Nieuwe regels voor veiligheid leiden tot herontwikkeling schaarwagens

Nieuwe regels voor veiligheid leiden tot herontwikkeling schaarwagens

Naar aanleiding van nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid, gaf Berg Hortimotive de Benomic schaarwagens een nieuw design. Via een re-engineeringtraject ontstond de nieuwe, ergonomische S-line. Deze wagens voor het werk aan hoge draad gewas zijn goedgekeurd door de TüV.

Bij de herontwikkeling maakte de fabrikant uit De Lier gebruik van ‘de laatste stand der techniek’. Hierdoor zijn de buisrailwagens efficiënter, makkelijker in gebruik en comfortabeler. Door de nieuwe schaarconstructie zijn hoogtes tot 6,6 m te bereiken, zonder het gewas te beschadigen.

Nieuwe schaarconstructie

De Benomic S-Line serie is een ergonomische, robuuste en flexibele schaarwagen voor onder meer de verzorging van tomatenplanten (draaien en dieven). De nieuwe serie is op verschillende punten aangepast en verbeterd. Zo is de schaarconstructie bijvoorbeeld volledig nieuw ontwikkeld, waardoor de krachten optimaal worden verdeeld. Dit bevordert de stabiliteit en beperkt slijtage.

Ergonomie

Door het nieuwe, ergonomische ontwerp kunnen medewerkers veiliger en comfortabeler hun werkzaamheden op hoogte uitvoeren. Zo is een extra veiligheidsrail aangebracht en wordt de snelheid tijdens de neerwaartse gang in het laatste stadium sterk teruggebracht. Hiermee spaart de gebruiker zijn nek en rug.
Het compacte, stevige plateau is verder aan twee zijden toegankelijk zodat medewerkers de schaarwagen altijd kunnen betreden of verlaten.

Bedieningsconsole

Voor het bedienen van de schaarwagen is er een moderne bedieningsconsole waarop ook een USB poort zit voor bijvoorbeeld het aansluiten van een mobiele telefoon of een ventilator. De schaarwagens zijn makkelijk te onderhouden omdat servicedelen direct en van bovenaf bereikbaar zijn. De Benomic S-Line is in drie varianten verkrijgbaar die een hoogte van respectievelijk 3,5, 5 en 6,6 m kunnen bereiken.

Gerelateerd

Beter lichtverlies dan kwaliteitsverlies

Beter lichtverlies dan kwaliteitsverlies

Met de huidige natte en sombere dagen lijkt het nog niet actueel, maar het is voor zowel de belichte als de onbelichte tomatentelers van belang om na te denken over het aanbrengen van krijt of coating op de kas. Dat lijkt vroeg, maar de lente komt snel. Bovendien gaf het warme en scherpe weer van de zomer van 2018 met name in de belichte teelt veel problemen.

Neusrot, tomaten los van de tros en een dunner, generatiever gewas, allemaal kwaliteitsproblemen van vorig jaar als gevolg van de uitzonderlijke weersomstandigheden. Maar zo’n zomer kunnen we zomaar opnieuw beleven. Dus is het zaak genoemde effecten dit jaar te voorkomen.
Dat kan door het aanbrengen van schermcoatings om de instraling te verminderen. Ja, dat levert lichtverlies op, maar biedt ook mogelijkheden om vocht en CO2 binnen te houden. Wat je enerzijds aan licht verliest, win je aan de andere kant met CO2 en luchtvochtigheid.

Opties

Bij de keuze van de coating zijn er uiteraard meerdere opties. Een diffuse coating is met name een optie voor de belichte gewassen, die pas in het najaar worden beëindigd. Daarmee kom je goed de zomer door met een beperkt lichtverlies. De belichte teelten, die in de zomer worden gewisseld, hebben meer baat bij ‘normale’ schermmiddelen, die vooral licht- en warmtewerend zijn. Wil je de oude gewassen goed beëindigen en jonge gewassen goed laten weggroeien, dan is het belangrijk te veel aan licht en warmte weg te nemen. Aanvullend aan de coating kan dan ook nog het donkerscherm worden gebruikt.

Twijfel

De twijfel bij telers om een coating aan te brengen heeft vrijwel altijd te maken met de vrees voor lichtverlies. Telers willen flexibel zijn en het aanbrengen van een coating is een vast gegeven. Mijn stelling is echter dat je beter wat lichtverlies kunt hebben dan kwaliteitsverlies van het te oogsten product.

Tekst: Willem Valstar, StarGrow Consultancy.

Gerelateerd

Westlands collectief West 10 wil zuiveren, maar ook schoon gietwater

Westlands collectief West 10 wil zuiveren, maar ook schoon gietwater

Waterzuivering en voldoende schoon gietwater zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, vindt tomatenteler Maurice Weijs. Hij pleit voor een grootschalige aanpak, niet alleen in zijn eigen polder maar in het hele Westland. Op zijn bedrijf kan hij in feite terug naar nullozing om aan de zuiveringsplicht te voldoen, maar die oplossing gaat hem niet ver genoeg. “De prijs van water is laag, maar de waarde ervan is hoog.”

In de bedrijfsruimte van tomatenkwekerij Van Kester-Weijs in De Lier staan pallets vol nieuwe substraatmatten te wachten totdat de kas volledig is gereinigd. In december is de teeltwisseling in volle gang. Het bedrijf is 6 ha groot. De ondernemers telen onbelichte snoeptomaatjes.

Achter de bedrijfsruimte ligt het waterbassin, dat door de regenval van de afgelopen periode tot aan de overloop is gevuld. Het bassin is destijds aangelegd volgens de geldende normen. Op het kasdek van deze tomatenteler valt jaarlijks 900 tot 950 mm regen (bron: KNMI). Hij heeft daarvan iets minder nodig om zijn gewas te laten groeien. In theorie valt er dus meer dan voldoende water om droge periodes te overbruggen, maar daarvoor is het bassin te klein.

In droge tijden moet de tomatenteler overstappen op osmosewater. Dat doet hij liever niet, want dit gezuiverde bronwater is duur. “Jammer dat zoveel goed, schoon regenwater via de overloop naar het oppervlaktewater gaat”, vindt hij, “terwijl je het op andere momenten in het jaar zo goed kan gebruiken.”

Dynamisch project

Weijs en zijn collega’s in de Kralingerpolder zijn verenigd in Coöperatie Waterzuivering West 10, opgericht in januari 2018. De adviescombinatie Flynth, Rombou en Inno-Agro begeleidt deze ondernemers om te voldoen aan de zuiveringsplicht. Sebastiaan Zwinkels, Innovatie Adviseur bij Inno-Agro is manager van het project en zorgt in overleg met het bestuur voor uitvoering van het ingediende businessplan. Hierbij wordt ook kennis uitgewisseld met de collectieven van West 33, MDEL 04 en West 12. Op tafel ligt een kaart waar de deelnemende glastuinbouwbedrijven zijn ingetekend. “Inmiddels is deze kaart alweer achterhaald”, legt hij uit. Waterzuivering blijkt een dynamisch project.

Ondernemers die zich hebben aangesloten bij dit collectief hebben drie jaar uitstel gekregen om aan de wetgeving te voldoen. Inmiddels is daarvan een jaar verstreken en zijn verschillende varianten de revue gepasseerd. De uitdaging voor het bestuur en de adviescombinatie is om een duurzame en tegelijkertijd betaalbare toekomstgerichte oplossing te vinden. Er zijn meerdere opties met ieder een eigen prijskaartje.

De zuiveringsvarianten

De meest voor de hand liggende optie is om het bestaande rioleringsstelsel in het gebied te gebruiken. Hierbij zijn er twee varianten, laat Zwinkels zien. In de eerste variant gaat het afvalwater naar afvalwaterzuiveringsinstallatie de Groote Lucht of de Nieuwe Waterweg. Dan moet er wel een nieuwe leiding worden aangelegd vanaf het verzamelpunt in De Lier. Een tweede variant is de bouw van een eigen mini-rioolwaterzuiveringsinstallatie in het gebied.

Een derde mogelijkheid uit het businessplan is om een leidingnetwerk met een aanvoer en retourleiding voor tuinbouwwater aan te leggen. Zo kan het lozingswater van alle aangesloten bedrijven worden afgevoerd naar één centraal geplaatste zuiveringsinstallatie. Vervolgens gaat het gezuiverde water (effluent) via een aantal ontsmettingsstappen en een retourleiding weer terug naar de aangesloten bedrijven, zodat zij dit water kunnen hergebruiken.

Zoetwaterfabriek

Steeds vaker valt echter de term ‘zoetwaterfabriek’. Dit is een omvangrijk leidingnetwerk in het Westland, die alle bassins van deelnemende tuinbouwbedrijven aan elkaar koppelt. Het regenwater dat op de kasdekken valt, gaat dan naar een grote waterbuffer voor opslag. In droge periodes kunnen de deelnemende bedrijven dit weer gebruiken. Er wordt onderzoek gedaan naar verschillende varianten om water te bufferen. Zo loopt er een studie naar infiltratie van schoon water in de bodem. “Dat is niet eenvoudig”, legt Zwinkels uit. “Je moet onder andere rekening houden met ondergrondse waterstromen.”

Het Westland heeft te maken met oprukkend kwelwater vanaf de Noordzee. Bovendien is het gezegend met een oude erfenis van Gist Brocades in Delft, dat op hoogtijdagen zo’n 1.200 m3 water onttrok aan het grondwater voor koeling. Nu de fabriek het koelwater niet meer nodig heeft, wordt het oppompen van dit grondwater uiterst langzaam afgebouwd. Langzaam, want dit heeft grote impact op de bebouwing in dit gebied. Met lede ogen ziet Maurice Weijs aan dat dit water nu nog met 1.000 m3 per uur in de Noordzee wordt gepompt. “Hoeveel tomaten kun je daarvan telen”, bedenkt hij.

Er zijn meer waterbronnen. Afvalwaterzuiveringsinstallatie Harnaschpolder heeft een effluentstroom van circa 1.000 m3 per uur. Dit water kan met de juiste zuiveringstechnieken misschien ook geschikt zijn voor de glastuinbouw, evenals dat van de twee andere zuiveringsinstallaties Nieuwe Waterweg en De Groote Lucht.

Beter nadenken

Nog een optie is de aanleg van een waterberging in de vorm van één of meer afgesloten meren of plassen. Dat zou een goede oplossing zijn, als daar ook plaats voor is vrij te maken. “Iedereen in onze omgeving heeft afgelopen zomer een watertekort gehad. Dat stemt tot nadenken”, vindt de tomatenteler. “Kijk naar landen in Zuid-Europa met periodes van droogte. Daar zijn stuwmeren aangelegd om de regio van voldoende gietwater te voorzien. Wij moeten daar beter over nadenken.”

Weijs is groot voorstander van een goede zoetwatervoorziening, maar het mag duidelijk zijn dat die niet in één of twee jaar is te realiseren. Bovendien is de coöperatie daar te klein voor en zouden andere collectieven moeten aansluiten.

Het liefst zou hij zien dat er nu een gecombineerde oplossing komt voor het zuiveren van afvalwater en het zeker stellen van voldoende schoon gietwater, maar de tijd dringt. “Misschien moeten we zoeken naar een tijdelijke oplossing die geschikt is om verder uit te bouwen”, vindt hij. “Want als er een nieuw leidingstelsel door ons gebied moet worden aangelegd, dan wil je meteen alle leidingen tegelijk aanleggen.”

Nullozing

Ondanks deze ontwikkeling binnen het collectief houdt Weijs op zijn bedrijf rekening met de huidige regelgeving. “Ik ben blij dat we al recirculeren”, legt hij uit. Tijdens de teeltwisseling gebruikt hij middelen die niet schadelijk zijn voor het milieu. In feite is hij al flink op weg naar nullozing.

“Door de droge zomer en het prille onderzoek is iedereen zich bewuster geworden van water. In onze regio is de prijs van water laag, maar de waarde ervan is hoog.”

Samenvatting

Coöperatie Waterzuivering West 10 onderzoekt niet alleen collectieve zuivering van afvalwater, maar denkt gericht na over de beschikbaarheid van voldoende schoon gietwater, een zogenaamde zoetwaterfabriek. Dit grotere plan kunnen de ondernemers niet alleen uitvoeren. Daarvoor hebben zij hulp nodig van andere collectieven en de overheid. Tomatenteler Maurice Weijs wil beide thema’s tegelijk aanpakken, zodat de infrastructuur in het gebied in één keer kan worden aangepakt.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden.


Centrale oplossing niet altijd aantrekkelijk

Adviesbureau AAB NL in Honselersdijk begeleidt drie waterzuiveringsclusters in het westen van het land. Dit zijn een cluster in Bleiswijk, cluster Casembrootlaan in Poeldijk en cluster Oranjepolder in Maasdijk.

Adviseur Alwin van Ruijven laat weten dat de voorgenomen plannen niet in alle gevallen worden uitgevoerd. Ondernemers in de Oranjepolder maken gebruik van AWZI Nieuwe Waterweg. Het cluster in Poeldijk heeft na onderzoek besloten om op dezelfde zuiveringsinstallatie aan te sluiten, maar moet daarvoor wel een leiding aan laten leggen. Het cluster in Bleiswijk is inmiddels opgeheven. “Daar heeft een aantal telers besloten om de zuivering op het eigen bedrijf te regelen, waardoor een centrale oplossing niet meer interessant is.”


 

Looye Kwekers en RedStar blazen fusie af

Looye Kwekers en RedStar blazen fusie af

De fusie tussen de Westlandse tomatenteeltbedrijven Looye Kwekers en RedStar is van de baan. Afgelopen vrijdag brachten de tomatenkwekers naar buiten dat de eerder aangekondigde samensmelting van beide partijen toch geen doorgang vindt.

In een gezamenlijke persverklaring geven de twee familiebedrijven aan dat ze ‘na intensieve gesprekken geen overeenstemming bereikten over de zeggenschap tussen de aandeelhouders van de ondernemingen’. Een externe woordvoerder van de kweekbedrijven laat weten dat de partijen geen nadere toelichting willen verstrekken.

Aandeelverhoudingen

In het oorspronkelijke fuseringsplan zou eigenaar van Looye Kwekers Jos Looije de grootste aandeelhouder worden van de nieuwe onderneming. Liefdadigheidsstichting Theo en Sophia van der Kaaij zou het op een na grootste aandeel van het nieuwe tomatenteeltbedrijf, terwijl de kinderen van Cor en Dirk van der Kaaij van RedStar een kleiner aandeel in de teeltonderneming zouden krijgen. Op termijn zouden de twee families elk 50% van de zeggenschap in het nieuwe bedrijf krijgen.

Top 5-speler

De twee teeltbedrijven hadden een gezamenlijke omzet van ongeveer 180 miljoen euro in 2017. Hierdoor zou de zou de nieuwe onderneming in één klap een top 5-speler op de Nederlandse markt zijn geworden, als de fusie was doorgegaan. Met een omzet van 105 miljoen in 2017 is RedStar de grootste van de twee kwekerijen. Zowel RedStar als Looye Kwekers geven aan ‘met respect’ uit elkaar te zijn gegaan en benadrukken dat de versmelting van de twee bedrijven goed was geweest voor beide partijen.

‘Erg jammer’

“Het is erg jammer dat onze bedrijven niet samengaan, aangezien er voordelen voor de bedrijven zelf en de klanten aan zouden zitten”, laat Jos Looije weten. Ook Cor van der Kaaij, een van de aandeelhouders van RedStar, betreurt het afketsen van de fusie. “Het is jammer dat de samenwerking geen gestalte heeft gekregen, omdat beide bedrijven goed bij elkaar passen en elkaar uitstekend aanvullen.”

Zoektocht nieuwe bestuurder

Onderdeel van de fuseringsplannen was de aanstelling van de algemeen directeur van Looye Kwekers Heleen van Gulik als directeur van het nieuwe teeltbedrijf. Ad interim-directeur Kees van Oostenrijk van RedStar vertrok daarom eind vorig jaar bij het tomatenteeltbedrijf. Van Gulik blijft na het afblazen van de samensmelting directeur bij Looye Kwekers, de positie van algemeen directeur bij RedStar is nog niet vervuld.

Bron: Volkskrant. Foto: Het Financieele Dagblad.





Gerelateerd

Onderzoek met biostimulatoren moet leiden tot gezondere tomaten

Onderzoek met biostimulatoren moet leiden tot gezondere tomaten

Potplantentelers produceren op bestelling. Groentetelers maken hun producten en kijken dan wat de klant ervoor over heeft. Waarom niet extra waarde creëren, zoals gezonder of meer duurzaam geteeld en dit gebruiken als ‘unique selling point’, waarmee telers zich kunnen onderscheiden? Peter Klein beproeft dit op kleine schaal met tomatenplanten in een proefkas in Naaldwijk.

Klein houdt zich met zijn bedrijf Biota Nutrients bezig met de verkoop, productie en ontwikkeling van vloeibare organische meststoffen en biostimulanten. Daarachter schuilt een idealistisch doel: het wereldwijd bereikbaar maken van gezond en biologisch voedsel met extra voedingswaarde door gebruik te maken van organische meststoffen uit afvalstromen. Deze circulaire gedachte gaat ook steeds meer leven bij de afnemers.

Wat betreft Klein is dit een plan in twee fases. “Eerst willen we kijken of we met biostimulanten de smaak, houdbaarheid en het gehalte aan inhoudsstoffen kunnen verbeteren. Denk bij inhoudsstoffen aan onder andere lycopeen en antioxidanten. De vervolgstap wordt organisch telen met meststoffen gemaakt van reststromen.” Hij heeft in eerste instantie voor de tomaat als proefgewas gekozen omdat dit voor de glastuinbouw het grootste gewas is.

Een eerste proef

Klein vroeg kennisvouchers aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) om te zien of het überhaupt mogelijk is om de inhoudsstoffen, smaak en houdbaarheid te verhogen met een mengsel aan biostimulanten. Hij liet daarvoor van januari tot augustus 2018 een proef uitvoeren bij World Horti Center in een afdeling van 85 m2, uitgerust met twee waterunits. De afdeling staat vol met honderd tomatenplanten van het ras Brioso, waarvan de helft een standaard voedingsoplossing toegediend kreeg en de andere helft kreeg behalve deze standaard oplossing ook een mengsel mee van biostimulanten en micro-organismen.

Teeltmanager Ary de Jong van Demokwekerij Westland verzorgde de teelt. Onderzoeksmanager Jeroen Sanders beoordeelde de plantmetingen en Inno-Agro zorgde voor het projectmanagement. “We laten het gewas groeien zoals een teler dit ook zou doen. En als er advies van een teler nodig is, hebben we er snel een gevonden”, legt De Jong uit. “Voor ons was het een regulier teeltonderzoek. Er is vooral veel labwerk aan.” Tijdens het onderzoek hield hij de productie en standaard planttellingen bij (kopdikte, bladlengte, bloei en zetting).

“Bij Prominent hebben de oogstbare tomaten meegedaan aan de bewaarproeven, waarbij ook naar de smaak is gekeken. Bij Wageningen University & Research hebben we twee keer een smaaktest laten uitvoeren en er zijn tweemaal inhoudsstoffen gemeten door een onafhankelijk laboratorium in Madrid”, voegt Klein toe.

Voedingsoplossing met extra’s

Hij werkt op diverse fronten samen met kennisinstellingen en bedrijven om aan die juiste ingrediënten voor zijn mengsel te komen. Er zit onder andere een bacteriepreparaat in dat hij vorig jaar uit het wortelmilieu van tomatenplanten isoleerde in samenwerking met het Spaanse biotechnologiebedrijf Kimitec. Samen met dit bedrijf en de universiteit van Sevilla ontwikkelde hij een gefermenteerd plantenextract. “Dit plantenextract verbetert de kleurintensiteit van de vrucht en verhoogt het lycopeengehalte in tomaat.”

Klein voegt verder huminezuur toe dat zorgt voor een betere beschikbaarheid van de mineralen en calcium in organische vorm. Een oplossing van aminozuren afkomstig van plantenresten, bijvoorbeeld soja, zorgt voor de verlaging van stress. “In de Nederlandse tuinbouw zijn de teeltomstandigheden optimaal, behalve deze zomer. De aminozuren laten nauwelijks een verschil zien. In landen waar de teeltomstandigheden minder optimaal zijn en bijvoorbeeld de temperatuur in de kop van de plant op kan lopen tot 40°C, zien we tot 20% meerproductie.”

Meerwaarde zonder productieverlies

De resultaten vielen Klein niet tegen. “De productie bij de tomaten met het toegevoegde mengsel aan biostimulanten lag in het begin ruim 8% hoger. Later ging de productie van de beide voedingsoplossingen meer gelijk lopen. We kunnen niets zeggen over het verloop tot het einde van de teelt, omdat we in augustus zijn gestopt. De brixwaarde, smaak en houdbaarheid lagen ongeveer gelijk. Wel vond het Spaanse lab op alle fronten meer inhoudsstoffen, zoals lycopeen, bèta-caroteen, eiwitten, mineralen en droge stof.”

De Jong is positief. “Het verbeteren van een eigenschap gaat vaak ten koste van productie. Dat geldt bijvoorbeeld voor geur bij roos en smaak bij honingtomaatjes. In deze proef ging het extra gehalte aan lycopeen niet ten koste van de productie of de kwaliteit.” Het komende seizoen wil Klein het mengsel van biostimulanten in de praktijk gaan testen. Het liefst bij meerdere telers.

Vervolgstap is organisch

Voor Klein vormen de biostimulanten een eerste stap. “We werkten in deze proef nog met traditionele chemische meststoffen. De toevoeging vormde als het ware een tussenstap naar telen op 100% organische meststoffen. Organisch telen is een ander verhaal. Het heeft zoveel impact op de bedrijfsvoering dat een teler die overstap niet in een keer gaat doen. We willen daarom een systeem neerzetten dat gelijkwaardig is.”

Telen met organische meststoffen vraagt om een andere aanpak. De pH en de planten reageren anders. “We willen eerst een concept er omheen bouwen met een duidelijke teelthandeling, zodat telers weten hoe ze ermee om moeten gaan. We denken dat het over tien jaar zo ver is dat iedere tomaat wordt geteeld met organische meststoffen die afkomstig zijn van reststromen zonder dat dit kwaliteitsverlies oplevert. Hoe dit uiteindelijk meerwaarde oplevert, is een marketingtechnisch verhaal. Denk aan duurzaam en gezondheid.”

Hij heeft subsidie aangevraagd voor een nieuwe proef in samenwerking met Demokwekerij Westland. Deze keer met organische meststoffen in komkommer. “We willen het hele meststoffenpakket vervangen door organische meststoffen. Het doel is om de komkommers te telen met een gelijkblijvende productie. Ik verwacht dat het twee tot drie jaar zal duren voordat we hier informatie over kunnen delen.”

Samenvatting

Door vruchtgroenten zoals tomaat extra waarde mee te geven in de vorm van een betere smaak, houdbaarheid, extra inhoudsstoffen of organische teelt, kunnen telers ‘unique selling points’ creëren. Het afgelopen seizoen is een proef uitgevoerd om te laten zien dat het mogelijk is om een tomaat met een hoger lycopeengehalte te telen zonder kwaliteits- of productieverlies. Simpelweg door de toevoeging van een mengsel van biostimulanten en micro-organismen. Vervolgstap is telen met organische meststoffen afkomstig uit afvalstromen.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn.





Gerelateerd