Trichoderma tegen Phytophthora op aardbei

Trichoderma tegen Phytophthora op aardbei

Bodemschimmels kunnen ziekteverwekkende schimmels tegengaan, zoals Phytophthora. Hoewel al lang bekend is dat zulke nuttige bodemschimmels bestaan – zoals Trichoderma – is de manier waarop deze kennis kan worden toegepast veel minder goed bekend.

Regelmatig doseren is één oplossing. Een ander manier is de nuttige schimmel vooraf op een drager te kweken en vervolgens met drager en al te mengen met potgrond. In een proef met aardbei wordt op 2 liter containers met een veenmengsel met een aandeel van 10%, 20% of 30% biochar geteeld.

Biochar is een houtskoolachtig materiaal dat achterblijft nadat hout is gebruikt in een industrieel hoge temperatuur proces om gas en olie te winnen. Van de gebruikte Trichoderma is bekend dat deze zich goed kan handhaven op de biochar. Doel is na te gaan of de nuttige bodemschimmel kan overleven in de potgrondmengsels, of de Trichoderma nog actief is tegen de (toegediende) Phytophthora en of de dosering van biochar nog invloed heeft op de effectiviteit van de Trichoderma.

Tekst: Chris Blok, Andrea Diaz Ismael.

Gerelateerd

Streven om over een lange periode productie in evenwicht te houden

Streven om over een lange periode productie in evenwicht te houden

Kunnen LED’s van meerwaarde zijn voor de jaarrondteelt van aardbeien onder glas? Die vraag houdt aardbeientelers al ruim vijf jaar bezig. Nieuw in het onderzoek is de samenstelling van het lichtspectrum en het gebruik van doordragers in plaats van junidragers. En dan speelt ook nog de vraag of je nu beter gekoelde minitrayplanten kunt gebruiken of verse stekken. Gelukkig zit er behoorlijk schot in het onderzoek.

Het belichtingsonderzoek met LED’s bij aardbeien bij het Delphy Improvement Centre in Bleiswijk is een nieuwe fase ingegaan. Na drie jaar onderzoek met junidragers groeien nu voor het tweede jaar doordragers in de 1.000 m2 grote afdeling. In vier jaar tijd hebben de betrokken aardbeientelers al veel opgestoken van het energiezuinige belichtingssysteem dat bij uitstek is geschikt voor zo’n koele teelt.

“Eigenlijk hebben we al een vijf jaar lange zoektocht achter de rug naar dit belichtingssysteem”, vertelt Delphy adviseur Remco van Endschot. Samen met aardbeienteler Peter van den Eertwegh van Brookberries en onderzoeker Lisanne Helmus-Schuddebeurs van het IC, geeft hij opening van zaken.

Lichtbehandelingen

In de eerste jaren lag de aandacht op de teelt van junidragers met productie in de maanden december, januari en februari. Dit is een verschuiving van het seizoen ten opzichte van de traditionele doorteelt. Steeds is gewerkt met een rood-blauw spectrum (95%-5%). De onderzoekers hebben in deze fase van het onderzoek gekeken naar de optimale lichtintensiteit. De conclusie uit dit onderzoek was dat de productie nog maar weinig toeneemt boven een lichtniveau van 170 µmol/m2/s. Bij een intensiteit van 240 µmol/m2/s nam de brixwaarde wel toe.

In het jongste onderzoek ligt de nadruk op jaarrondproductie met doordragers, want deze hebben een stabiele productie gedurende een lange periode. De afdeling is uitgerust met 190 µmol/m2/s en vier lichtbehandelingen. Dit zijn rood-blauw met 10% verrood, rood-blauw met 20% verrood, rood-blauw met 6% groen en 10% verrood en een referentie met alleen rood-blauw.

Twee soorten planten

Kwaliteit en een stabiele productie van 0,5 kilo per week is het doel waar de proefnemers zich op richten. Ze hebben daarbij gekozen voor de rassen Favori en Murano. Van Endschot: “Niet ieder doordragend ras leent zich voor een belichte winterteelt. Van deze rassen verwachten we het meest, gebaseerd op eerder onderzoek.”

Er zijn twee planttypen gebruikt, namelijk minitrayplanten en verse stek. De minitrayplanten zijn in december ingepakt en acht maanden onder het vriespunt bewaard. Daarnaast zijn ook verse planten gebruikt, die begin juli zijn gesneden en beworteld op het trayveld. Een deel is direct in week 34 geplant, gelijktijdig met de bewaarde minitrayplanten. De rest heeft een koudebehandeling gehad (boven het vriespunt) van twee weken en van vier weken.

De koudeperiode kan van invloed zijn op de hormoonbalans. Planten groeien dan goed weg met voldoende strekking van het gewas. De plantdata in de kas zijn daardoor week 34, 36 en 38 geworden. “We willen dus naast de verschillende lichtspectra onderzoeken wat de invloed is van deze koudebehandeling en hoe lang deze moet duren”, legt de adviseur uit. “In principe geeft een langere koeling meer strekking.”

Voldoende balans

Voorafgaand aan de belichtingsperiode kregen de planten tijd om gewas te maken. Vervolgens ging de belichtingsinstallatie in week 39 aan. De proefnemers kozen voor een belichtingsstrategie waarbij op het einde van de dag werd belicht om de daglengte minimaal op twaalf uur te houden. De weken daarna steeg het aantal belichtingsuren naar maximaal veertien. De planten kregen minimaal 800 en maximaal 1.000 joule/cm2 per dag.

“We sturen daarbij sterk op lichtsom, om voldoende balans te houden”, legt Helmus uit. Boven 250 W/m2 gaan de LED’s uit en onder 150 W/m2 schakelen ze weer aan. De belichtingsperiode eindigt dus als er weer voldoende natuurlijk licht is. De installatie geeft minder warmte af dan een SON-T installatie, waardoor het koude minnende gewas met name in het voorjaar weinig hinder heeft van temperatuurstijging.

Verschil koudebehandelingen

De start van de teelt met doordragers is veel rustiger verlopen dan vorig jaar. Dit heeft onder andere te maken met een rustige opbouw van de belichting en het temperatuurregime. Vorig jaar piekte de productie te vroeg, waardoor geen vlakke productielijn is gehaald. Dit jaar is de plantbelasting stabieler gebleven, maar begin april is de gewenste productie nog niet gehaald. Toch is het gevoel bij het verloop van deze teelt beter.

Het gewas bleek in balans bij alle lichtbehandelingen. Opvallend is dat de verschillen tussen de koudebehandelingen van de verse planten groter zijn dan van de verschillen tussen lichtspectra. Zo bleven de planten die in week 38 zijn geplant in eerste instantie korter dan die in week 34 zijn geplant. Dat lijkt tegenstrijdig aan het principe dat planten die meer koude hebben gehad beter zouden strekken. De vraag is nu wat hiervan de oorzaak is. Is de plant wel ontvankelijk geweest voor de koudebehandeling of ligt het aan de kortere of langere periode tussen planten en de start van het belichten? Bovendien is het niet uitgesloten dat de daglengte de strekking beïnvloedt.

Strekking

Nadat dit verschil werd opgemerkt zijn de proefnemers gestart met het aanschakelen van de normale gloeilampen. Dit gaf geen zichtbaar effect. Vervolgens hebben zij een uur langer belicht met verrood, nadat de normale assimilatiebelichting was uitgeschakeld (15 uur verrood totaal). De planten strekten het sterkst bij 20% verrood licht, gevolgd door 10% verrood licht. In de behandeling zonder verrood licht bleef de strekking duidelijk achter. Uiteindelijk zijn gedurende de teelt de verschillende koudebehandelingen in strekking weer naar elkaar toe getrokken. Om dit fenomeen in de beginfase van de teelt nog eens goed te bestuderen vonden er in april spectrumproeven plaats in de klimaatcel van het IC.

In deze fase van de teelt vinden de proefnemers dat er zeker verbeterpunten zijn. Maar ten opzichte van vorig jaar gaat het al een stuk beter. “Vorig jaar vielen de resultaten tegen, maar een proef mislukt nooit”, vindt Van den Eertwegh. “We zitten in een positieve flow die ons nieuwe inzichten geeft. Nu gaan we werken aan een concept dat praktijkrijp is. De productie is nog niet helemaal vlak, maar het gaat inmiddels de goede kant op.”

Vlakke productie met doordragers

De aardbeienteler is positief over de nieuwe belichtingstechnieken. Hij heeft inmiddels op zijn eigen bedrijf al LED’s aangeschaft. “Wij zien de meeste kansen in een vlakke productie met doordragers. Proefondervindelijk moeten we nog veel leren”, vindt hij.

Er zijn plannen om na deze proef nog één teelt in augustus te planten. Daarna moet het teeltrecept grotendeels praktijkrijp zijn. Het project is tot stand gekomen door bijdragen van het programma Kas als Energiebron, een vaste groep aardbeientelers en toeleveranciers, Signify, Van der Avoird, Flevo Berry en Legro.

Samenvatting

Het onderzoek naar LED-belichting bij aardbei heeft in vijf jaar tijd veel informatie opgeleverd. Na drie jaar testen met junidragers is vorig jaar gestart met doordragers. De tweede teelt doordragers verloopt veel rustiger dan die van vorig jaar. De productie is meer verdeeld over het winterseizoen, maar mag nog wat omhoog. Een goed teeltrecept voor de praktijk laat niet lang meer op zich wachten.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden.

Gerelateerd

Energie besparen en tegelijk een nieuw teeltconcept optimaliseren

Energie besparen en tegelijk een nieuw teeltconcept optimaliseren

In de eerste week van januari gaat het vervolgonderzoek naar Het Nieuwe Telen (HNT) bij aardbei van start bij het Delphy Improvement Centre in Bleiswijk. Er staan twee teelten op de planning. De eerste is een verse teelt met de junidrager Sonsation. Direct daarna volgt een teelt met doordrager Arabella. De doelstelling van dit project is het bijdragen aan een toekomstbestendige en duurzame aardbeienteelt. Het toegestane energieverbruik is 50% ten opzichte van de praktijk, met minimaal een gelijkwaardige productie.

Aanleiding voor het onderzoek is het continu toenemende areaal aardbeien onder glas. De prognose voor de komende tien jaar is een verdubbeling van het glasareaal aardbeien. Daardoor groeit de behoefte om een nieuw teeltconcept te ontwikkelen. Nu is een doorteelt (dubbele teelt met één planting) het meest gebruikte teeltconcept. Om meer spreiding in het aanbod aardbeien te krijgen is het belangrijk dat telers meerdere teeltconcepten kunnen toepassen.

Andere schermen

Afgelopen jaar vond bij het onderzoekscentrum al onderzoek plaats met een onbelichte teelt. De afdeling had toen een energiescherm (Luxous 1147) en een diffuus klimaatscherm (Harmony 2315). Ditmaal is gekozen voor twee energieschermen, namelijk Luxous 1147 en 1547D om het piekverbruik in de winter te reduceren. Daarnaast heeft de afdeling Nivolatoren en een vernevelingsinstallatie.
De proef is ook van afdeling verwisseld. Het verwarmingsoppervlak is groter geworden, waardoor met laagwaardige warmte kan worden gewerkt. Om te achterhalen wat de invloed is van de worteltemperatuur op de vochtbalans van het gewas krijgen drie goten in de kas substraatverwarming.

Plantfysiologie

Het voorgaande onderzoek leverde nieuwe informatie op, maar ook veel vragen over plantfysiologie met name over de aanmaak en verdeling van assimilaten en waterstress. Het project zoomt hier dieper op in. De onderzoekers monitoren de drogestof ontwikkeling gedurende de teelt en doen metingen om meer inzicht te krijgen in fotosynthese en de opening van de huidmondjes. Deze kennis is nodig om HNT-principes te vertalen naar de aardbeienteelt. Een aardbei is immers geen tomaat en heeft haar trossen (en daarmee productiepotentie) al aangelegd in de plantopkweek. Alleen doordragende aardbeirassen leggen ook trossen aan gedurende de teelt. In doordragers ligt dus de uitdaging om het productiepatroon gelijkmatiger te krijgen. Hiervoor zijn in de HNT-afdeling meer stuurmiddelen aanwezig dan in praktijk.
Het project ‘Glasaardbei Toekomstbestendig’ wordt uitgevoerd in samenwerking met Plantmonitoring NL (Peter Geelen) en is tot stand gekomen door bijdragen van het programma Kas als Energiebron, Svensson, Nivola, BvB, Flevo Berry en aardbeientelers. Onderzoekers Bart Jongenelen en Lisanne Helmus zullen de proef vanuit Delphy begeleiden.

Tekst:Pieternel van Velden.





Gerelateerd

Grootste aardbeienkas van Nederland in recordtijd gerealiseerd

Grootste aardbeienkas van Nederland in recordtijd gerealiseerd

Afgelopen vrijdag is in Zuilichem In het bijzijn van relaties en genodigden Dutch Berries feestelijk geopend. Het 20 hectare grote aardbeienbedrijf van de Gijbert Kreling Groep werd in recordtijd – 20 weken – gerealiseerd, ondanks of eigenlijk dankzij maatschappelijke weerstand.

Een huzarenstukje, aangezien de nieuwbouw pas op 7 maart van dit jaar van start ging. Oorzaak was een procedure van de Stichting Dorp en Landschap Bommelerwaard tegen de uitbreiding van de ‘megakas’ van Dutch Berries, schuin tegenover de grootste chrysantenkwekerij van Nederland (Diamond Flowers), die ook in recordtijd is aangelegd. Bovendien waren er bezwaren tegen de huisvesting van honderden arbeidsmigranten die de aardbeien van Dutch Berries komen plukken. Dutch Berries wil die graag op eigen terrein huisvesten, maar dat is nog niet geregeld. De rechter bleek echter niet onder de indruk van de bezwaren, waarna de bouw dit voorjaar toch van start kon gaan.

Uitdagingen

Eigenaar Gijbert Kreling kocht de boerderij langs de Uilkerweg al in 2004, met een oppervlakte van 37 hectare. Dit met de bedoeling om er chrysanten te gaan telen. De plannen veranderden echter en in 2016 leek er schot te komen in de mogelijkheden op deze plaats te mogen bouwen. Daarvoor moest wel eerst de bestemming worden gewijzigd. Twee jaar later kon de bouw – na de gerechtelijke uitspraak – eindelijk beginnen. Het project Dutch Berries van twee keer 10 hectare werd in amper 20 weken ontwikkeld. Het resultaat van een innige samenwerking tussen de GK Groep, tuinbouw toeleveranciers, Projectbureau Herstructurering Tuinbouw Bommelerwaard, Rabobank, Accon en afnemer Veiling Zaltbommel. Een spannend project ook, omdat in de koelcel 2,2 miljoen aardbeienplanten lagen te wachten. Een nat voorjaar en een zeer hete zomer maakten de uitdaging nog groter. “De eerste aardbeien kleuren, ons doel is bereikt”, zegt financieel directeur Boudewijn van der Wal trots.

Volumestrategie

Met de nieuwbouw wil Dutch Berries de Europese markt in het voor- en najaar voorzien van verse aardbeien. Het doel is om de Spaanse aardbei in deze perioden te verdrijven met duurzaam geteelde aardbeien ‘van Hollandse bodem’. Marktgerichte volumeproductie tegen een lage kostprijs, is de strategie. Het bedrijf is al GlobalGAP gecertificeerd. Een traject om in de nabije toekomst ook aardbeien met PlanetProof te kunnen leveren is inmiddels onder begeleiding van Veiling Zaltbommel gestart.
Het ras is Elsanta, al experimenteert Dutch Berries ook met andere rassen. Zo werd in een kleine kas van 2,5 hectare een doordrager getest, maar stopte deze tijdens de hete zomer met doordragen. “Toen zijn we weer teruggegaan naar Elsanta, omdat die toch wat zekerder en betrouwbaarder is qua productie”, aldus Van der Wal.
De nieuwe kas vroeg een investering van bijna 40 miljoen euro, waarvan de Rabobank bereid was 30 miljoen te lenen. Wel vond de bank het bedrijf te kwetsbaar met alleen oprichter en directeur-grootaandeelhouder Gijbert Kreling (57) aan de leiding. Hij besloot daarom Van der Wal als tweede man in de directie te benoemen.

Oogstrobot

Een belangrijk vraagstuk blijft de arbeidsvoorziening. “Het is van het grootste belang dat er spoedig een gedegen beleid wordt vastgesteld door gemeente en bevestigd door de provincie voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Zoals bekend willen we graag de 3x winst-optie realiseren. Die bestaat uit het zo min mogelijk overlast bezorgen in de dorpen, een goede huisvesting voor medewerkers, zo dicht mogelijk bij het bedrijf, zodat men graag weer terugkomt. Wat het rendement op het bedrijf verbetert door de inzet van steeds meer ervaren arbeidsmigranten”, aldus Van der Wal in zijn speech.
De kwestie is nu voorlopig opgelost met de bouw van zes woonunits op de andere locatie van 7 hectare. De buurman van die locatie maakte daar bezwaar tegen. “Maar we hebben een vergunningentraject doorlopen en netjes een haag geplant. Inmiddels staat zijn huis te koop.” Van der Wal voegt er aan toe dat de Poolse medewerkers in de toekomst mogelijk – deels of geheel – worden vervangen door een oogstrobot, waar in verschillende landen aan wordt gewerkt. “Dit zou weleens een game changer kunnen zijn. Dutch Berries is hierop voorbereid.”

Maatschappelijke reacties

In de toekomst kan de kas nog uitbreiden met 8 hectare. Bezwaarmakers tegen deze toekomstige uitbreiding werden eerder dit jaar door de Raad van State afgewezen. “De omgeving moest even wennen aan de grote kas. De maatschappelijke reacties waren overwegend positief, maar ik constateer dat de pers vaak de negatieve kant op zoekt. Dat is wel eens lastig manoeuvreren. Dan wordt er veel over je gesproken, maar weinig met je gesproken”, aldus Van der Wal.
Op 13 augustus werden de eerste aardbeien in de kas geplant. Tijdens de opening op 21 september reed oprichter Gijbert Kreling met zijn vrouw en het eerste kistje aardbeien in een klassieke auto spectaculair de schuur vol genodigden binnen. De opbrengst van de veiling van het eerste kistje – 5.820 euro – ging naar een goed doel. De opening en aansluitend de open dag werden bezocht door circa 500 belangstellenden.


Kerncijfers Dutch Berries:

  • investering: 40 miljoen euro
  • startdatum nieuwbouw: 7 maart 2018
  • kasoppervlak: 20 hectare
  • lengte goten: 200 kilometer
  • lengte verwarmingsbuizen: 400 kilometer
  • volume waterbuffertank: 5,5 miljoen liter
  • warmtecapaciteit gasketel: 19.000 KW
  • aantal aardbeienplanten: 2,2 miljoen
  • oogstvolume voorjaar (streven): 1.800 ton (10 kilo per m2)
  • oogstvolume najaar (streven): 900 ton (5 kilo per m2)
  • plantdatum: 13 augustus
  • ras: Elsanta

Tekst/foto’s: Mario Bentvelsen.





Gerelateerd

‘Koplopers hebben al kennis opgedaan en leergeld betaald, neem die ervaringen mee’

‘Koplopers hebben al kennis opgedaan en leergeld betaald, neem die ervaringen mee’

Recentelijk is er een ambitieus onderzoeksproject gestart, dat mikt op een nieuw, duurzaam en robuust teeltconcept voor aardbeien onder glas. Teler Marcel Dings uit Belfeld is lid van de teeltadviesgroep. “Ik ben blij met dit initiatief en hoop dat het onderzoeksgeld efficiënt wordt ingezet. De koplopers hebben al leergeld betaald. Wij hebben gevraagd om die ervaringen mee te nemen.”

De achtergronden van het meerjarige project zijn uitgebreid beschreven in de september-editie van Onder Glas. Het doel is de ontwikkeling van een robuust, duurzaam en rendabel teeltsysteem waarmee de teelt onder glas het in 2030 zonder chemische gewasbeschermingsmiddelen kan stellen. “Het is goed dat een duurzamer teeltsysteem vanuit een breed en fundamenteel perspectief aandacht krijgt”, zegt Dings. “De teelt onder glas heeft een grote vlucht genomen en de consument verwacht een schoon en gezond product. Ik ben blij dat het ministerie hier geld voor heeft vrijgemaakt.”
Naast de huidige teeltmedia, overwegend veen-, kokos- en mengsubstraten, zal steenwol een plaats krijgen. Opkweek vanuit zaad wordt ook kansrijk geacht, omdat de huidige vermeerderingsmethode (stekken) altijd wondjes veroorzaakt die invalspoorten vormen voor schimmelziekten.

Inventarisatie en nulmetingen

Een project van deze omvang en strekking is voor de aardbeiensector vrij uniek, maar op deelgebieden hebben koplopers in de veredeling, vermeerdering en teelt al behoorlijk wat leergeld betaald en kennis opgedaan. Op advies van de teeltadviesgroep hebben de onderzoekers van Wageningen University & Research die eerst geïnventariseerd en hebben er – ook qua gewasbescherming en ziektedruk – nulmetingen plaatsgevonden bij bedrijven.
De teler: “Wij hebben enkele jaren planten uit zaad laten opkweken, maar het aantal rassen dat zich daar goed voor leent is beperkt. Dat is dus een aandachtspunt. Met steenwol is 25 jaar geleden al ervaring opgedaan. Het substraat is sindsdien sterk verbeterd, maar kijk ook daar eens op terug.”
Momenteel liggen er in Bleiswijk meerdere aardbeienproeven bij zowel Wageningen University & Research als het Improvement Centre. Dings gaat er binnenkort een kijkje nemen. “De teeltadviesgroep is een paar keer bijeen geweest en begeleidt de proef. Het verloop van de teelt heeft uiteraard onze grootste interesse.”

Tekst: Jan van Staalduinen. Foto: VidiPhoto.





Gerelateerd