F.N. Kempen enthousiast over deelname FlowerTrials als gastlocatie

F.N. Kempen enthousiast over deelname FlowerTrials als gastlocatie

Voor de eerste keer is plantenkwekerij F.N. Kempen uit Mijdrecht gastlocatie tijdens de jaarlijkse FlowerTrials. Algemeen directeur Sander van der Vaart verwacht dat het daar niet bij zal blijven. Op de openingsdag, dinsdag na Pinksteren, mocht hij al zo’n vierhonderd bezoekers verwelkomen. “De belangstelling is boven verwachting”, zegt hij. “Dit smaakt naar meer.”

F.N. Kempen is gespecialiseerd in de teelt van vaste planten en behoort daarin tot de grotere bedrijven. Directeur-eigenaar Ad Kempen besteedt veel tijd aan het scouten van nieuwe soorten en kent de veredelingswereld dan ook als zijn broekzak. Vier leveranciers van het bedrijf presenteerden hun nieuwste aanwinsten aan de bezoekers van de FlowerTrials 2019: All Plant Young Plants uit Heerhugowaard, DeCock Plants uit België, Kientzler uit Duitsland en het in sourcing en royalty management gespecialiseerde Plantipp uit IJsselstein, dat meerdere veredelaars vertegenwoordigt. F.N. Kempen had zelf ook een stand ingericht om een aantal nieuwe producten van de exposanten aan het vakpubliek te demonstreren.

Prachtig visitekaartje

Van der Vaart was uitermate tevreden over de aanloop op de openingsdag. “Het is de eerste werkdag na Pinksteren en mijn verwachtingen voor vandaag waren niet hoog gespannen”, zegt hij dinsdag halverwege de middag. “Toch zijn er al bijna 300 bezoekers geweest, voornamelijk buitenlanders. Deelnemen als gastlocatie is voor ons een nieuw fenomeen, maar ik ben blij dat wij ons hiervoor openstellen. De FlowerTrials vormen een prachtig visitekaartje voor de sierteeltveredeling. Naast telers komen er veel handelsbedrijven op af en dat is voor ons natuurlijk ook interessant. We geven geïnteresseerden graag een rondleiding door het bedrijf.”

In de juni/juli editie van Onder Glas, die op vrijdag 14 juni verschijnt, vertelt Sander van der Vaart meer over het bedrijf waarvan hij sinds 1 januari mede-eigenaar is.

Tekst: Jan van Staalduinen.

Gerelateerd

Een homogeen gewas maakt het de robot een stuk gemakkelijker

Een homogeen gewas maakt het de robot een stuk gemakkelijker

De ontwikkeling van robots voor het werk in de kas zit in een stroomversnelling. Maar zelfs de meest geavanceerde machine kan geen 100% prestatie leveren. Dat komt deels omdat prototypes moeten werken in de bestaande situatie. Rassen en teeltsystemen zijn echter best aan te passen richting de eisen van de robot.

Elke doorbraak-technologie vergt dat je opnieuw naar het gewas kijkt. Bij de introductie van steenwol zag je een boost in het tuinbouwonderzoek om de voordelen van het nieuwe substraat ten volle te benutten. Dat leidde tot nieuwe rassen en teeltsystemen. Nu de LED-belichting oprukt, zoeken veredelaars naar rassen die kunnen profiteren van nieuwe mogelijkheden, zoals een aangepast lichtspectrum.

Opvallend punt bij prototypes van robots voor kaswerk is dat ze vaak worden uitgetest in bestaande situaties op tuinbouwbedrijven. Ze komen dan bijvoorbeeld tot een plukprestatie van 50% van de oogstrijpe vruchten en de discussie gaat er dan al snel over of dit genoeg is. Alle robotonderzoekers geven daarom consequent aan dat er ook iets aan het gewas moet gebeuren. Dat moet meer ‘robot-geschikt’ worden en ze pleiten voor specifieke ontwikkeling op dit terrein. Grofweg zijn er drie wegen om dat te bereiken: veredeling op robotgeschiktheid, sturen met teeltmaatregelen en aanpassing van teeltsystemen.

Kijken als een robot

Bij vruchtgroenten en snijbloemen vindt het meeste handwerk nog in de kas plaats. Bij potplanten (en deels ook snijbloemen) is er veel inpakwerk in de hal. De vraag is hoe snel – en in welke mate – dat kan worden overgenomen door machines. Er zijn twee ontwikkelingen die automatisering sterk bevorderen. De eerste is het niveau van de arbeidskosten en het toenemende tekort aan arbeidskrachten; in het buitenland zijn er al nijpende situaties. De tweede is de stroomversnelling op technologisch vlak door kunstmatige intelligentie en voortdurende verbetering van visiontechnieken (de ‘ogen’ van de robot).

Mensen kunnen heel goed omgaan met de grote variatie in het gewas. De robot kan dat veel minder, maar is wel sterk in eindeloos doorgaan, ook ’s nachts. Het heeft echter niet zo’n zin om de mens met de robot te vergelijken. Om tot verbeteringen te komen, moet je naar het gewas kijken alsof je een robot bent. Wat vooral lastig is, geven technologische onderzoekers aan, is de grote variatie in het uiterlijk van planten, vruchten en bloemen.

De variaties in licht en schaduw maken dat nog complexer. Verder hangen gewasdelen voor elkaar, bijvoorbeeld bladeren voor vruchten, zodat je maar een deel ziet. Bij aardbei zorgt een complexe trosopbouw ervoor dat de robot lang moet beoordelen en afwegen hoe de vruchten kunnen worden geplukt. De ruimte om te manoeuvreren is eveneens soms een punt in een dicht gewas met veel bladeren, zoals paprika.

Opener gewasstructuur

In zijn algemeenheid zou een simpel opgebouwd, open en homogeen gewas helpen om de prestaties te verhogen. En dan geen dubbele rijen, maar eenvoudige van beide kanten te benaderen systemen.
Dit is allemaal geen onbekend terrein en er zijn verschillende manieren om aan deze eisen te voldoen. Veredelaars zouden speciale rassen kunnen ontwikkelen die robotgeschikt zijn, bijvoorbeeld met een meer open structuur. Bij paprika zou minder blad (een lagere LAI) een flinke vooruitgang zijn. Bij aardbei zijn simpele trossen gewenst; zulke rassen bestaan overigens al.

Een opener gewasstructuur kun je bij bestaande rassen deels ook bereiken met teeltmaatregelen. Door een groter verschil tussen dag- en nachttemperatuur en de lichtkleur kun je bijvoorbeeld langere internodiën bevorderen. Bladplukken draagt eveneens bij aan openheid, maar zorgt wel voor extra handwerk (tenzij dat aan een robot kan worden uitbesteed). Bij paprika is een langere vruchtsteel een pluspunt voor gemakkelijk snijden. Die is wellicht met teeltmaatregelen te bereiken, maar ook door veredeling.

Het teeltsysteem is van grote invloed. Komkommers in een paraplusysteem zijn een crime voor de robot. Een hogedraadteelt echter is veel overzichtelijker: het gewas is veel opener en de stamvruchten hangen in het algemeen goed in het zicht. Door teeltmaatregelen zou je de openheid nog verder kunnen verbeteren.

Uniformer gewas

Helemaal ideaal is het als alle planten precies hetzelfde zouden zijn. Dat is natuurlijk een utopie, maar het kan best beter dan nu het geval is. Hybride rassen zijn al uniformer en teeltmaatregelen kunnen dat nog verbeteren.

Homogeniteit is tot nu een onderbelicht aspect in het tuinbouwonderzoek. Bij proeven met bijvoorbeeld LED’s, plantdichtheden of rassen gaat het altijd over gemiddelden. Niet of de behandeling heeft geleid tot meer of minder eenvormigheid. Bij gewassen als chrysant, sla en radijs is dat zeker een relevante vraag. Maar bij robotisering wordt het nog belangrijker.

Toch bestaat er wel degelijk specifiek onderzoek naar eenvormigheid, vooral op sierteeltgebied. Stekken van schefflera en roos groeiden tot een homogener gewas uit, wanneer de stek twee ogen had in plaats van één, zogenaamde dubbelstek, bleek uit Wagenings onderzoek uit 1992. Het bovenste oog liep ongelijkmatig uit, maar na enkele weken werd die weggesnoeid met als gevolg een heel gelijkmatige uitloop van het onderste oog. Dit is dus een heel eenvoudige methode om een uniformer gewas te bereiken.

Fasegestuurde teelt

Bij roos heeft PPO (Praktijkonderzoek Plant & Omgeving) in het begin van deze eeuw diverse onderzoeken gedaan om tot een fasegestuurde rozenteelt te komen. De proeven werden uitgevoerd met ministruiken die slechts twee bloeiende takken per keer produceerden. Door optimalisatie van licht, temperatuur, CO2, EC en vochtdeficit probeerden de onderzoekers een zo synchroon mogelijk gewas te bereiken. Per fase (uitloop, strekking en rijping) moesten de teeltcondities worden aangepast. Dat kwam nogal nauw. De motivatie voor deze onderzoeken lag op meerdere vlakken: energiebesparing, mobiele teelt en robotisering.

Het is een voorbeeld van ‘out of the box’ denken, dat wil zeggen los van bestaande teeltsystemen. Het kan echter nog extremer. In een ver verleden heeft het proefstation in Naaldwijk geëxperimenteerd met rozen telen zoals chrysanten; dus maar één steel oogsten en meteen de plant rooien. Het was een veel te duur systeem, maar de denkrichting past bij de eisen gesteld vanuit robotisering. Een ander voorbeeld is Amerikaans onderzoek uit de jaren tachtig met tomaten in een pot, die per plant maar één tros produceerden. De potten stonden dicht bij elkaar op mobiele teelttafels. De onderzoekers noemden de mechanisatiemogelijkheden en de optimale ruimtebenutting als grote pluspunten, terwijl ze ook tevreden waren over de productiviteit. Het systeem was echter niet rendabel.

Nieuwe denkrichtingen

Aanpassen van gewas en teeltsysteem aan de eisen van robotisering zal een combinatie zijn van doortrekken van bestaande inzichten, maar wellicht ook de ontwikkeling van totaal nieuwe denkrichtingen.

Samenvatting

Voor een betere prestatie van robots voor gewaswerk en verwerking, moet het gewas aan de eisen van de machine worden aangepast. Een homogeen gewas – tot nu toe onderbelicht binnen het onderzoek – maakt het de robot een stuk gemakkelijker. Ook simpele open structuren genieten de voorkeur, net als een fasegestuurd gewas (alles tegelijk rijp). De eisen zijn te realiseren via veredeling, teeltmaatregelen of aanpassing van teeltsystemen.

Tekst: Ep Heuvelink (Wageningen University & Research) en Tijs Kierkels.
Beeld: Wageningen University & Research.

 

Phalaenopsisteler en -veredelaar vernieuwt op meerdere fronten

Phalaenopsisteler en -veredelaar vernieuwt op meerdere fronten

Alweer tien jaar geleden kwam het exclusieve consumentenmerk Bohemian Orchids van Piko Plant in de markt, met zwaardere planten en grotere bloemen in onderscheidende kleuren en patronen. Binnen dit merk vallen naast exclusieve rassen van andere veredelaars steeds meer zelf ontwikkelde rassen. Teler Arno de Koning heeft er zelfs een eigen veredelingstak voor opgericht.

De Nootdorpse phalaenopsisteler zit al 35 jaar in het vak. Op zijn bedrijf van 4 ha teelt hij jaarlijks 2 miljoen planten. In tegenstelling tot andere telers levert hij niet alleen op kleur of gemengd, maar ook op soort.

Toen hij twintig jaar geleden begon met veredelen, was dat vooral hobby. In de loop van de jaren werd zijn aanpak steeds doelgerichter om onderscheidende, nieuwe rassen te creëren. De laatste zeven jaar heeft hij de veredeling duidelijk opgeschaald. Nu heeft hij een solide veredelingsprogramma, huurt extern kennis in en heeft, naast zijn eigen inzet, een medewerker binnen het bedrijf die zich volledig bezighoudt met de veredeling. De afgelopen Trade Fair in Aalsmeer introduceerde hij de veredelingstak Piko Breeding.

Sierwaarde en bloemgrootte

“We hebben, inclusief testrassen, meer dan 200 rassen op ons bedrijf. Het grootste deel van die rassen kopen we in bij verschillende veredelaars in Nederland en Taiwan. Inmiddels is 20% van de planten uit eigen veredeling afkomstig. Dit aandeel zal de komende jaren verder stijgen. Daarmee geven we steeds meer lading aan ons eigen merk.”

De Koning legt de lat hoog bij de veredeling. “We beginnen met de uiterlijke kenmerken. Ik zie het als een uitdaging om rassen te maken die zich onderscheiden door grote bloemen, voldoende sierwaarde en volume hebben. Natuurlijk moet de basis goed zijn: een goede houdbaarheid en voldoende resistentie tegen ziekten als Fusarium, Erwinia en Pseudomonas. Ook de bladstand is belangrijk voor de teelt in kragen en vazen. Teeltsnelheid speelt bij ons wat minder, omdat we voor zwaardere planten gaan.”

De teler denkt bij de veredeling ‘out of the box’. “We proberen bijvoorbeeld Aziatische en Europese rassen te kruisen. Verder is het een voordeel dat we door het jarenlange kruisen al eigen ‘genetica’ hebben opgebouwd met voldoende onderscheidende kenmerken.”

Kruisingsproducten met grotere bloemen hebben vaak minder tweetakkers en langere stelen dan de gangbare van 60-70 cm hoogte. De teler focust zich bij de veredeling op minimaal 90% tweetakkers, tenzij de kleur heel exclusief is.

Veredeling én productie

Bijzonder aan de veredeling bij Piko Plant is de selectie van de rassen op praktijkniveau. Na de kruising en eerste selectie worden er via weefselkweek testklonen gemaakt van de meest belovende zaailingen. “Deze testklonen telen we gewoon tussen de productierassen en niet in een speciale testkas, zoals gebruikelijk is. Op deze manier krijgen we de sterkste rassen en zien we snel welke planten een grotere potentie hebben om door onze strenge selectiecriteria te komen. Pas na minimaal driemaal testen en vermeerderen tot een voldoende grote voorraad, is een ras rijp voor introductie. We selecteren rassen voor eigen gebruik en zetten ze tevens exclusief via dealers – andere veredelaars – af.”

De Koning houdt dit voortraject in eigen beheer om te voorkomen dat er mislukte rassen in de markt terechtkomen. “We zijn een echt testbedrijf. Onze registratie is op orde en via tracking en tracing kunnen we iedere plant van het begin tot einde volgen. Stel je hebt tien witte rassen, dan kunnen we met ons systeem met unieke potcode en scanners deze tien witte testrassen van het begin tot het einde volgen maar ook uitsorteren bij bloei.”

Watercupje in pot

Piko Plant werkt behalve aan nieuwe rassen ook aan praktische teeltoplossingen. Voor een geslaagde vinding vraagt de teler een octrooi aan. Dit kan, net als een nieuw ras, via een dealer beschikbaar komen voor de markt. Deze ontwikkeling begon twaalf jaar geleden toen De Koning samen met een collega een zeskantige kraag met geleidingsvlakken voor de takken ontwikkelde en er octrooi voor aanvroeg.

De nieuwste ontwikkeling die op de markt komt, is een watercupje voor onder de pot. Planten dienen met voldoende vocht de keten in te gaan om uitdrogen tijdens transport en winkelfase te voorkomen. Een watercup onder de pot kan verlies door verdroging in de keten voorkomen. “Onze vraag was: heeft de watercup ook een teeltvoordeel, waardoor we de kosten kunnen compenseren?”

Inductie bevorderen

Potwormen vormen een algemeen probleem in de phalaenopsisteelt. Met een grover substraat en door droger telen, kun je potwormen tegengaan in de opkweek. Maar de substraat en/of potkeuze geldt wel voor een heel teeltseizoen. “Liever wil je bij de afkweek juist meer vocht om de inductie van bloemtakken te bevorderen zonder het gewas te vaak nat te moeten maken. Wanneer je in de koelfase een watercupje onder de pot plaatst, is de watergift beter geborgd zodat je beter verschil kunt maken tussen opkweek en afkweek en hebben handel en consument er eveneens voordeel aan”, is de redenering van De Koning. Deze vinding is onlangs door een dealer op de Trade Fair geïntroduceerd.”

Oplossingen om takbreuk te voorkomen zijn nog volop in ontwikkeling.

Samenvatting

Piko Plant introduceerde tien jaar geleden het exclusieve consumentenmerk Bohemian Orchids, met zwaardere planten en grotere bloemen in onderscheidende kleuren en patronen. De hobbymatige veredeling is uitgegroeid tot een echte veredelingstak om onderscheidende, nieuwe rassen te creëren. Verder werkt teler Arno de Koning aan technische innovaties, zoals een kraag voor takgeleiding en een watercup die het substraat in de pot tijdens de laatste teeltfase en in het verkoopkanaal vochtig houdt.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn.


‘Altijd inplannen’

Arno de Koning: “HortiContact Gorinchem is een hele mooie gelegenheid om in een korte tijd veel relaties te spreken, te netwerken met collega’s en de nieuwste trends te zien. We plannen deze beurs daarom altijd in, alleen of met medewerkers.”


Gerelateerd

Voedsel bewerkt door Crispr-Cas via Canada toch naar Nederland

Voedsel bewerkt door Crispr-Cas via Canada toch naar Nederland

Voedingswaren waarvan het dna is ‘verbeterd’ met de nieuwe
technologie Crispr-Cas kunnen vanuit Canada naar Nederland worden geïmporteerd, zonder dat iemand daarvan weet. Canadese bedrijven zijn namelijk niet verplicht te vermelden of zij bij de teelt van de voeding gebruikmaken van dna-manipulatie. Testen om dit na te gaan bestaan nog niet.

Dat de genetisch gemanipuleerde voedingswaren via Canada ongezien Nederland binnen kunnen komen is een hard gelag voor Nederlandse telers. Binnen Europa is de dna-manipulatietechnologie Crispr-Cas namelijk gebonden aan strenge Europese regels na een uitspraak van het Europees Hof. Hierdoor is het voor kwekers nagenoeg onmogelijk om te veredelen met behulp van Crispr-Cas.

Concurrentievoordeel

In tegenstelling tot telers binnen Europa hoeven Canadese telers zich niet aan specifieke eisen te houden voor het gebruik van Crispr-Cas. Hierdoor hebben teeltbedrijven uit Canada een flink concurrentievoordeel op hun Europese concurrenten op het gebied van veredeling. Door de handelsovereenkomst Ceta tussen Europa en Canada kan voedsel dat is bewerkt met Crispr-Cas Nederland bereiken.

Niet achterhaalbaar

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), die de kwaliteit van voedsel controleert, kan niets doen aan het binnenstromen van het genetisch gemanipuleerd voedsel uit Canada. De NVWA schrijft dat de kwestie de aandacht heeft, maar dat momenteel ‘een geschikte laboratoriumanalyse ontbreekt’ om dna-mutaties door Crispr-Cas te ontdekken.

ENGL

In reactie op Kamervragen gaf minister Schouten van Landbouw eerder al aan dat het technisch ‘heel lastig of zelfs onmogelijk’ is om te bepalen of voedsel is gemuteerd op basis van Crispr-Cas. Die technische oplossing wordt nu gezocht door het Europese netwerk van laboratoria die genetisch gemanipuleerde organismen opsporen (het ENGL).

Concurrerend blijven

In juli vorig jaar oordeelde het Europees Hof dat de dna-techniek Crispr-Cas aan dezelfde regels moet voldoen als andere technieken voor genetische manipulatie. Niels Louwaars, directeur van branchevereniging Plantum, noemde deze beslissing destijds ‘een klap in het gezicht van de sector’. Een aantal telers gaven aan een vertrek naar het buitenland te overwegen om te kunnen blijven concurreren.

Bron: Het Financieele Dagblad.





Gerelateerd

Anthura wint Tuinbouw Ondernemersprijs 2019

Anthura wint Tuinbouw Ondernemersprijs 2019

Anthura is de winnaar van de 33e editie van de Tuinbouw Ondernemersprijs. Het veredelings- en vermeerderingsbedrijf uit Bleiswijk mag zich een jaar lang ambassadeur van de tuinbouwsector noemen. Anthura ontving de prestigieuze prijs uit handen van voorzitter Michel F. van Ginkel vanwege de ontwikkeling van het bedrijf, de duurzame agenda en goed werkgeverschap. De prijsuitreiking vond plaats tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van de tuinbouw op 9 januari in Keukenhof, Lisse.

Anthura won de prestigieuze Tuinbouw Ondernemersprijs ten koste van Dekker Chrysanten uit Hensbroek, Opti-flor uit Monster en Wim Peters Kwekerijen uit Someren. De jury is onder de indruk van de ontwikkeling van Anthura en prijst de deskundigheid en betrokkenheid van de driekoppige directie, bestaande uit Marco van Herk, Iwan en Mark van der Knaap. Anthura heeft vestigingen in Nederland, maar ook in Duitsland, Macedonië en China en levert jonge anthurium- en orchideeplanten aan meer dan 70 landen. De directie streeft naar een gezonde exploitatie, maar is ook zeer betrokken bij projecten die niet altijd een commercieel doel hebben. Met 35% HBO- en WO-geschoolde werknemers heeft de onderneming veel kennis en vakmanschap in huis, die binnen het bedrijf alle ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

Duurzaamheid en innovatie

Het woord ‘duurzaamheid’ klinkt door in alle bedrijfsprocessen, meldt het juryrapport. Dat komt onder meer tot uiting in de samenwerking met klanten via het ketentransparantieproject FSI. Doel van dat project is in 2020 te komen tot minimaal 90% duurzaam geproduceerde bloemen en planten. Daarnaast noemt de jury het in kaart brengen van het DNA van zowel Phalaenopsis als anthurium en het nieuwe innovatie- en veredelingscentrum van het bedrijf als voorbeelden van de grote hoeveelheid energie die Anthura in R&D steekt. Ook prees de jury het strategisch samenwerkingsverband dat Anthura onder de naam GenNovation is aangegaan met andere veredelaars.

Kroon op jubileumjaar

Iwan van der Knaap, directeur Anthura: “We zijn enorm trots en vereerd dat we deze prijs in ontvangst mogen nemen. 2018 was een bijzonder jaar voor ons, waarin wij ons 80-jarig jubileum hebben gevierd. De prijs voelt als een bekroning en inspireert en motiveert ons om samen met al onze collega’s, klanten en ketenpartners te blijven bijdragen aan een kleurrijke wereld. Wij danken Interpolis voor de voordracht voor de Tuinbouw Ondernemersprijs en kijken er naar uit om het hele jaar ambassadeur van onze bloeiende sector te mogen zijn.“

Foto/video: Stichting Tuinbouw Ondernemersprijs.