Gebruik plantenhormoon cytokinine als groeiregulator neemt toe

Gebruik plantenhormoon cytokinine als groeiregulator neemt toe

Een half jaar na de eerste toelating van het plantenhormoon cytokinine als groeiregulator voor pot- en perkplanten onder glas, neemt het gebruik toe. In phalaenopsis wordt het algemeen gebruikt om meer bloemtakken te krijgen, bij andere potplanten zijn er positieve ervaringen, maar moet de kennis over gerichte inzet nog opbouwen.

De cytokininen zijn een groep plantenhormonen, die de celdeling, de vorming van nieuwe scheuten en de uitloop van knoppen stimuleren. Verder gaan ze veroudering tegen. Bij bespuiting van planten met de plantenhormomen lopen meer knoppen uit, omdat de apicale dominantie wordt doorbroken. Hoeveel er uitlopen, hangt af van de verhouding met een ander hormoon, namelijk auxine, dat juist de apicale dominantie bevordert (apicale dominantie betekent: de hoofdknop onderdrukt de uitloop van zijknoppen).

verschillende vormen

Er bestaan verschillende natuurlijke cytokininen. De toegelaten formulering bevat een synthetische vorm, namelijk 6-benzyladenine. Hij wordt verkocht onder de naam Configure SC.
Onder potplantentelers bestaat veel belangstelling voor een middel dat vertakking bevordert. Met name in de donkere periode kan dat te wensen overlaten waardoor planten minder sierwaarde opbouwen. De toelating voor het ‘vertakkingsmiddel’ is er gekomen na druk vanuit de sector.

Populair bij phalaenopsis

Inmiddels gebruikt het merendeel van de phalaenopsistelers dit middel, constateert Lowie Smolders, productspecialist gewasbescherming bij Royal Brinkman. “Deze teelt liep voorop bij de toelating. De telers gebruiken het om meer bloemtakken te krijgen. In andere teelten is nog weinig ervaring hoe het middel het beste kan worden ingezet, maar neemt de belangstelling wel toe. Het is sinds kort ook in Duitsland toegelaten”, vertelt hij.

nieuwe belanstelling

De toeleverancier constateert dat een nieuwe groep telers, die nog nooit met groeiregulatoren heeft gewerkt, nu belangstelling heeft. Een bijwerking is dat de planten gedrongener blijven. De plant verdeelt immers zijn assimilaten meer als er meer knoppen uitlopen. Bij weten van de toeleverancier wordt het nu niet ingezet als remmiddel. Maar het gebruik van remmiddelen op basis van anti-gibberellinen staat onder druk. Als daar een gat mocht vallen, zou dat wellicht het cytokininegebruik verder kunnen bevorderen.

Tekst: Tijs Kierkels.





Gerelateerd

Royal Brinkman introduceert digitale tool voor service en onderhoud

Royal Brinkman introduceert digitale tool voor service en onderhoud

Royal Brinkman introduceert de Service Engine: een digitale tool voor het managen van alle service- en onderhoudstaken op een tuinbouwbedrijf. Volgens de tuinbouwleverancier reduceert de tool storingen van apparaten en installaties met minder stilstand en onnodige kosten tot gevolg.

De Service Engine werkt als mobiele applicatie, maar ook als website op de desktop computer. Na inventarisatie van alle apparaten en installaties die onderhoud en service verlangen ontstaat een overzicht. Hier worden vervolgens de juiste service- en onderhoudstaken en keuringen aan gekoppeld. Die worden op hun beurt toegewezen aan medewerkers, die hierover op hun mobiele telefoon een push-bericht ontvangen. Op deze manier worden taken niet vergeten en kunnen zij na afloop – digitaal – worden afgevinkt.

Bedrijfszekerheid en overzicht

Stef de Jong, productspecialist & accountmanager Digital Tools van Royal Brinkman: “Sommige apparaten verlangen eens per maand een smeerbeurt, andere apparaten hoeven maar 1 keer per jaar te worden gekeurd. Zo biedt de tool bedrijfszekerheid voor de gebruiker. Keuringen en onderhoud worden niet vergeten en alle betrokkenen op de kwekerij hebben een duidelijk overzicht van de objecten en bijbehorende taken.”

Bron/foto/video: Royal Brinkman.






Gerelateerd

Nieuwe sluipwesp voor rupsbestrijding

Nieuwe sluipwesp voor rupsbestrijding

Rupsen vormen een steeds groter probleem in de tuinbouw. Enerzijds omdat steeds meer middelen uit de handel zijn verdwenen, anderzijds omdat de rupsen steeds meer resistent worden tegen de middelen die nog wél toegelaten zijn. Ook is niet elk middel even vriendelijk voor de biologie. De sluipwesp Trichogramma liet het in het verleden vaak afweten, maar er is nu een nieuwe, veel effectievere soort, meldt Royal Brinkman.

“Er zijn inderdaad nog maar weinig mogelijkheden voor het chemisch bestrijden van rupsen, maar je kunt de problematiek ook te lijf gaan met Trichogramma achaeae”, zegt gewasbeschermingsspecialist Kees Kouwenhoven van Royal Brinkman. In het verleden is er met een andere soort Trichogramma gewerkt, maar deze was veel minder effectief, zegt Kouwenhoven. “Hierdoor hebben kwekers hun vertrouwen in de sluipwesp verloren. Maar er is nu een nieuwe Trichogramma, die de eieren van een breed scala aan vlinders en motten parasiteert. Hierdoor krijgen ze niet de kans om uit te groeien tot rupsen en wordt de populatie al binnen een aantal weken teruggedrongen.”

Potplanten

Te mooi om waar te zijn? “Zeker niet”, vertelt bedrijfsleider Peter Kuiper van vetplanten- en cactuskwekerij Ubink B.V. “Wij hadden op het bedrijf een flink probleem met Duponchelia: op onze vangplaten was soms geen onbedekt stukje meer te zien. Toen het zoveelste rupsenbestrijdingsmiddel uit de markt werd gehaald, hadden we dan ook lichte paniek. Kees Kouwenhoven stelde toen voor om een proef te starten met Trichogramma in combinatie met feromonen. Dit hebben we in twee secties gedaan. Met succes, want al na een paar weken was er bijna geen mot meer te bekennen op de vangplaten.”

Gerberateelt

Ook in de gerberateelt bij Kwekerij Esmeralda is Trichogramma met succes ingezet. Teeltman Gerrit Hoogenraad is dan ook erg te spreken over dit beestje. “Eind 2015 hebben we Trichogramma voor het eerst ingezet tegen Duponchelia. Met chemische middelen was dit probleem namelijk niet meer beheersbaar. Vanuit andere teelten hoorde ik al goede verhalen over Trichogramma, maar in de gerbera’s werd dit nog niet ingezet. Wij waren hierin de eerste. Dat was best wel even spannend, maar het heeft heel goed uitgepakt. Niet alleen Duponchelia zijn we de baas; ook tegen de Turkse mot zien we resultaten.”

Zowel Peter Kuiper en Gerrit Hoogenraad benadrukken het belang van een goede strategie: met eenmalig uitzetten ben je er niet. “Het is een continu proces van uitzetten, scouten en waar nodig bijsturen en extra uitzetten”, aldus Kouwenhoven.

Bron/foto: Royal Brinkman.

Gerelateerd

Nieuw type zuiveringsinstallatie verwijdert natrium en behoudt nutriënten

Nieuw type zuiveringsinstallatie verwijdert natrium en behoudt nutriënten

Moor Filtertechniek heeft in samenwerking met Royal Brinkman een installatie ontwikkeld die natrium uit het spuiwater verwijdert met behoud van zoveel mogelijk nutriënten. De installatie is getoetst door de BZG Commissie en als positief beoordeeld.

Kwekers dienen per 1 januari 2018 te voldoen aan de zuiveringsplicht voor spuiwater. Speciaal voor kwekers die spuien om natrium te lozen, heeft Moor Filtertechniek in samenwerking met Royal Brinkman een installatie ontwikkeld met een nanofiltratiemembraan, die natrium uit het spuiwater verwijdert, maar zoveel mogelijk nutriënten behoudt. Dit is mogelijk doordat natrium een andere elementgrootte heeft: het membraan laat natrium door en houdt nutriënten tegen. Volgens de fabrikant gaat het om een nieuwe techniek, waarop patent is aangevraagd.

Besparing

Om er zeker van te zijn dat aan de zuiveringseis van verwijdering van gewasbe­schermingsmiddelen wordt voldaan, wordt actief kool toegepast om de laatste procenten af te vangen. Actief kool adsorbeert organische materialen zoals gewasbescher­mingsmiddelen. Het water na de nanofiltratie is al zeer schoon, waardoor het actief kool erg lang meegaat en de onderhoudskosten laag zijn, aldus het persbericht. De installatie, Poseidon gedoopt, voldoet aan de wettelijke zuiveringsrendementseisen. Maartje Jung, Innovation Manager bij Royal Brinkman: “Het is de eerste zuiveringsinstallatie die een besparing oplevert en een belangrijke stap maakt richting nul-emissie. De nutriënten blijven zoveel mogelijk in het systeem behouden, waardoor een flinke besparing wordt gerealiseerd.”

Bron/foto: Moor Filtertechniek/Royal Brinkman.

Gerelateerd

Grote orders bloeiende potplanten vereisen flexibiliteit in de teelt

Grote orders bloeiende potplanten vereisen flexibiliteit in de teelt

De afdeling boven de verwerkingsruimte geeft een aardig beeld van de bloeiende potplanten die Pligt Professionals Maasdijk kan leveren. Op dit moment zijn dat een kleurenscala aan begonia’s en campanula’s. Het bedrijf heeft verschillende teeltafdelingen. Dat kan lastig zijn als de grootte van een order niet matcht met de oppervlakte van een van de klimaatafdelingen. Een diffuse coating kan dan uitkomst bieden.

Jaarrond gezien is het assortiment in ’s Gravenzande breed. Er staan verschillende rassen van begonia, campanula, gentiaan, exacum, cyclamen, princettia, poinsettia en potchrysant. Allemaal in een 12 cm pot. Op de moederlocatie in Heinenoord staan voornamelijk begonia’s in 14 cm pot en potrozen. Beide bedrijven zijn 4 ha groot en sterk geautomatiseerd.
Deze plantensoorten en -rassen komen van verschillende veredelings- en vermeerderingsbedrijven. “We zijn wel leverancierstrouw. We gaan een aantal malen per jaar naar Denemarken. Doordat we een lange relatie met bedrijven hebben, weten we waar je de goede soorten en rassen kunt kopen en hopen we exclusiviteit te krijgen voor de potmaten waar wij in telen”, vertelt Paul van Marrewijk, de teeltspecialist van de locatie ’s Gravenzande. Leuke nieuwigheden dit jaar zijn bijvoorbeeld gentiana ‘Easy Blue’ en een exacum met grote bloemen.

Klok en grote orders

Ongeveer 80% wordt vooruit verkocht via de daghandel of lange termijnhandel. Een deel van deze planten vermarkt het bedrijf via het Dolc’Amore merk. Dit consumentenmerk heeft een trendy uitstraling en is geïnitieerd door Gert van der Pligt. Behalve de eigen bloeiende planten worden ook andere verse bloeiende planten, plantarrangementen, bloemen en boeketten verkocht via exporteurs in de Dolc’Amore verpakking. De ‘merkproducten’ zijn daarnaast te koop in een shop bij de eigen kwekerij in Heinenoord, een webshop, een aantal supermarkten en een tuincentrum.
Van Marrewijk merkt dat er de laatste jaren vaker grote orders komen. Dat vergt organisatietalent. Niet alleen moeten ze hiervoor bijtijds speciale hoezen bestellen, de plantenkweker moet voldoende beworteld stek kunnen maken en voldoende ruimte vrijmaken in de eigen teeltafdeling. Zo was er dit voorjaar een grote order van campanula’s die half mei moesten worden afgeleverd. De order is zo groot dat hij niet paste in de teeltafdeling met meer licht, maar voor een deel terecht kwam in de meer geschermde afdeling bij de begonia’s.

Diffuse coating

Het bedrijf is in 2008 aangekocht toen het nog maar drie jaar oud was. De kas heeft drie afdelingen qua schermregime en heeft twee dradenbedden voor drie schermdoeken. Bovenin zitten een energiedoek en een zonnedoek (met twee aluminiumbandjes). Onderin zit een zwart verduisteringsdoek. “Per afdeling kunnen we het klimaat regelen en meer of minder schermen. We zetten planten met dezelfde lichtbehoefte zoveel mogelijk bij elkaar. Begonia’s moeten we voldoende schermen om te voorkomen dat ze verbranden. Campanula’s gaan rekken en krijgen last van teeltvertraging als je te vroeg schermt”, legt Van Marrewijk uit. Daarmee geeft hij tegelijk een probleem aan. Wanneer er meer campanula’s nodig zijn dan er in de ‘lichte’ teeltafdeling passen, komt een deel van deze planten terecht op een van de begonia-afdelingen die er op dat moment zijn. Dat gold ook voor de exacums en gentianen, die van de ‘lichte’ naar de ‘donkere’ afdeling moesten verhuizen.
De oplossing kwam in de vorm van een coating. Acht van de dertien kappen tellende begonia-afdeling kregen dit voorjaar, eind week 10, een diffuse coating. “Normaal schermen we bij begonia bij 420 watt instraling en bij campanula bij 650 watt. In de kas met de coating op het dek hoefden we pas bij 500 watt te schermen.”

Resultaten

Het idee om onder een diffuse coating te gaan telen, haalde Van Marrewijk uit vakbladen en de cursus Het Nieuwe Telen. De doorslag gaf een gesprek met Gai Vegter, productspecialist krijt- en schermmiddelen bij Royal Brinkman. Hij scheen met een groen laserlampje op een gecoat stuk glas en liet zien hoe er onder het glas een diffuse lichtvlek op de tafel ontstond.
“Vergelijk de lichtstraal maar met de waterstraal uit een douchekop. Er komt steeds even veel water uit. Of je hem nu op de stand met maar vier gaatjes zet of wanneer het water uit alle gaatjes komt. In het ene geval is het een harde waterstraal, in het andere geval een zachte, mooi verdeelde straal”, legt Vegter uit. “In dit geval is het licht zachter en meer verdeeld, waardoor de begonia’s meer licht kunnen verdragen.”
De teeltdeskundige herkent dit. “Als we het bovenste doek in de gecoate afdeling half dicht doen, zien we dat er door de verstrooiing van het licht een mooie egale verdeling van het licht ontstaat in plaats van schaduw- en lichtstrepen.” Voorlopig is Van Marrewijk tevreden over de teeltresultaten. De grote campanula-order is half mei, zonder teeltvertraging, afgeleverd. De begonia’s in dezelfde afdeling hebben niet geleden onder het extra licht.

Meerproductie

Volgens Vegter sluiten schermen en een diffuse coating goed op elkaar aan. “Negen van de tien telers gebruiken behalve een diffuse coating nog een schermdoek. In de groenteteelt minder dan in de sierteelt.” Daarvoor ziet hij meer redenen: “De aanschaf van een diffuus makend scherm is een grote investering, die je vaak pas doet op het moment dat de doeken aan vervanging toe zijn. Een schermdoek is weliswaar flexibeler, maar als je het schermdoek dicht trekt, beperk je de luchtcirculatie in de kas.”
Het voordeel bij Pligt Professionals was het ‘recht trekken’ van de klimaatafdelingen. Andere voordelen van diffuus in plaats van direct licht zijn volgens de productspecialist een meerproductie. Bijvoorbeeld bij alstroemeria en vruchtgroenten door de betere lichtindringing in het gewas, een kwaliteitsverbetering bij paprika (minder vruchtverbranding en neusrot) en meer strekking bij rozen, waardoor ze een langere steel krijgen. “Wij kunnen drie types diffuse coating leveren en adviseren welk type het beste past bij de licht- en warmtebehoefte van het gewas. De keuze voor de juiste diffuse coating is cruciaal voor het gewenste effect. Bij Pligt Professionals hebben we gekozen voor D-Fuse Extra van Hermadix.”

Kwaliteitsvoordelen

Van Marrewijk heeft de indruk dat het diffuse licht ook kwaliteitsvoordelen heeft gehad voor de gewassen in de gecoate kappen. “De begonia’s hebben minder last van bladverbranding, bloemverkleuring en anthocyaanvorming bij de gele bloemen. De exacums, die normaal op de lichte afdeling staan, stonden nu onder de diffuse coating in een zachter klimaat. De vertakking van de campanula’s was iets beter.”
Het was de bedoeling om de coating tot week 20 te laten zitten. Omdat het telen zo goed beviel, hebben ze in week 19 besloten om de bestaande coating nog een aantal weken langer te laten zitten en nog een deel extra te coaten. De afdeling met diffuse coating is nu 13.500 m2. “Op de vrijgekomen plaats van de campanula’s breiden we de begonia’s uit, maar er komen ook potchrysanten en princettia’s te staan, die net als de campanula’s meer licht nodig hebben. Zodoende kunnen we hier eveneens meer licht bij de begonia’s toelaten zonder kwaliteitsproblemen.”

Samenvatting

De 4 ha grote kwekerij van Pligt Professionals in Maasdijk is verdeeld in drie teeltafdelingen, waar het mogelijk is om de scherming afzonderlijk te regelen. Wanneer een grote order komt, die de schermafdelingen overstijgt, biedt een diffuse coating een oplossing. Zo kan een grote order van de meer lichtbehoeftige campanula toch deels in de afdeling van de wat meer schermbehoeftige begonia’s staan. Het licht verspreidt zich zo mooi, dat zelfs de licht-donker strepen van een schermdoek half dicht vervagen.

Tekst en foto’s: Marleen Arkesteijn.

Gerelateerd