‘We kunnen straks met efficiënte belichting energieverbruik halveren’

‘We kunnen straks met efficiënte belichting energieverbruik halveren’

Niemand twijfelt over de revolutie die LED’s veroorzaken in kassen en klimaatkamers. Jonge onderzoekers storten zich met liefde op dit gewilde onderwerp. Binnen het programma ‘LED it be 50%’ moeten veel deelprojecten meer kennis opleveren over de invloed van het spectrum op de fysiologie van tomatenplanten. Vier jaar onderzoek levert al veel aanknopingspunten op.

“Als we in de glastuinbouw de overstap maken van hogedruk natriumlampen (SON-T) naar LED-verlichting, dan geeft dit inmiddels een besparing van 40% energie op de omzetting van elektriciteit in licht. Daarnaast is nog een besparing van 30% mogelijk door LED’s slim te plaatsen en te variëren met kleuren, intensiteiten en de timing ervan. Tel daarbij op dat je iets meer warmte-input nodig hebt om de stralingswarmte van SON-T-lampen te compenseren en een totale besparing van 50% is zeer reëel, mits we tevens gebruik maken van principes van Het Nieuwe Telen.”

Op zijn werkplek bij Wageningen University legt hoogleraar Leo Marcelis zijn kaarten op tafel. Samen met een groep van acht promovendi en drie postdoctoraal onderzoekers verkent hij dit terrein binnen het programma ‘LED it be 50%’, waarbij tomaat het voorbeeldgewas is. In dit programma, dat vier jaar geleden startte, werken vijf universiteiten en negen bedrijven samen.

Risico’s nieuwe technieken

“De toename van belichte teelten in de glastuinbouw is aanleiding voor dit onderzoek. Momenteel gebeurt dat voornamelijk met SON-T-lampen. Het is een beproefde en nog steeds betaalbare techniek. De investering in nieuwe technieken brengt risico’s met zich mee en is kostbaar. Gericht onderzoek moet die risico’s terugbrengen”, legt Marcelis uit.

SON-T-lampen geven 1,8 µmol licht per joule. De modernste LED’s gaan naar 3 µmol per joule. Verder verbeteren van de efficiency is een taak voor bedrijven. Maar het optimaliseren van de relatie tussen licht en plantenfysiologie past echt bij de onderzoeksinstellingen.

Marcelis: “We zien kansen door te spelen met spectrum (lichtkleuren) en positie. Alleen licht dat door bladeren wordt geabsorbeerd geeft groei. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat het licht daar ook terecht komt? En wat is de invloed van spectrum, intensiteit en belichtingsduur op de balans tussen vegetatieve en generatieve groei?”

Verrood in de opkweek

Onderzoek naar het lichtspectrum van blauw naar rood en met name de toepassing van verrood licht heeft al veel aandacht gekregen. Jonge planten reageren sterk op lichtkleuren, waarbij blauw licht lengtegroei remt en rood licht juist het omgekeerde doet. In een proef met jonge tomatenplanten zijn aan het blauw-rode LED-spectrum verschillende hoeveelheden verrood licht toegevoegd. Dit gebeurde gedurende de totale belichtingsperiode en in één behandeling alleen aan het einde van de dag. Naarmate de hoeveelheid verrood licht toenam werden de planten langer.

Dit gegeven kan interessant zijn in de opkweekfase. Zo kan de plantenkweker de plantvorm beïnvloeden en zo tegemoet komen aan de wensen van zijn klant. Maar het verrode licht doet meer. Marcelis: “We zien iets versnelling van de bloei. De plantopbouw gaat sneller. Je kunt dus een recept ontwikkelen, waarbij je de planten in het begin iets stimuleert met verrood licht, waarna de afkweek met een ander spectrum plaatsvindt. Ik raad plantenkwekers aan hiermee aan de slag te gaan.”

Van wit naar blauw licht

De onderzoekers hebben ook gekeken naar de verhouding zonlicht en blauw licht, in meerdere stappen. Dit gebeurde eerst in klimaatkamers, waarbij de onderzoekers verschillende fracties wit licht hebben vervangen door blauw licht. Daarna volgde een kasproef, waarbij zij varieerden met de verhouding rood en blauw licht. Het lag voor de hand dat de planten korter bleven naarmate rood licht is vervangen door blauw licht en dat gebeurde ook.

“Wij vroegen ons vervolgens af of je planten met 100% rood licht kunt telen, of dat blauw licht essentieel is”, legt Marcelis uit. “Daaruit bleek dat het telen bij uitsluitend rood licht geen optimale groei geeft. Toevoegen van 6 tot 12% blauw licht geeft duidelijk verbetering.”

In de teeltfase na de opkweek beïnvloedt het lichtspectrum de verhouding tussen vegetatieve en generatieve groei. Verrood licht kan in die fase de verdeling van assimilaten beïnvloeden en ze richting vruchten sturen. Een juiste dosering leverde 10% meer vruchten en dus meer productie op. Dit deelonderzoek vond plaats met een toplicht-installatie zonder tussenlicht. Marcelis: “De resultaten kunnen ook afhangen van andere teeltfactoren en rassenkeuze. Op dit moment zoeken we vooral naar de verklaring van dit fenomeen.”

Niet altijd gunstig

Verrood licht heeft niet altijd gunstige effecten, zo staat inmiddels wel vast. Gedurende de teelt neemt bijvoorbeeld de transportweerstand in de plant wat toe. Het is nog te vroeg om te concluderen dat dit problemen op gaat leveren, vindt de hoogleraar. “Helemaal onlogisch is dit niet, want de stengel van de plant is door het verrode licht langer geworden.”

De onderzoekers hebben bovendien de weerbaarheid tegen plantenziekten getest, zodat telers mogelijk bij een hogere luchtvochtigheid kunnen telen. Dit gebeurde op laboratoriumschaal bij de Universiteit van Utrecht door bladeren te infecteren met Botrytis. Bladeren die bloot stonden aan meer verrood licht bleken iets gevoeliger te zijn voor een aantasting. “Ook hier staan we nog aan het begin van een traject, waarbij ook daglengte en totale belichtingsduur een rol kan spelen. Je kan namelijk doorschieten in het toedienen van verrood licht”, denkt hij.

Veredelen op spectrum

Naast het fysiologische onderzoek heeft veredeling aandacht. Zo hebben de onderzoekers in klimaatkamers acht verschillende lichtrecepten toegediend aan veertig verschillende genotypen tomaat. Ook daar treden verschillen op. “Veredelingsbedrijven hebben al lijnen die beter presteren onder belichting, maar dat geldt bijna uitsluitend voor traditionele belichting. Ik verwacht zeker interessante resultaten met LED’s. Dit jaar gaan we ook grotere planten testen”, besluit hij zijn uitleg.

Binnen het project ‘LED it be 50%’ werkt Wageningen University samen met de universiteiten in Utrecht, Leiden, Delft en Eindhoven. Daarnaast zijn Glastuinbouw Nederland, Signify, Rijk Zwaan, Nunhems, Bejo, HortiMax, B-Mex, Plantise en Wageningen University & Research business unit Glastuinbouw bij het onderzoek betrokken. De financiers zijn NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek) en de genoemde bedrijven. Het programma loopt tot en met voorjaar 2020.

Samenvatting

Wageningen Universiteit doet onderzoek naar het optimale lichtspectrum voor de tomatenteelt, van jonge plant tot volgroeid gewas binnen het programma ‘LED it be 50%’. Dit onderzoek richt zich op energiebesparing die mogelijk is door hogedruk natriumlampen te vervangen door LED’s. Een besparing van 50% is heel reëel. Na vier jaar testen is een aantal fundamentele waarnemingen vastgelegd, die nog om verdere optimalisatie vragen. Veredeling op lichtspectrum krijgt ook aandacht in dit project.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden en WUR.

Gerelateerd

Gerberakwekerij werpt licht op bruikbaarheid LED naast SON-T

Gerberakwekerij werpt licht op bruikbaarheid LED naast SON-T

Na een vol belichtingsseizoen met meerdere lichtrecepten heeft gerberakwekerij Holstein Flowers een antwoord op de vraag hoe je het lichtniveau efficiënt en duurzaam naar een hoger niveau kunt tillen. Hans van Holstein ziet perspectief in hybridebelichting met SON-T aan de basis en LED’s als flexibele, warmte-neutrale aanvulling. “In de overgangsmaanden kunnen we daarmee eerder starten en later eindigen.”

Familiebedrijf Holstein Flowers omvat ruim 10 ha gerberateelt, verdeeld over twee locaties in De Lier. Er wordt al jaren in eigen beheer veredeld; 80% van de 120 geteelde rassen komt uit de eigen veredelingskeuken. Voor de uitgifte en vermeerdering van niet-exclusieve rassen werkt het bedrijf samen met Florist uit De Kwakel.

Groeilicht is in de gerberateelt niet meer weg te denken. Tot nu toe gebruiken telers SON-T installaties, die behalve licht ook stralingswarmte afgeven. “Warmte van boven kan het gewas goed gebruiken”, aldus Hans van Holstein. “Wanneer je naar hogere lichtniveaus wilt – die beweging is duidelijk gaande – kan het te veel van het goede worden. Zwaarder belichten met uitsluitend SON-T creëert dan op veel momenten een warmteoverschot en wat je te veel hebt, moet via de luchtramen worden afgevoerd. Dat ervaren wij al sinds 2016, toen de installatie op deze locatie is verzwaard van 110 naar 200 µmol/m2/s. Warmtevernietiging staat haaks op ons streven om duurzaam te produceren. Bovendien gaat daarbij CO2 verloren, wat ten koste gaat van de fotosynthese. Voor onze tweede locatie zouden we daarom graag een andere oplossing willen en dan kijk je automatisch naar LED’s.”

Zelf oppakken

LED-lampen stralen nauwelijks warmte uit en zouden een efficiënter en duurzamer alternatief kunnen zijn om – als aanvulling op SON-T – een hoger lichtniveau te realiseren. Met de toepassing in de gerberateelt is echter nauwelijks ervaring opgedaan. Van Holstein: “Er zijn wat experimenten gedaan bij een collega en bij Wageningen University & Research in Bleiswijk, maar die hebben niet geresulteerd in een heldere, eenduidige aanbeveling. Vorig jaar hebben wij daarom zelf een onderzoek opgezet.”

De jonge ondernemer mocht de kar zelf gaan trekken. Hij benaderde Signify als licht-technisch partner, betrok gerberaspecialist Martin van der Mei van Flori Consult Group bij het project en liet zich ook adviseren door onderzoeker en HNT-deskundige Arie de Gelder. In gezamenlijk overleg werd een omvangrijke proef opgezet in een volledige klimaatafdeling.

Proefopzet

“Naast de referentieafdeling met 200 µmol/m2/s SON-T zijn er drie hybridevarianten geïnstalleerd”, vertelt Plant Specialist horticulture Leontiene van Genuchten van Signify. “Het aandeel SON-T was in alle gevallen 110 µmol/m2/s. Dat is met verschillende LED-spectra aangevuld tot 200 µmol/m2/s: via standaardarmaturen met 95% rood en 5% blauw licht, een variant met wat meer blauw voor een mogelijk compactere groei en een variant met een klein aandeel verrood licht, dat de strekking zou kunnen bevorderen.”

In elk van de vier objecten stonden elf rassen in afgebakende telveldjes. De proef liep van 1 oktober tot 1 mei. De installaties in beide afdelingen liepen volledig synchroon, dus er werd met de hybride-installaties steeds ‘volle bak’ belicht.

Resultaten

“In de proefafdeling zagen we verschillende reacties per cultivar”, vervolgt Van Holstein. “De verschillen waren echter klein ten opzichte van de referentieafdeling. De algemene conclusie is dat ieder lichtspectrum behoorlijk goed functioneert.”

In het midden van de proefafdeling was de planttemperatuur gemiddeld iets lager dan aan de randen en in de referentiekas. Het takgewicht kwam daardoor op die plaats wat hoger uit. Per saldo was er een bescheiden meeropbrengst ten opzichte van de referentie, omdat de luchtramen langer gesloten konden blijven er meer CO2 in de kas bleef. “Met een aangepaste strategie kun je een hogere meeropbrengst realiseren”, vermoedt de gerberateler. “Op grond daarvan gaat onze voorkeur uit naar lichtverhoging met het standaard LED-armatuur, want dat is de meest efficiënte optie.”

Aangepaste strategie

De aangepaste strategie betreft het inzetten van de LED-installatie in de flankmaanden aan het begin en het einde van het belichtingsseizoen. “Daarmee kun je ten opzichte van volledig SON-T een verschil maken”, zegt Van Holstein. “In die overgangsperioden is er een behoorlijke natuurlijke instraling, waardoor er weinig behoefte is aan stralingswarmte vanuit de lichtinstallatie. Een SON-T installatie blijft in dergelijke perioden vaak onbenut, ook wanneer het extra licht welkom zou zijn. Met een hybride-installatie kun je dit dilemma omzeilen. Als er warmte genoeg is en licht te weinig, kun je alleen de LED-installatie aanzetten. Vooral in het najaar levert dat extra belichtingsuren op, dus productie- en kwaliteitswinst.”

Goed mee te telen

Gerberaspecialist Martin van der Mei begeleidde de proef en is blij met de resultaten. “Het maakt een beter onderbouwde keuze mogelijk voor telers die naar een hoger lichtniveau willen”, zegt hij. “We moeten constateren dat er nog veel vragen open staan. Vanuit de gewascoöperatie Gerbera heb ik geen signalen ontvangen dat er nieuw onderzoek naar groeilicht in gerbera op stapel staat, dus we zullen ons voorlopig met de huidige kennis moeten behelpen.”

De consultant stelt vast dat er met hybride-installaties goed valt te telen. Wanneer dat overdag een iets lagere kastemperatuur oplevert, kan er in de nacht onder gesloten doek een wat hogere temperatuur worden aangehouden. “Daarmee is de kous echter niet af”, vervolgt hij. “Een hogere nachttemperatuur vraagt ook om een lagere dagtemperatuur en dat leidt tot een hogere vochtigheid. Welk effect heeft een lagere dagtemperatuur op de assimilatie? Wat betekent dat voor de vochthuishouding van het gewas en de kas? Kan je het tekort aan stralingswarmte zo maar compenseren met meer buiswarmte? En een hogere nachttemperatuur zorgt voor meer dissimilatie. Wat betekent dat voor de energiehuishouding van de plant?”

Verhoudingen lichtkleuren

Van der Mei bevestigt dat de verschillende lichtrecepten geen significante verschillen teweegbrachten in compactheid, bloemproductie, bloemdiameter en strekking. Plantbelasting, bloemafsplitsing en uitgroeiduur werden bijgehouden in FloriFocus. Daaruit kwamen evenmin structurele verschillen naar voren. “Misschien hadden we de verhoudingen tussen de lichtkleuren nog wat scherper mogen stellen”, merkt hij op. “Wat de strekking van de bloemsteel betreft zou het ontbreken van internodiën ook invloed kunnen hebben.”

Leontiene van Genuchten: “In dit project is de belichting toegepast in aanvulling op het daglicht. De grotere hoeveelheid daglicht heeft veel invloed op wat de plant uiteindelijk aan lichtspectrum en -hoeveelheid ontvangt. Wanneer je in de avond of nacht gaat belichten, dus zonder daglicht, is het gewas met specifieke lichtrecepten mogelijk directer te sturen. Voor het efficiënt toepassen van dergelijke stuurlichtstrategieën ontbreekt nu nog de benodigde kennis.”

Terugverdientijd

Op grond van de onderzoeksresultaten en ondanks de vele nog openstaande vragen hebben de vennoten de intentie om op de tweede locatie met LED’s te verzwaren. “Het terugverdienplaatje is nog niet uitgewerkt, maar wij vinden hoe dan ook dat deze optie het beste bij ons past”, stelt Van Holstein.

“Ten eerste kunnen wij met LED’s in de flankmaanden eerder starten en later eindigen zonder een warmteoverschot te creëren”, zo vervolgt hij. Dat maakt een hogere productie mogelijk. “Daarnaast hoeven we, als we voluit belichten, in principe geen warmte en CO2 af te voeren, waardoor we het hoge productieniveau beter kunnen volhouden. Last but not least is het energetisch de meest efficiënte optie. Duurzaam telen vormt een wezenlijk onderdeel van onze bedrijfsstrategie.”

Samenvatting

In een grote praktijkproef in gerbera is vastgesteld dat het lichtniveau warmte-neutraal en efficiënt is te verhogen met LED-installaties. Er zijn meerdere spectra beproefd, die vergelijkbaar presteerden. Energiezuinige standaardarmaturen met 95% rood en 5% blauw licht hebben daarom de voorkeur. Omdat er in vergelijking met zwaardere SON-T installaties geen warmte (met CO2) hoeft te worden afgevoerd via de luchtramen, is een hybride-installatie duurzamer en maakt deze een grotere productiestijging mogelijk.

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen.

Gerelateerd

Met LED en SON-T naar zwaardere takken bij hoge plantdichtheid chrysant

Met LED en SON-T naar zwaardere takken bij hoge plantdichtheid chrysant

Terwijl het onderzoek naar (volledige) LED-belichting in chrysant doorloopt, investeren telers nu vooral in hybride belichting. Met LED-lampen naast de bestaande SON-T-installaties realiseren zij een forse lichtverhoging zonder extra warmte in de kas te brengen. Dat heeft meerdere voordelen, vinden de voorlopers John van de Westeringh en Maurice van Tuijl.

De eerste praktijkervaringen in chrysant met een heel klimaatvak onder hybridebelichting werden in 2016 opgedaan bij kwekerij Arcadia. Er werden verschillende lichtspectra beproefd. Korte tijd later volgde het eerste grootschalige project van 3,5 ha bij Linflowers in Zuilichem.

“Daarna was het onze beurt”, vertelt Maurice van Tuijl van Kwekerij Monnikenwaard uit het naburige Nieuwaal. “Met dezelfde armaturen konden wij de sprong maken van 92 µmol SON-T naar 158 µmol hybride. Bij mijn weten is dit het enige chrysantenbedrijf dat zo zwaar belicht. Ik heb er nu één seizoen mee gedraaid en het bevalt me erg goed.”

Extra warmte niet nodig

Uitbreiden met LED was voor Van Tuijl bijna vanzelfsprekend. “Meer SON-T geeft extra stralingswarmte en daar zit ik niet op te wachten”, legt hij uit. “Daarnaast is de stroomvoorziening in dit gebied een beperkende factor. LED’s vragen minder stroom, waardoor ik net geen zwaardere aansluiting nodig had. Een derde argument was dat ik deze installatie ook kan benutten wanneer er geen warmtevraag is. In het begin en aan het einde van het belichtingsseizoen komt dat regelmatig voor. Wanneer de natuurlijke instraling minder dan 150 W/m2 bedraagt, gaat de LED-installatie buiten de verduisteringsuren in principe aan. Daarmee realiseer ik veel meer belichtingsuren dan in het verleden. Een laatste voordeel van LED is dat ik daarmee op zomeravonden mijn stekken kan belichten om de knopvorming te onderdrukken, zonder het klimaat in de war te sturen.”

Het gekozen spectrum (dieprood/wit/laagblauw) is identiek aan dat van eerdere toepassingen in chrysant. “Wat ik van verschillende kanten hoor, is dat LED het gebruik van chemische remmiddelen in chrysant aanzienlijk vermindert”, vertelt Plant Specialist Stefan Hendriks van Signify. “Ook dat draagt bij aan het verduurzamen van de teelt.”
Volgens Van Tuijl heeft wit licht geen fysiologische nadelen voor het gewas, maar is er een iets hogere input van elektriciteit voor nodig dan voor rode of blauwe LED’s. “Als je onder LED-lampen in de kas moet werken, maakt het echter een wereld van verschil”, zegt hij. “Alles oogt veel natuurlijker dan onder de standaardcombinatie rood en blauw.”

Hogere plantdichtheid

In het najaar van 2018 nam de teler zijn tweede groeilichtinstallatie in gebruik. Hij hield direct een ruim 10% hogere plantdichtheid aan. De verduisteringsduur bleef constant op 13 uur. “Door intensiever en op meer momenten te belichten, konden de planten bij dezelfde teeltsnelheid zwaardere bloemen ontwikkelen. Het gewas groeide ook homogener en leverde duidelijk minder uitval en tweede soort op.”
Van Tuijl investeert dit jaar ook in een tweede scherminstallatie. Hij wil hiermee vooral de koude-uitstraling van het dek naar het gewas beperken, die de strekking vaak onderdrukt. In de zomer kan hij dankzij het tweede scherm de felste instraling wegschermen, waardoor het gewas minder stress ervaart. “Wanneer ik het groeilicht en de beide schermen goed benut, kan de plantdichtheid zelfs nog iets worden verhoogd zonder in te boeten op takgewicht en bloemkwaliteit”, oordeelt hij.

Betere productie en kwaliteit

John van de Westeringh uit Varik liet vorig jaar op 3.000 m2 (vijf vakken) een LED-installatie plaatsen van Hortilux om daarmee ervaring op te doen. Ook hij streeft naar lichtverhoging, teneinde daarmee extra productie en kwaliteitsverbetering te realiseren. “De bestaande SON-T-installatie is goed voor 85-90 µmol/m2/s. Daar is 46 µmol LED bijgekomen in de verhouding 90% rood, 5% blauw en 5% wit”, licht hij toe.
“Over de invloed van verrood licht is nog te weinig bekend”, vult account manager Kurt Zwemstra van Hortilux aan. “Mogelijk heeft het in de eerste weken van de teelt en bij het begin van de bloei een positief effect op de strekking van chrysant, maar dat wordt nog uitgezocht in het lopende onderzoek in Bleiswijk.”

Westering Flowers is één van de drie bedrijven in Nederland die zich toeleggen op de teelt van madiba’s, een zeer fijnbloemige chrysant die zijn oorsprong heeft in santini. Op grond van de hogere lichtintensiteit (130 µmol) werd de voor madiba kenmerkende hoge plantdichtheid met nog eens 8% opgeschroefd. De kwaliteit had er niet onder te leiden, stelt teeltman Pim van der Veen vast. “We hebben dikkere takken geoogst met perfecte bloemen en het aandeel klasse II viel 2% lager uit. Daar werd ik wel blij van.”

Strekking in winter

Voldoende lengte krijgen in de winterperiode is volgens Van de Westeringh de grootste uitdaging onder hybridebelichting. “Meer licht, vooral in combinatie met een groter aandeel rood licht, betekent ook minder strekking”, zegt hij. “Met het klimaat kun je dat wel enigszins compenseren. De dagtemperatuur dient daarvoor hoger te zijn dan de nachttemperatuur en daar hebben wij scherp op gelet.”
December was de lastigste maand. Vanwege het relatief hoge vochtniveau en het dichte gewas is besloten om niet op paar kuub gas te kijken. “We hebben een relatief lage kas en dat is een van de redenen om niet voor nog meer SON-T te kiezen. De extra stralingswarmte die dat zou opleveren, maakt een goede klimaatbeheersing nog lastiger.”

Meer branduren

Op grond van de resultaten trekt Westeringh Flowers de lijn nu door. Met het nieuwste armatuur van zijn leverancier, dat goed is voor 3,5 µmol/W en een output van 62 µmol/m2/s, wil John de stap zetten naar 150 µmol hybride belichting. De teler verwacht dat de LED’s meer branduren zullen maken dan de SON-T-lampen. In de zomerperiode kan de LED-installatie tijdens de langedagperiode van de teelt de SON-T’s vervangen en in voor- en najaar wil hij er de dagen mee starten en eindigen om aan de gewenste daglengte te komen.

“De installatie is in volle gang en we hopen de LED’s in augustus aan te kunnen zetten”, zegt de ondernemer. “Mijn aansluiting en de transformator laten het hogere verbruik toe. In februari kreeg ik echter bericht van Liander dat mijn historische verbruik voorlopig bepalend blijft, terwijl we de installatie al in december hadden gekocht. De situatie hier in Rivierenland is nog erger dan in de Bommelerwaard. Daar word je als ondernemer niet blij van.”

Samenvatting

Chrysantenkwekers investeren in hogere groeilichtniveaus van 130 tot 150 µmol/m2/s om productieverhoging en kwaliteitsverbetering te realiseren. In veel gevallen wordt de bestaande SON-T installatie aangevuld met een LED-installatie. De aanschafkosten hiervan liggen fors hoger, maar LED-lampen vragen minder stroom en onderhoud, gaan langer mee, brengen geen extra stralingswarmte in de kas en zijn daardoor flexibeler in gebruik.

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen.


Met LED naar een perfecte chrysant

Bij Wageningen University & Research in Bleiswijk vindt al geruime tijd onderzoek plaats naar verdere optimalisatie van een duurzame chrysantenteelt met behulp van LED-licht. Het onderzoek richt zich zowel op hybride systemen als volledige LED-belichting. Accountmanager Kurt Zwemstra en Plant Specialist Stefan Hendriks verwachten dat LED het stokje op termijn helemaal overneemt van SON-T.
“De praktijk hecht nog veel waarde aan SON-T, vanwege de stralingswarmte die het gewas wel waardeert”, aldus Zwemstra. “Wij verwachten echter dat het belang daarvan afneemt naarmate de telers meer grip krijgen op het kasklimaat via Het Nieuwe Telen 2.0, oftewel Growing by Plant Empowerment. Er is ook nog wat doorontwikkeling mogelijk ten aanzien van het ideale lichtspectrum. In dat opzicht vinden wij het verstandig om nu alvast LED toe te voegen aan bestaande SON-T installaties en ervaring op te doen met het telen onder LED.”
“Dat LED de toekomst heeft, staat voor ons vast”, zegt Hendriks. “De meeste chrysantentelers die een flinke lichtverhoging willen realiseren kijken daarvoor naar LED en een niveau van 130 µmol/m2/s lijkt de nieuwe norm. Sommigen, zoals Van Tuijl en Van de Westeringh, mikken nog hoger.”


Gerelateerd

Hogere lichtintensiteit levert een flinke winterproductie op

Hogere lichtintensiteit levert een flinke winterproductie op

Wie echt gaat voor een hoge winterproductie tomaat kan er niet omheen dat een opgevoerde belichtingsinstallatie daarvoor de sleutel vormt. Met een bestaande aansluiting lukt dat door een deel van de SON-T lampen te vervangen door LED’s. De belichtingsproef in Bleiswijk laat nog eens zien waartoe het ras Merlice in staat is.

Dat het inmiddels goed lukt om jaarrond tomaten te telen met alleen LED-belichting is na jarenlang onderzoek en ervaring in de praktijk inmiddels bewezen. Althans, zo geeft Piet Hein van Baar, plantspecialist bij Signify aan. Maar voor Nederlandse telers blijft de overstap lastig.

“In België zien we aankomend jaar een grote uitbreiding. Wereldwijd is er inmiddels een aantal projecten waarbij ondernemers voor full LED hebben gekozen”, vertelt hij. De meeste Europese tomatentelers voelen zich nog steeds vertrouwd bij de warmtestraling van SON-T lampen. Zij kiezen eerder voor intensivering van hun huidige belichtingscapaciteit.

Om die reden is de afdeling met 100% LED’s bij het Delphy Improvement Centre in Bleiswijk vorig jaar omgebouwd naar een hybride belichtingssysteem. Een rondje tuinen en bijpraten met de begeleidingscommissie levert tevreden gezichten op. Na een lange, donkere winterperiode schijnt de zon volop en staat het gewas er groeizaam en generatief bij. “Eigenlijk zijn we al twee maanden goed te spreken over de stand van het gewas”, geeft teeltmanager Rick van der Burg aan.

Meer licht

“In deze afdeling zijn we uitgegaan van de elektra-aansluiting voor standaard SON-T belichting van 180 µmol/m2/s. Door de helft van deze lampen te vervangen door LED’s maakten we een stap naar 235 µmol/m2/s, waardoor het lichtniveau met 30% is verhoogd”, legt hij uit. “Dat is een logische stap die bedrijven in de praktijk overwegen.” De afdeling heeft nu 90 µmol/m2/s SON-T, 90 µmol/m2/s LED toplicht en 55 µmol/m2/s LED tussenlicht gekregen.

Dit teeltseizoen willen de proefnemers demonstreren dat met deze uitrusting de winterproductie verder omhoog kan én dat telers hiermee flexibeler worden in hun keuze voor een plantdatum. De doelstelling is om 57 kg/m2 in week 18 te behalen en een totaal productie van 108 kg/m2 over de hele teeltperiode. Dit doen zij volgens een beproefd klimaatregime, dus er zijn geen experimenten ingebouwd om bijvoorbeeld energie of watergift terug te brengen.

Driekoppige plant

Twee jaar lang is in deze afdeling het cherrytomatenras Juanita geteeld. Ditmaal is gekozen voor Merlice, het standaardras voor de grove trostomatenteelt. Deze is geënt op de groeikrachtige onderstam DRO141TX. In de praktijk kiezen de traditionele belichtende telers voor een plantdatum in oktober. In deze proef is op 16 september geplant, om de lichtinstallatie optimaal te benutten en een maximale winterproductie te halen.

De planten hadden bij aanvang van de teelt al drie koppen, waardoor het aantal stengels bij de start 3,3 per m2 was. “Drie koppen zorgt voor gelijkheid van stengels en geeft vroeger productie”, legt Van der Burg uit. Inmiddels is door het aanhouden van een extra kop de stengelafstand opgelopen naar 3,9 per m2.

In voorgaande teelten stonden nog drie planten op een 10 cm hoge mat. Nu zijn dat twee planten op een 7,5 cm hoge mat (Exact Air). “In het begin van de teelt moest een aantal mensen wennen aan de wat andere watergeefstrategie, omdat het volume wat kleiner is dan ze gewend zijn. We kozen hiervoor om meer controle op het gewas te hebben, waardoor we generatiever kunnen telen”, legt Remy Maat, manager ‘product en application’ bij Saint-Gobain Cultilene, uit.

Fors energieverbruik

In de afdeling wordt het klimaat praktijkconform gestuurd via ondernet en groeinet. In de praktijk zit het gasverbruik op 1,2 m3 per m2 per week in de winterperiode. In deze afdeling ligt het verbruik zelfs iets hoger. Half februari staat het gewas er groeizaam bij. “De grofheid is weer aan het toenemen” vindt Henk Kalkman, adviseur bij Delphy. Ook teler Fred Schäpe van VOF Verkade in ‘s-Gravenzande is het daarmee eens. Het kan hem niet snel genoeg gaan. Het extra buitenlicht is zeer welkom na de donkere wintermaanden.

Het temperatuurverloop binnen het etmaal komt overeen met wat telers zelf ook doen. Het verschil tussen gerealiseerde minimum- en maximumtemperatuur kan in 24 uur tien graden zijn. In de naastgelegen afdeling, waar een fossielvrije teelt plaatsvindt, is juist een vlakker temperatuurverloop ingesteld. Ook daar zijn de resultaten positief, maar er staat een heel ander gewas. Daarom zullen er binnenkort bij beide proeven sapstroommetingen plaatsvinden, om na te gaan welke invloed beide temperatuurstrategieën hebben op het watertransport in de stengel.

Belichting afschakelen

Vanaf september is het belichten opgebouwd naar 18 uur per etmaal. Afhankelijk van de buitenomstandigheden zullen de proefnemers in maart eerst beginnen met het afschakelen van de SON-T-lampen en daarna het LED-toplicht. Dit afschakelen zal iets later gebeuren dan in de praktijk, waar de warmteafgifte van SON-T lampen al snel een beperkte factor is. Hier hangt immers maar 90 µmol/m2/s SON-T. Het tussenlicht zal de hele teelt worden gebruikt, met uitzondering van extreem warme dagen.

De productie tot en met week 6 is 24 kilo per m2, waarmee in de winterperiode tot nu toe een zeer goed resultaat is bereikt. Het aantal vruchten per tros was in de winter vijf stuks. Vanaf week 8 worden de trossen op zes vruchten gesnoeid. Kalkman: “Dat aantal willen we negen trossen lang aanhouden en vervolgens aanzien hoe we het laatste deel van de proef afronden. Eind juli gaat de kop er uit. In principe loopt deze teelt precies een jaar.”

Goede prestatie

Of dit onderzoek een vervolg krijgt is nog niet bekend. Van Baar: “Voor een groot deel weten we nu hoe we een goede prestatie kunnen neerzetten met alleen LED en hybride installaties. Het succes van deze teelt is voor een groot deel bepaald door de telers die deze proef op de voet volgen. De installatie die we hier hebben gekozen past goed bij de ontwikkelingen die in de praktijk plaatsvinden.”

Deze proef is gestart op initiatief van Signify, samen met Delphy, De Ruiter, Svensson, Gremon Systems en Saint-Gobain Cultilene.

Samenvatting

Het belichtingsonderzoek bij tomaten is verlegd van alleen LED naar een hybride installatie, omdat dit meer praktijkconform is. Telers kunnen met LED’s hun bestaande aansluiting volledig benutten door de efficiëntie op te voeren. Het gewas is de winter goed doorgekomen, waarbij een hoge productie is behaald. Het komende halfjaar moet blijken of een productie van 108 kg/m2 reëel is.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden.

Gerelateerd

Alstroemeriateler op zoek naar juiste combinatie van factoren

Alstroemeriateler op zoek naar juiste combinatie van factoren

Jaren geleden werd er op het bedrijf van alstroemeriateler Dick Hoogenboom uit Nieuwe Wetering een praktijkproef met buitenluchtaanzuiging gehouden. Het doel was om te onderzoeken of het microklimaat kon worden beïnvloed door de toevoer van droge buitenlucht of met luchtbeweging. Dat moest de problemen met afgroeiers en schimmelkoppen tegen gaan. De proef mislukte. Vochtblaadjes en schimmelkoppen bleven terugkomen.

“Misschien omdat we de proef onder een kap hadden uitgevoerd en niet in een afgesloten ruimte”, blikt de teler terug. Samen met zijn broer teelt hij op 29.000 m2 acht rassen alstroemeria.
Sindsdien is Hoogenboom zich wel meer bewust geworden van Het Nieuwe Telen en hij volgt sinds kort een cursus hierover. “Je steekt er altijd wat van op. Momenteel ben ik bezig met het bekijken van de optie van een dubbel scherm. Het zou goed passen als ik een diffuus scherm samen met een lichtuitstootscherm zou kunnen plaatsen.”

Energiebesparing

Meer LED, verneveling, CO2, het valt naar zijn mening allemaal onder HNT. “Er is niet één weg te volgen. Het gaat erom de juiste combinatie van al die factoren te vinden en zo een optimalisatie in je teelt te bereiken”, zegt hij. “Daar ben ik naar op zoek.”
Hij werkt nu voor een derde seizoen met LED’s. Er hangt momenteel 100 µmol SON-T en 50 µmol LED in zijn kas. Veel productie per vierkante meter, met minder watt per vierkante meter, dat is zijn doel. Of hij over zal gaan op full LED is nog de vraag: “Het is financieel interessant gezien de energiebesparing in vergelijking met SON-T, maar er moet wel mee te werken zijn.”

Tekst: Marjolein van Woerkom.

Gerelateerd