waarmee je in het gewas op een non-destructieve manier metingen kunt verrichten aan gewasdelen, inclusief vruchten.”

Dieleman: “Het zou beslist een waardevolle aanvulling kunnen zijn voor de gereedschapskist waarmee telers hun teelten sturen en beslissingen nemen. Een belangrijk voordeel is dat de techniek in principe geschikt is voor zeer plaatselijke analyses en vrijwel direct uitsluitsel geeft over de status van het gewas. Dat kan telers helpen op momenten dat zij moeten beslissen om wel of geen blad te plukken, te schermen of andere instellingen aan te passen. Wij hebben bewust een grote variatie gecreëerd in de verschillende parameters die we onder de loep wilden nemen.”

De volgende stap zou zijn om na te gaan of hyperspectraalcamera’s ook in een reguliere teelt kunnen worden gebruikt om de gehaltes aan inhoudsstoffen en drogestof te bepalen. Dat betekent dat er bij een vervolgonderzoek regelmatig moet worden bemonsterd en gemeten op momenten die er voor de teler toe doen. “Wij hopen dat telers en toeleveranciers er voldoende perspectief in zien om zo’n onderzoek binnen enkele jaren mogelijk te maken”, aldus Dieleman.

Samenvatting

Hyperspectrale camera’s kunnen op basis van specifieke lichtfrequenties real time uitsluitsel geven over de kwantitatieve aanwezigheid van bepaalde assimilaten, pigmenten en (in mindere mate) nutriënten in bladeren en vruchten. Dit kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwe sensoren waarmee telers hun teeltsturing kunnen aanscherpen en het maximale uit hun gewas kunnen halen. Belangrijk voordeel is dat de techniek geschikt is voor zeer plaatselijke analyses en vrijwel direct uitsluitsel geeft over de status van het gewas.

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen.





Gerelateerd