‘Suzanne met de mooie ogen’ populair vanwege eenvoudige groei’

‘Suzanne met de mooie ogen’ populair vanwege eenvoudige groei’

‘Suzanne met de mooie ogen’, heet ze. Een slanke gestalte met prachtig donkere kijkers die je uitnodigend aanstaren. Het klinkt in ieder geval een stuk exotischer dan thunbergia, waarmee potplantenkwekerij Van Ewijk uit Ressen bij Nijmegen in de Europese vraag voorziet.

Want populair is de voorjaarsplant zeker. En makkelijk, althans voor de consument. De sierlijke Suzanne klimt, staat of hangt namelijk eenvoudig. Maar zowel buiten als binnen moet de teler extra personeel inhuren om de, bij warm weer fluks groeiende ‘jongedame’, in te draaien.

“En dan staat de interessante marge opeens onder druk”, vertelt directeur Eef Jansen. Het kweken van thunbergia is dus niet zonder risico. Van Ewijk teelt in de periode april tot juni zes kleuren en is met zijn productie – het aantal houdt de teler liever voor zich – een belangrijke speler op de markt. Vanaf de zomer komt er brood op de plank dankzij de teelt van de selaginelle en diverse varensoorten.

Tekst: Gert Janssen.
Beeld: Vidiphoto.
Automatische inpaklijn voor potplanten

Automatische inpaklijn voor potplanten

De SmartStaff van WPS is een automatische inpaklijn voor potplanten en bestaat uit vijf modules die er samen voor zorgen dat planten in de tray, omwikkeld, gelabeld en klaar voor transport zijn. Alle modules zijn precies op elkaar en op het bestaande systeem afgesteld. Voordelen van de inpaklijn zijn: besparing op arbeidskosten; precies weten wat de output is; mogelijkheid om het systeem te laten werken vanuit een order; meer rust, tijd en overzicht.

De volgende modules vormen met elkaar de SmartStaff-familie: Smart Picking, de robotarm kan in drie richtingen draaien en meerdere taken vervullen; Smart Labelling, zelf inline printen met twee instelbare printers op schone potten; Smart Destacking, ontstapelt grote hoeveelheden trays en zorgt ervoor dat deze precies op tijd voor de volgende stap worden aangeboden; Smart Placing, robotarm pakt de potten op uit de dragers en plaatst deze in de tray, zonder bladeren te beschadigen; Smart Wrapping, omwikkelt de gevulde tray, waarna die er van onder weer uitrolt en klaar is voor transport.

Meer info: WPS HORTI SYSTEMS, stand K107

‘Het is tijd voor een volgende stap van ons potplantenbedrijf’

‘Het is tijd voor een volgende stap van ons potplantenbedrijf’

Als er één teler is die past binnen het thema ‘Opvallen en vernieuwen’, dan is het wel Maurice Stals. De pot- en perkplantenteler uit Ell sleepte in 2018 de Ondernemersprijs Leudal in de wacht en investeerde de afgelopen jaren fors in de optimalisatie van zijn bedrijf. Inmiddels staat de volgende uitdaging voor de deur: hij oriënteert zich op de mogelijkheden voor een tweede bedrijfslocatie.

“Woensdagavond 3 oktober was zonder twijfel één van de mooiste avonden van mijn leven. We wonnen de Ondernemersprijs Leudal 2018, maar ook de Rabobank Publieksprijs. En dat terwijl we nergens rekening mee hadden gehouden. Dat doet echt wel wat met je; het voelt als een enorme blijk van waardering.” Maurice Stals (40) windt er geen doekjes om: hij is ongelofelijk blij met en trots op de lokale ondernemersprijzen die hij enkele maanden geleden binnenhaalde.

Passie voor vak en mens

De jury overlaadde hem hierbij met lof. ‘Een ondernemer met passie voor het vak en voor de mens, die alles tot in de puntjes heeft verzorgd. Daarnaast moet hij ontzettend veel ballen in de lucht houden: kasklimaat, ziektedruk, personele bezetting en de variëteit aan producten. Tegelijkertijd denkt hij na over toekomstige ontwikkelingen’, zo was te lezen in het juryrapport.

De ondernemer denkt dat het feit dat sprake is van een gezinsbedrijf de jury mede over de streep trok. Zijn vrouw Wilma werkt namelijk ook volop mee. En hoewel hij bij de kwekerij woont, draait het volgens de teler niet alleen maar om het bedrijf; het gezinsleven neemt ook een centrale plek in. “Ik probeer bijvoorbeeld altijd ’s ochtends, voordat de kinderen naar school gaan, en tijdens het avondeten binnen te zijn. Dat wist de jury te waarderen.”

Intensivering productie

Stals is een ondernemer die continu vooruit wil, zo blijkt als hij zijn verhaal vertelt. De Limburger, die de kwekerij in 2007 overnam van zijn ouders, investeerde de afgelopen tien jaar namelijk fors in uitbreiding en optimalisatie van de bedrijfslocatie. Zo bouwde hij in 2013 een nieuwe loods voor koeling, opslag en huisvesting van buitenlandse medewerkers. Daarnaast investeerde hij in automatisering en kocht 8 ha grond bij. Het totale bedrijf omvat nu bijna 11 ha. Hiervan bestaat 2,2 ha uit glasopstanden, daarnaast is 2 ha gereserveerd voor containerveld en ruim 8 ha voor vollegrondsteelt.

Omdat méér glas geen optie is, vanwege de ligging nabij een beekdal, werd de productie de afgelopen jaren geïntensiveerd. Het doel was om het maximale uit de locatie te halen. Om deze reden is de ondernemer de kas steeds meer gaan gebruiken voor de op- en afkweek van producten en breidde hij het sortiment uit met producten die ook (deels) buiten kunnen worden geteeld. Bijvoorbeeld hortensia’s, vaste planten en snijheesters. Daarnaast teelt de Limburger een breed sortiment zomerbloeiers en perkgoed, primula’s, violen, helleborussen en kerststerren.

Stals zet zijn producten af via Veiling Rhein-Maas, via tuincentra en cash-and-carry’s. Daarnaast heeft hij particuliere verkoop, maar dit aandeel is marginaal. Toch hecht de ondernemer veel waarde aan dit afzetkanaal, aangezien dit bijdraagt aan binding met en draagvlak in de omgeving. “En dat heb je vandaag de dag hard nodig als tuinbouwondernemer.”

Oriënteren op uitbreiding

Hoewel de potplantenteler aanvankelijk geen plannen had voor verdere groei van zijn bedrijf, onderzoekt hij momenteel toch de mogelijkheden voor uitbreiding. Sterker nog: per 1 januari huurt de ondernemer een kas van 2,4 ha bij en op termijn wil hij nieuw gaan bouwen, op een tweede locatie. “Mijn doel – de huidige locatie optimaal benutten – is inmiddels bereikt. En dan ga je als ondernemer toch op zoek naar een nieuwe uitdaging.”

Daarnaast vragen tuincentra volgens de ondernemer steeds meer grotere volumes, vooral bij perkgoed. Omdat de teler in eerste instantie niet aan deze vraag kon voldoen, liet hij zijn grootste klant twee jaar geleden weten dat Kwekerij Stals hem in de toekomst niet meer konden beleveren en hij dus op zoek moest naar iemand anders. “Ik zag geen andere mogelijkheid. Maar nog geen twee maanden later klopte de betreffende klant opnieuw aan: ze konden geen ‘tweede Stals’ vinden. Dat triggerde ons nog eens extra om de mogelijkheden voor uitbreiding onder de loep te nemen. Uit alles bleek: het is tijd voor een volgende stap.”

Combinatie bedrijf en gezin

Stals ging daarop rond de tafel met de gemeente Leudal. Want hoewel uitbreiding op de huidige bedrijfslocatie geen optie is, is het voor de ondernemer wel belangrijk dat een tweede locatie niet te ver weg ligt. Hij is er de persoon niet naar om een kas te bouwen in een tuinbouwontwikkelingsgebied en dan elders te gaan wonen. De combinatie van bedrijf en gezin is namelijk belangrijk voor hem. Een tweede bedrijfslocatie mag daarom niet meer dan vijf kilometer van Ell liggen. “Daarbij wil ik de huidige locatie graag behouden. Ik heb hier de afgelopen jaren zoveel in geïnvesteerd dat het zonde zou zijn om dit allemaal af te breken. En sowieso is het bedrijf in de huidige opzet, met een combinatie van kas- en buitenteelt, niet zomaar te verplaatsen naar een concentratiegebied.”

Juiste moment

De teler heeft inmiddels een concrete tweede locatie op het oog, waar hij nieuw kan bouwen. Het gaat hierbij om een solitaire locatie, binnen de gemeente Leudal. De ondernemer is nog in overleg met de gemeente en met andere betrokken instanties, over hoe een en ander precies vorm moet gaan krijgen. Hij is ervan overtuigd dat het winnen van de ondernemersprijs een positieve uitwerking heeft op het geschetste traject. “Dit draagt ertoe bij dat je serieus wordt genomen. Niet alleen door overheden, maar ook door bijvoorbeeld een bank. In die zin kwam de prijs precies op het juiste moment.”

Desondanks verwacht Stals dat het nog drie tot vier jaar zal duren voordat een tweede bedrijfslocatie daadwerkelijk is gerealiseerd. Om die periode te overbruggen, huurt hij nu een kas in Maasbree. Deze benut hij vooral voor het opkweken van de hortensia’s. Op deze manier creëert de ondernemer in Ell extra ruimte voor het perkgoed en kan hij voldoen aan de groeiende vraag in dit segment. “Ik zie de komende jaren als een leerschool. We kunnen nu aan den lijve ervaren hoe het is om te telen op twee locaties. Kortom: we draaien alvast warm.”


Keuzes maken

Stals bezocht HortiContact Gorinchem pas één keer; dat is alweer een paar jaar geleden. Hij is ervan overtuigd dat een beursbezoek zeker nuttig kan zijn, maar geeft aan dat je als ondernemer ook keuzes maken. “Je kunt elke dag wel weg zijn van je bedrijf. Daarom staat de beurs voor mij niet standaard op het programma. Maar ik sluit zeker niet uit dat ik er nog vaker kom.”


Samenvatting

Maurice Stals stond afgelopen jaar volop in de spotlights: zijn bedrijf won namelijk de Ondernemersprijs Leudal. Op dit moment bekijkt de teler de mogelijkheden voor verdere uitbreiding van zijn bedrijf. Hij heeft daarvoor een tweede locatie op het oog; extra glas is op de huidige locatie geen optie. Ter overbrugging huurt de ondernemer nu een kas bij.

Tekst en beeld: Ank van Lier.

Gerelateerd

Goed onderhoud voorkomt ongewenste stilstand op potplantenbedrijf

Goed onderhoud voorkomt ongewenste stilstand op potplantenbedrijf

Oppotmachines zijn veel gebruikte machines in diverse teelten om planten in potten te plaatsen, zowel in de glastuinbouw als de boomkwekerij. Er bestaan veel varianten, afhankelijk van het type pot, de gebruikte potgrond en meer of mindere mate van automatisering. In alle gevallen gaat het om werk met aarde en vocht, waardoor regelmatig schoonmaken belangrijk is.

Dat geldt ook voor preventief onderhoud en tijdige vervanging van slijtagedelen. Het voorkomen van stilstand is belangrijk, want als het oppotproces stagneert, komen veel vervolgwerkzaamheden stil te liggen.

Er zijn in grote lijnen twee manieren van grondtoevoer: de grond wordt omhoog gebracht met een elevator met riemen of met een grondrad. Er zijn meer versies voor het inbrengen en transporteren van de potten in de machine. Bij oudere typen moet er voor iedere potmaat een andere pothouder worden ingeschoven. In de nieuwere types zitten vaak verstelbare houders. Ook de manier waarop de pot in de machine wordt gezet kan verschillen. Verder zit er al dan niet een optie op de machine om de grond aan te drukken, de grond na te vullen en plantgaten te boren.

Onderhoudstips

Hoe lang een oppotmachine mee gaat, is afhankelijk van wat een teler ermee doet en van de mate en frequentie van onderhoud. Dat goed en preventief onderhoud de kans op ongewenste stilstand verkleint, zal duidelijk zijn. Een aantal aandachtspunten op een rij:

  • Zorg voor een goed onderhoud van de elevator, die de grond omhoog brengt. Dit is afhankelijk van het type grond; plakt de grond weinig of is het juist vettige grond die aan het einde van de dag nog aan de schoepen kleeft? Als de grond weinig tot niet plakt, is schoonmaken aan het einde van de oppotperiode toereikend. Bij kleverige grond is dagelijks handmatig afschrapen noodzakelijk.
  • Oude machines hebben pothouders en soms zelfs nog grondopvoer met kettingen. Zet de ketting in de olie als de oppotmachine niet wordt gebruikt, om vastroesten te voorkomen.
  • Wie een verstelbare pottenbaan heeft, moet deze er eens per jaar afhijsen en schoonmaken. Blaas met perslucht het vuil eraf en gebruik een speciaal teflon smeermiddel, waar geen grond aan blijft kleven.
  • De pottenautomaat die de potten in de pottenbaan zet, wordt met lucht aangestuurd. Zorg dat de lucht die in de compressor gaat schoon en droog is. Gebruik zo nodig een droger om te voorkomen dat er water in het systeem komt.
  • Vervang slijtagedelen preventief.

Tweedehands

Er is veel handel in tweedehands oppotmachines. Let bij de aankoop goed op de toestand van de onderdelen van de elevator en de pottenbaan. Zitten de schakels van de elevator vastgeroest? Waarvoor is de oppotmachine eerder gebruikt en waarvoor wil je hem gaan gebruiken? Vraag desnoods advies bij een deskundige. En ook hier geldt: met goed onderhoud gaat de machine langer mee.

Tekst: Marleen Arkesteijn. Beeld: Javo.





Potplantenbedrijf Debo Plant krijgt in vijf jaar tijd drie rampen te verduren

Potplantenbedrijf Debo Plant krijgt in vijf jaar tijd drie rampen te verduren

Potplantentelers Ton, John en Peter de Boer van Debo Plant kregen het de afgelopen jaren flink voor de kiezen: door brand, hagel en wind werd hun bedrijf tot drie keer toe verwoest. Drie keer krabbelden de telers weer overeind. Ondanks alle tegenslag kijken ze positief naar de toekomst. “De handel loopt goed en er komt meer en meer vraag naar onze eigen Nephrolepis-soort.”

Debo Plant, het bedrijf van de gebroeders De Boer, ligt net buiten de kern van het Oost-Brabantse Asten. In gesprek met Peter de Boer (51) verraadt zijn tongval al snel dat de roots van de familie niet in Brabant liggen. “We komen van oorsprong uit Zwaanshoek, in de Haarlemmermeer”, vertelt de potplantenteler. “Mijn vader had daar een bedrijf met knolbegonia’s, maar moest in 1978 wijken voor de bouw van een zuiveringsinstallatie. De zoektocht naar een geschikte kavel bracht hem naar Asten. Aanvankelijk lag de focus op knolbegonia’s en cyclamen, later kwam daar de krulvaren Nephrolepis bij.” In 1999 namen Peter en zijn broers Ton en John het bedrijf, dat inmiddels 1 ha telde, over. “Aanvankelijk zaten nog twee andere broers in het bedrijf, maar vijf kapiteins op één schip bleek te veel van het goede. Met zijn drieën werkt het prima, ook omdat we de taken goed hebben verdeeld.”

Eigen varensoort

De focus ligt nu op de teelt van Nephrolepis; hiervoor is 9.000 m2 gereserveerd. De varens worden jaarrond geleverd en opgekweekt in de potmaten 12 en 17. Gemiddeld duurt het 16 tot 26 weken voordat de planten afleverklaar zijn.
Aanvankelijk teelde het bedrijf de ‘gewone’ krulvaren, de Nephrolepis Boston. Enkele jaren geleden switchten zij naar een eigen varensoort; de Nephrolepis Boston Green Moment. “Dit is een mutant die ik een keer toevallig tegenkwam in de kas”, vertelt Peter de Boer. “Ik ben hier vervolgens mee gaan selecteren en vermeerderen. Onze variëteit onderscheidt zich doordat hij een groenere kleur heeft, steviger is en minder snel blad laat vallen. Wij hebben hier kwekersrecht op aangevraagd en zijn momenteel het enige bedrijf dat deze plant produceert.”

Vaste klanten

Naast varens telen de broers op kleine schaal Streptocarpus Parfuflora, een exclusieve bloeiende kamerplant. “Hier zijn we ooit mee begonnen toen de handel in groene kamerplanten in het slop zat. Wij hebben een teeltlicentie en zijn ook hierbij het enige bedrijf dat dit product teelt; inmiddels hebben we hiervoor een vaste klantenkring opgebouwd. Deze streptocarpus leveren we jaarrond, met een duidelijke piek in het voorjaar. De teeltduur varieert sterk, van 16 tot 40 weken. Dat komt vooral doordat de bloemzetting in de zomermaanden minder goed is.”

De producten worden afgezet via de diverse vestigingen van FloraHolland. Daarnaast zijn er plannen voor aanvoer op Veiling Rhein-Maas. “We brengen producten voor de klok, maar er gaat ook veel weg via bemiddeling. Vooral Duitse bouwmarkten kopen onze producten.”

Noodlot voor Debo Plant

De afgelopen jaren waren verre van rustig voor de ondernemers. Op 14 december 2013 sloeg het noodlot voor het eerst toe: door een kapotte belichtingslamp ging 4.000 m2 kas in vlammen op. De totale schade kwam volgens De Boer uit rond de miljoen euro. “Door dit hele gebeuren waren we bijna een jaar uit productie. Daar kwam bij dat we het met de Rabobank en Interpolis niet eens konden worden over de afwikkeling van de schade. Dit resulteerde in diverse juridische procedures, die nog altijd niet zijn afgerond.”

Ruim tweeënhalf jaar later kreeg het bedrijf een nieuwe slag toegediend: op 23 juni 2016 werd het gehele bedrijf, net zoals veel bedrijven in de omgeving, vernield door hagel. “Alles moest opnieuw worden beglaasd. En omdat de vraag naar tuinbouwglas en glaszetters op dat moment enorm groot was, duurde het ook toen een hele tijd voordat we weer volledig draaiden.”
Dat was nog niet alles: als klap op de vuurpijl waaide op 18 januari van dit jaar, toen een zware storm over ons land raasde, 4.000 m2 kas weg. “Met name het opkweekgedeelte werd hierdoor geraakt. Omdat de rest van de afdelingen gewoon kon doordraaien, zijn we toen niet helemaal uit productie geweest.”

Doordouwers-mentaliteit

De Boer geeft toe dat deze rampspoed hen niet in de koude kleren is gaan zitten. “Je denkt steeds: wat zal het volgende zijn? Het is bizar dat we, na jarenlang zonder problemen te hebben gedraaid, in vijf jaar tijd drie keer een ramp te verduren kregen. Ik realiseer me dat het best bijzonder is dat ons bedrijf nog steeds bestaat.”

Waardoor dat komt? “Ik denk doordat we goed verzekerd waren en doordat we met zijn drieën zijn. Daardoor is het makkelijker om alle zaken die op je afkomen te tackelen; in je eentje kun je al die bureaucratische rompslomp nauwelijks bolwerken. Maar het belangrijkste is misschien wel dat we ons niet zomaar klein laten krijgen; we hebben een ‘doordouwers-mentaliteit’. Er moet heel wat gebeuren, willen wij stoppen met ons bedrijf.”

Soepeler

Ondanks alle tegenslag zien de broers de toekomst vol vertrouwen tegemoet. Dat komt volgens Peter mede doordat de handel steeds meer belangstelling heeft voor hun exclusieve Nephrolepis-soort. “Sinds dit jaar beginnen kopers er echt naar te vragen. Het levert niet meteen een meerprijs op ten opzichte van de gewone krulvaren, maar ik heb wel het gevoel dat de handel soepeler loopt. Daarnaast hebben we voor de rechtstreekse afzet een verkooporganisatie in de arm genomen. Zij zijn in feite onze vertegenwoordigers in de markt. Dat werkt beter dan dat we het zelf doen; het aandeel rechtstreekse verkoop steeg afgelopen jaar van 15 naar 35 procent. Dat is positief, aangezien dit gemiddeld wat meer oplevert. Overigens blijft de administratieve afhandeling gewoon via FloraHolland lopen.”

Bij de tijd blijven

Hoewel de locatie nog groeimogelijkheden biedt, hebben de broers op dit moment geen concrete plannen voor een verdere uitbreiding van hun bedrijf. “Wel hebben we onlangs 300 m2 bijgebouwd, om wat meer ruimte te hebben voor de jonge planten. Maar we weten nog niet of het daarbij blijft; een groot bedrijf is in ieder geval niet onze ambitie. Dat past niet bij ons, wij zijn geen managers. We hebben nu drie fulltime medewerkers en enkele parttimers in dienst; dat is te overzien.”

Hoe groter het bedrijf, hoe meer zorgen je krijgt, is de mening van de broers, die zelf bij de teelt betrokken willen blijven. “Daarbij ziet het er niet naar uit dat we een opvolger hebben; ook om die reden is fors uitbreiden niet nodig. Maar we zorgen er wel voor dat ons bedrijf technisch gezien bij de tijd blijft: zo hebben we bijvoorbeeld belichting hangen, telen we op een eb- en vloedvloer en hebben we twee wegzetrobots.”

Uitdagingen

Hij ziet ook uitdagingen voor de toekomst. Onder meer de verdere verschraling van het middelenpakket baart hem zorgen. “We zetten al jaren nauwelijks gewasbeschermingsmiddelen in, maar het is wel prettig om nog een correctiemogelijkheid achter de hand te hebben. Vooral Streptocarpus is een lastige teelt, het product is bijvoorbeeld erg rotgevoelig. Het is de vraag of en hoe we dat in de toekomst onder controle kunnen houden.”

Ook de switch naar duurzame energie is een issue voor de broers. Ze hebben op dit moment nog geen idee hoe ze de noodzakelijke verduurzamingsslag moeten maken. “Om eerlijk te zijn: door alle tegenslag zijn we hier de afgelopen jaren nauwelijks mee bezig geweest. Maar sowieso zal het een uitdaging worden, aangezien ons bedrijf redelijk geïsoleerd ligt en samenwerken met andere bedrijven lastig is. Aardwarmte is hierdoor al geen optie. Vooralsnog hopen we dat we het met gas kunnen uitzingen.”

Samenvatting

Debo Plant is geënt op de teelt van exclusieve potplanten: de broers De Boer telen de Nephrolepis Boston Green Moment en de Streptocarpus Parfuflora. De kwekerij omvat 1 ha, de ondernemers hebben nooit een groot bedrijf geambieerd. De afgelopen vijf jaar werd het bedrijf drie keer (deels) verwoest, door brand, hagel en storm. Desondanks zijn de ondernemers optimistisch over de toekomst, mede omdat de handel goed loopt.

Tekst en beeld: Ank van Lier





Gerelateerd