Prima resultaten met biologische bestrijding

Prima resultaten met biologische bestrijding

Drie jaar geleden schakelde potrozenkwekerij Nolina radicaal over van chemische naar biologische plaagbestrijding. “Een spannende periode, maar het is al met al bijzonder goed verlopen”, blikt productiemanager Peter Verhoogt terug. Eén van de basismiddelen in hun ‘bio-schema’ is Flipper. “Daarmee bestrijden we 95 tot 98 procent van alle luis en pakken we ook nog wat spintmijt mee.”

“Tien jaar geleden leunden we bij de ziekte- en plaagbestrijding nog voor meer dan 90 procent op chemische middelen. Nu is dat nog hooguit vijf tot tien procent en zijn de resultaten er zeker niet minder op geworden.” Peter Verhoogt schetst in twee zinnen de enorme metamorfose die het Zuid-Hollandse potrozenbedrijf op het gebied van de gewasbescherming heeft doorgemaakt. “Vooral de laatste twee, drie jaar hebben we enorme stappen gemaakt op het gebied van duurzaam telen. Maar dat is maar bij heel weinig mensen doorgedrongen.” Het liefst zou hij daarom zien dat deze wapenfeiten eens wat meer in de algemene media zouden verschijnen. “Want daar leeft nog teveel het idee dat we maar wat aanrommelen.”

Tijdens een rondje door de kassen is te zien dat er allesbehalve maar ‘wat aangerommeld wordt’. De productieprocessen zijn verregaand geautomatiseerd, met als hoogtepunt de stekrobot, die het plantmateriaal volledig automatisch knipt en in de potten steekt. “Automatisering zorgt niet alleen voor uniforme planten met een constante kwaliteit; het zorgt er ook voor dat onze honderd vaste medewerkers prettig kunnen werken. Ook dát is voor een grote regionale werkgever als Nolina een heel belangrijke productiefactor”, benadrukt de productiemanager.

Best even spannend

Ook in de teelt probeert Nolina vooruit te kijken en voor de lange termijn te gaan. Om die reden werkt het bedrijf sinds 2016 zo goed als biologisch bij de bestrijding van luis, trips en spintmijt. De ‘basisingrediënten’ hiervoor zijn Azatin® en Flipper, twee middelen van natuurlijke oorsprong die niet alleen prima werken, maar elkaar ook goed aanvullen. Azatin is vooral effectief tegen trips en spintmijt; Flipper vooral tegen luizen, maar heeft ook wat nevenwerking tegen spintmijt. “Met deze combinatie hebben we de rozen langdurig schoon kunnen houden, zelfs tot ver in de zomer”, vertelt Verhoogt, “Afgelopen seizoen hebben we slechts drie correctie-bespuitingen uit hoeven voeren; daarmee hebben we de inzet van chemie enorm teruggebracht.”

De productiemanager erkent dat het eerste echte seizoen zonder chemie best even spannend was, vooral omdat er nauwelijks ervaring was met volledig biologische plaagbestrijding in potrozen. “In de aanloop naar 2017 hebben we weliswaar veel tests en proeven gedaan met Azatin en Flipper, maar dat is toch iets anders dan met het hele bedrijf in één keer omschakelen naar dit systeem. Gelukkig is alles super verlopen, ik mag zelfs wel zeggen: boven alle verwachtingen.”

Schema consequent aanhouden

Om de combinatie Azatin – Flipper optimaal te laten werken, moet de plaagdruk voortdurend laag worden gehouden. Daarom zet het bedrijf sterk in op preventieve maatregelen, zowel op het gebied van klimaatbeheersing als op de inzet van middelen. Verhoogt: “Vooral bij biologische middelen – of middelen van biologische oorsprong – is de werking en effectiviteit erg afhankelijk van de klimaatomstandigheden. En die kunnen per locatie ook nog eens heel verschillend zijn. Het draait dus allemaal om balans en afstemming; dat is de belangrijkste puzzel die je als bedrijf moet maken.”

Ook belangrijk is dat het preventieve schema strak en consequent wordt aangehouden. Biologisch middelen zoals Flipper hebben namelijk een kortere duurwerking dan chemische alternatieven, waardoor een of twee dagen later spuiten vervelende gevolgen kan hebben. Verhoogt: “Een vaste frequentie is essentieel om druk laag te houden. Zelf spuiten we daarom – vanaf 14 dagen na de snoei tot een week voor afleveren – consequent om de zeven dagen met Azatin en Flipper. Dit betekent dus dat elke afdeling precies wekelijks behandeld wordt. Qua planning en logistiek werkt dit aanzienlijk makkelijker dan voorheen, toen er nog twee spuitmomenten per week waren – met vaak ook nog verschillende middelen. Vergissingen lagen daardoor altijd op de loer. Verder is een wekelijkse spuitfrequentie ook arbo-technisch weer een mooie vooruitgang.”

Chemie achter de hand

Hoewel de resultaten met Azatin en Flipper tot nu toe goed zijn – en Verhoogt graag meer biologische middelen zou gebruiken – houdt hij toch graag enkele chemische correctiemiddelen achter de hand. “We zitten weliswaar op het gewenste duurzame spoor, maar dat spoor is nog niet zo stabiel dat we helemaal geen chemie meer nodig hebben. Door de kortere duurwerking van Flipper kan het bijvoorbeeld voorkomen dat er een extra luisje op de planten zit. Tot nu toe kunnen we dat prima uitleggen en is er begrip van onze afnemers. Maar dat moet natuurlijk wel zo blijven… Bovendien verhoogt de biologische plaagbestrijding de kostprijs; ook daar zullen retailers hun aandeel in moeten blijven nemen.”

Azatin® is een geregistreerd handelsmerk van Certis Europe.


Flipper: nieuw, groen en zeer breed toepasbaar

Flipper is een product van plantaardige oorsprong op basis van carbonzure kaliumzouten. Het is een snelwerkend contactmiddel dat onder de regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen (RUB) mag worden toegepast ter bestrijding van insecten en mijten in de bedekte en onbedekte teelt van land- en tuinbouwgewassen en openbaar groen. Flipper kan worden ingezet ter bestrijding van witte vlieg, spintmijt, trips, bladluis, bladvlo, wol-, dop- en schildluis.

Belangrijk om te weten

  • Gebruik voldoende vloeistof. Raken van het insect is essentieel voor een goed resultaat. Flipper is niet systemisch of translaminair.
  • Gebruik zacht water (bij voorkeur regenwater of leidingwater niet harder dan 16,8°dH met een PH van minimaal 7). In gevallen waarin alleen hard water beschikbaar is, kan een buffermiddel worden toegevoegd aan het water om neerslaan te voorkomen.
  • Vul de spuittank voor de helft en voeg het middel toe. Flipper mengt zich met water tot een volledige oplossing. Roeren van de spuitoplossing is verder niet vereist.
  • In geval van tankmixen met andere producten, dient Flipper altijd als laatste aan de tankmix te worden toegevoegd.
  • Flipper nooit mengen met uitvloeiers, hulpstoffen, bladmeststoffen of gewasbeschermingsmiddelen op basis van zwavel, fosetyl-aluminium of metaalionen (zoals zink, koper en ijzer).
  • Een roerinstallatie kan schuimvorming bevorderen.
  • Dosering: 1%.
  • Afhankelijk van de plaagdruk de behandeling zo nodig om de 7 dagen herhalen, echter niet meer dan 3 wekelijkse behandelingen achter elkaar uitvoeren.
  • Opslag bij kamertemperatuur; onder 10°C kan namelijk kristallisatie plaatsvinden. Dit effect is volledig omkeerbaar en heeft geen invloed op de kwaliteit van het product.

Eigenschappen van Flipper

  • Product van plantaardige oorsprong op basis van carbonzure kaliumzouten
  • Bestrijdt wittevlieg, spintmijt, trips, bladluis, bladvlo, wol-, dop- en schildluis.
  • Veilig voor bestuivers en de meeste natuurlijke vijanden.
  • Toegestaan in bedekte en onbedekte teelt van land- en tuinbouwgewassen.
  • Geen residuen en dus geen MRL.
  • Mag in biologische teelt gebruikt worden.

Gerelateerd

‘Tegen trips moet je voortdurend je best blijven doen’

‘Tegen trips moet je voortdurend je best blijven doen’

“Trips is en blijft een heel lastig beestje, maar we krijgen hem wel steeds beter onder controle’’, zegt chrysantenkweker Maurice van Os in Maasland. Een nieuw hulpmiddel tegen trips is het biologische middel Flipper. Van Os past het toe tijdens de voorbespuiting, de eerste twee weken na binnenkomst van het plantmateriaal.

“Kijk, hier heb je er één. Als je goed kijkt zie je dat er vleugeltjes aan zitten; dan is de kans groot dat het om trips gaat.’’ Maurice van Os wijst met zijn vinger op een van de gele vangplaten in het gangpad. Er zitten meerdere insecten op; de allerkleinste – nauwelijks zichtbaar met het blote oog – is trips. Een vlotte telling leert dat er een paar exemplaren op de vangplaat zitten. “Dat valt mee”, zegt Van Os. “Een paar jaar geleden zaten er meestal enkele tientallen op.”

Meer en beter scouten

De laatste jaren heeft het bedrijf steeds minder problemen met trips. Dat is vooral te danken aan beter en intensiever scouten. “Voorheen liepen we eigenlijk alleen langs de paden om de vangkaarten te controleren. Maar sinds een jaar of twee kijken we ook om en om in de paden en markeren we op een plattegrond waar we trips vinden. Hierdoor kunnen we veel gerichter en ook goedkoper werken dan we eerder deden. De kosten voor de tripsbestrijding zijn daardoor teruggelopen van €6 naar €3,5 per vierkante meter.” Van Os geeft de credits voor dit succes graag aan zijn dochter, die een groot deel van het scoutwerk voor haar rekening neemt. “Zij doet dit werk rationeler en onafhankelijker dan dat ik dat kan. Bovendien zet zij alles in de scouting-app en bespreekt de resultaten met adviseurs van Van Iperen. Dat werpt nu toch zijn vruchten af.” Ook bij de start van de teelt wordt er meteen scherp op trips gelet. Als het plantmateriaal aankomt, worden de kisten uitgeklopt en gecontroleerd op trips. “Zit er wat in, dan zetten we meteen de spuit erop”, zegt Van Os. Sinds kort wordt er in het voorspuitprogramma – grofweg de eerste twee weken van de teelt – naast NeemAzal T/S® ook het biologische middel Flipper ingezet. Dat gebeurt twee keer per week, dus in totaal vier bespuitingen. Daarna – van week 3 t/m week 7 – moet vooral de cucumeris-roofmijt (via biolinten en verblazen) de strijd tegen trips over gaan nemen. Het afspuiten – zo’n twee weken voor aflevering – gebeurt met Sumicidin® Super en Batavia.

Aanwinst tegen trips

Van Os vertelt de afgelopen winter al volop met Flipper geëxperimenteerd te hebben. “Aanvankelijk moesten we wel even wennen aan dit middel, dat als een soort sopje op het blad blijft zitten. Maar schade hiervan hebben we tot nu toe niet gezien. Tegelijkertijd merkten we dat de tripspopulatie bij gebruik van Flipper voortdurend laag is gebleven. Ik durf daarom wel te zeggen dat het middel een aanwinst is tegen trips.” De spuittechniek en het spuittijdstip zijn belangrijk bij het gebruik van Flipper, zo weet Van Os. “Bij de jonge stekken verstopt de trips zich meestal in de koppen. Om de trips goed te kunnen raken moet het hart van de bloem open staan. Je kunt daarom het beste rond negen uur ‘s ochtends spuiten, dan staan de harten het verst open’’, zo weet Van Os. Ook de spuittechniek is belangrijk. Behalve voldoende water – 100 liter per 1000 m² – moeten de spuitdoppen recht naar beneden spuiten, in de harten. “Als je dit allemaal goed op orde hebt, dan kun je met Flipper prima resultaten behalen”, zo besluit Van Os.

NeemAzal® T/S is een geregistreerd handelsmerk van Nufarm.
Sumicidin® Super is een geregistreerd handelsmerk van BASF.

Voor aardbeienteler Jack Loonen is weerbaar telen een continu groeiproces

Voor aardbeienteler Jack Loonen is weerbaar telen een continu groeiproces

Jack Loonen uit Oosteind straalt als hij het over zijn aardbeienteelt heeft. De consument moet er blij van worden, vindt hij. Dat betekent niet alleen dat ze lekker moeten zijn, maar ook gezond en zonder residu. Hij kan nu nagenoeg zonder chemische gewasbescherming telen. Een groeiproces waarin hij zich met volle energie heeft laten meenemen. Het pakket maatregelen varieert van ingrepen op watergebied tot aan middelen op de plant en in het substraat.

Hij heeft nu voor het zevende jaar aardbeien. Daarvoor teelde hij 21 jaar met veel plezier aubergines. Toen er nieuwe rassen aankwamen met een hogere productie, maar ook een hogere CO2-behoefte, besloot hij te stoppen. “Mijn bedrijf is relatief klein, slechts 1,2 ha. Te klein voor een WKK. Daarom was het verstandig om naar een andere teelt uit te kijken. Dat werden de aardbeien.”
Hij kwam uit bij het ras Elsanta. Hij koopt zijn planten, 200.000 stuks, bij een vaste kweker van aardbeienplanten. Deze stekt ze in juli en laat ze doorgroeien tot december. Vervolgens worden ze ingepakt en bewaard bij -1,5ºC tot ongeveer 10 augustus. Loonen bestelt ze met drie trossen per plant: een hoofdtros en twee natakken. Bij de plantenkweker worden de jonge planten een aantal malen behandeld met een biostimulator, zodat hij al een weerbare plant ontvangt.

Schouderklopje

Na een paar dagen ontdooien, worden de planten in goten met kokossubstraat gezet. Het eerste deel van de oogst loopt van eind september tot de kerst. Ondertussen vormen zich nieuwe knoppen onderin de planten. “Als de aardbeien eraf zijn, kijken we hoe het met de trosaanleg staat. Als deze 1,2 cm groot is, stoppen we een maand met stoken. Dat is tussen half januari en half februari. Daarna stoken we de kas weer op. Vanaf circa 10 april tot half juni kunnen we dan weer oogsten.”

De aardbeien zet hij af via veiling Hoogstraten in België. Op de aardbeienbakjes zit een code die de consumenten kunnen scannen voor meer informatie over het product. “Ik krijg zo’n twintig reacties per jaar. Mijn aardbeien komen onder andere terecht in Ierland, Engeland, Noorwegen, België en Nederland. Ik heb alleen maar positieve berichtjes ontvangen. Het voelt als een schouderklopje.”

Weerbaar telen

Vanuit de aubergineteelt was Loonen gewend om met natuurlijke vijanden te werken. Hij was destijds een van de eerste auberginetelers die met biologische bestrijding aan de slag ging. Het laatste auberginejaar startte hij voorzichtig met weerbaar telen. Hij gebruikte Trianum op de mat en doseerde compostthee mee. “Dat leverde nog niet veel op. Het was een leerjaar.”

De eerste 2,5 jaar ging hij redelijk traditioneel aan de slag in de aardbeienteelt. Dat betekende dat hij waar mogelijk natuurlijke vijanden inzette naast chemische middelen tegen meeldauw en een aantal bodemziekten. Toen hij vier jaar geleden eraan toe was om weer met weerbaar telen te beginnen, kwam Theo van der Knaap van Ecoconsultancy toevallig langs. Hij legde hem de strekking van weerbaar telen uit: het vervangen van harde middelen die ziektes en plagen onderdrukken door zachte natuurlijke middelen. Op die manier bouwt hij een ecologiesysteem op en het teeltsysteem komt weer meer in evenwicht vanuit de natuur gezien.

Gezond water

Water speelt bij Loonen een hoofdrol in het verhaal van weerbaar telen. “We werken met bronwater. De waterkwaliteit hier is goed. We zuiveren het via ultrafiltratie. Aardbei kan bijvoorbeeld slecht tegen silicium.”

Hij had al vijftien jaar twee Vitalizers in zijn bedrijf om het water zodanig te behandelen dat het de natuurlijke structuur en vitaliteit krijgt van oorspronkelijk bronwater. Het ene apparaat staat bij de dagvoorraad, de andere bij de spuit waarmee hij middelen toedient. De voedingsstoffen in het water worden zodoende gemakkelijker opgenomen.

De aardbeienteler gebruikt daarnaast nog andere technieken om de waterkwaliteit te verbeteren. Schematisch laat hij de weg zien die het water maakt. Het gefiltreerde bronwater gaat via een waterval naar een schoonwatertank. Ook deze waterval zorgt ervoor dat het water weer de natuurlijke structuur krijgt.

Het schone water gaat langs de meststoffenunit, krijgt daar de benodigde meststoffen mee en komt in de dagvoorraad terecht. In de dagvoorraadtank van 90 m3 zit een pomp die het water rondpompt: 3 m3 wordt alleen rondgepompt, 5 m3 gaat eerst langs een lavafilter en komt dan weer terug in de dagvoorraad.

Filter van lavastenen

Dit lavafilter heeft hij zelf laten bouwen. Het idee is dat het water, zoals bij een zandfilter, op een natuurlijke manier wordt behandeld. Voordeel van dit filter is dat het compacter is. “De bak is voor de helft gevuld met lavastenen. In de poriën van de lavastenen zitten positieve bacteriën. Er zitten sproeiers in de bak om het water van extra lucht te voorzien. Dit bevordert tevens het leven van de bacteriën die de ziektekiemen kunnen aanpakken.”

Hij laat het filter niet automatisch schoonmaken. “Ik ‘hoor’ het aan de pomp als het systeem gaat verstoppen. Het is zonde om het systeem iedere week schoon te maken. Je verliest daarmee ook de goede bacteriën.”

Middelen met andere achtergrond

Naast de aanwijzingen om optimaal met water om te gaan, geeft de teler wekelijks een mix van verschillende stoffen mee via de dagvoorraad. De werking is divers. Het maakt de plant weerbaarder, bevordert de positieve bacteriën in het wortelmilieu en bevat antagonisten tegen bodemziekten.

Daarmee vervangt hij de chemische middelen en deels ook de natuurlijke vijanden door middelen op een natuurlijke basis. “Ik gebruikte Paraat tegen stengelbasisrot – Phytophthora cactorum – en Fusarium. Dit middel heb ik vervangen door twee soorten bacteriepreparaten na het planten. Deze geef ik per kraanset mee, zodat ik precies weet hoeveel ik meegeef en dat het op de goede plek terecht komt. We spuiten natuurlijke producten als bladbemesting om de plant weerbaarder te maken. Ik gebruik Botanigard tegen wittevlieg en Serenade tegen rot en meeldauw. Met groene middelen bestrijden gaat alleen goed als de basisdruk van de ziekte laag genoeg is.”

Resultaten

“Mijn doel was een zo gezond mogelijk product telen zonder residu, dat er mooi uitziet en een goede productie heeft. Dat is gelukt. De productie is vergelijkbaar of zelfs in de plus.” In de herfst plukt hij 4,5 tot 5 kg/m2 en in het voorjaar 9,5 tot 10 kg/m2.
Loonen: “De gecombineerde aanpak zorgt er ook voor dat luis, wittevlieg en spint op een laag niveau blijven. Dat betekent dat ik nu voorzichtig de inzet van natuurlijke vijanden verminder. In plaats van een volle levering roofmijt tegen spint ga ik dit voorjaar nog maar een halve levering roofmijt bestellen.”

Qua kosten zijn er plussen en minnen. Het lavafilter was de duurste investering. Hij heeft minder kosten, omdat hij de substraatbakken niet meer laat stomen, de kassen niet meer uitfogt met formaline en geen chemische producten meer gebruikt. Wel gebruikt hij de natuurlijke producten die hem worden geadviseerd. Zijn spelregel is dat dit 7 cent per m2 per kwartaal mag kosten. Hij heeft ze drie kwartalen nodig – dat wil zeggen 20 cent/m2. Hij komt op dit moment uit op 25 cent/m2. Het is nog steeds een leerproces. “Het systeem is nog niet helemaal compleet, maar we komen er steeds dichterbij”, besluit Loonen.

Samenvatting

Aardbeienteler Jack Loonen uit Oosteind is zeven jaar geleden overgestapt van aubergines naar aardbeien. De eerste 2,5 jaar heeft hij traditioneel geteeld met een combinatie van natuurlijke vijanden, aangevuld met chemie. Nu gebruikt hij diverse strategieën om zo weerbaar mogelijk te telen. Het bronwater dat hij oppompt, krijgt weer een natuurlijke structuur. Hij ontsmet het water met een lavafilter.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn.

Gerelateerd

Meer groene middelen, minder chemie

Meer groene middelen, minder chemie

Op maandag 2 april 2019 vindt voor de tweede keer het congres ‘Landbouw zonder chemie, hoe dan? plaats. De afschaffing van conventionele pesticiden gaat in rap tempo door. De Nederlandse voedselketen zou meer richting groene middelen moeten bewegen. Organisator Foodlog wil met dit congres de ecologische kansen en commerciële uitdagingen in kaart brengen.

Het congres, dat plaatsvindt bij Natuurlijk Gruun (Fruit NL) in Ommeren, heeft drie hoofdthema’s. Dit zijn: ‘Minder chemie in de praktijk’, ‘Van beoordelingskader tot beleid’ en ‘Van land op schap’. Naast het centrale programma vinden deelsessies plaats waar deze onderwerpen aan bod komen. Het palet aan sprekers is zeer breed, van overheid tot bedrijfsleven, van NGO’s tot retail. Een overzicht staat op de website van het congres.

Nieuwe generatie middelen

Het gebruik van groene middelen in de glastuinbouw neemt sterk toe, zo was te lezen in de februari-editie van Onder Glas. Ze vormen inmiddels een onmisbare schakel in de geïntegreerde bestrijding. Ze zijn echter niet geschikt om lukraak toe te passen. De nieuwe generatie middelen verlangt precisiewerk.
Groene middelen worden zowel in de biologische als reguliere tuinbouw toegepast. Terwijl retail en consumenten de druk opvoeren op het terugdringen van chemie, is voor de buitenwacht het onderscheid niet altijd duidelijk in het schap. Ook hieraan wil het congres aandacht schenken.
Het eerste congres, dat een jaar geleden plaatsvond bij Koppert Biological Systems in Berkel en Rodenrijs, bleek verassend spannend. Er werd een basis gelegd voor open beleidsvorming over alle institutionele muurtjes heen, zoals Foodlog verwoordde.

Tekst: Pieternel van Velden.

Gerelateerd

Groene middelen zijn bezig met een flinke opmars

Groene middelen zijn bezig met een flinke opmars

Groene gewasbeschermingsmiddelen kunnen rekenen op veel belangstelling sinds het gebruik van chemische middelen onder vuur ligt. Diverse leveranciers komen daarover aan het woord in het themanummer Plantvitaliteit van Onder Glas dat volgende week verschijnt. In aanvulling daarop meldt Syngenta dat na de introductie van de biostimulant Hicure zeer binnenkort registratie en toelating van Taegro wordt verwacht, een biologisch fungicide op basis van Bacillus amyloliquefaciens FZB24.

Deze toelating is aangevraagd voor glasgroenteteelten, maar de producent is van plan om het etiket uit te breiden voor de sierteelt, meldt Wesley Akkermans, Crop Advisor Glastuinbouw bij Syngenta.
Deze fungicide past binnen geïntegreerde gewasbeschermingsprogramma’s en werkt optimaal bij preventief gebruik in situaties dat de ziektedruk laag of gemiddeld is. Het heeft een werking tegen schimmels, maar het bedrijf claimt de werking tegen Botrytis en meeldauw in tomaat, paprika en komkommerachtigen.

Plantactivator

“Voor de sierteelt hebben we de elicitor Inssimo geregistreerd. Dit is geen gewasbeschermingsmiddel, maar een plantactivator. Het is een stof die de plant alert maakt op gevaar. Je kunt dit toedienen op bepaalde delen van de plant, waarna er een signaal door de hele plant gaat”, legt Akkermans uit. “Door dit middel preventief toe te passen wordt het SAR-mechanisme van de plant geactiveerd waardoor deze tolerant of resistent is tegen een breed scala pathogenen.” Momenteel heeft dit product een zeer beperkte toelating, maar de producent wil deze op korte termijn verder uitbreiden.

Uitbreiding portfolio

De adviseur meldt dat het Syngenta Biocontrols portfolio verder wordt uitgebreid door middel van licenties, strategische samenwerkingen en overnames. “In de pijplijn zitten onder andere groene middelen, zoals een plantextract met fungicidewerking en een biologisch herbicide.
Voor de langere termijn zijn we een strategische samenwerking aangegaan met DSM voor het ontwikkelen van groene middelen. Daarnaast werken we hard aan de ontwikkeling van nieuwe producten op basis van RNA-interferentie, een baanbrekende nieuwe technologie waarvoor zelfs in 2006 een Nobelprijs is toegekend.”

Graadmeter Groene Gewasbescherming

Brancheorganisatie Nefyto ontwikkelt momenteel de Graadmeter Groene Gewasbescherming. Deze moet de implementatie van groene gewasbescherming inzichtelijk maken. Reden hiervoor is dat er verschillende definities worden gehanteerd voor dit begrip. Zo mag de biologische land- en tuinbouw gewasbeschermingsmiddelen die niet als laag-risico-stof zijn gekwalificeerd niet gebruiken. Ook zijn niet alle laag-risico-middelen van natuurlijke oorsprong. Verder is de afzet van microbiële gewasbeschermingsmiddelen moeilijk meetbaar omdat verschillende eenheden worden gebruikt.

Tekst: Pieternel van Velden.

Gerelateerd