Experience Center is veel meer dan een ouderwetse rassenproef

Experience Center is veel meer dan een ouderwetse rassenproef

John van der Lee en zijn vrouw Jolanda kijken geïnteresseerd naar de roze vleestomaat Tomimaru Muchoo in de ‘Market’ van het nieuwe Experience Center in Bleiswijk. In de winkelschapdemo ligt het hele sortiment tomaten. Ze laten zich voorlichten door John van der Knaap, omdat ze dit ras binnenkort gaan telen op de kwekerij in Azerbeidzjan. Voor die tijd willen ze beknopt voldoende informatie opdoen over dit voor hen onbekende ras. Hét grote verschil met de ouderwetse rassenproeven is de betere ondersteuning bij het maken van een rassenkeuze.

Van der Knaap, manager van het De Ruiter Experience Center, laat hen na een korte introductie het eindproduct zien en neemt ze mee de kas in, waar ze het gewas kunnen zien groeien naast andere rassen. De weken die ze nog hebben in Nederland willen ze efficiënt benutten.

“We vertrekken binnenkort naar Azerbeidzjan. De kas is nog maar één jaar oud. Op 20 augustus, als we er net zijn, worden de roze vleestomaten voor het tweede teeltjaar geplant. Ze zijn bestemd voor de Russische markt. Het bedrijf is van een lokale eigenaar. Wij worden bedrijfsleider op een gloednieuw bedrijf van 11 ha”, legt Van der Lee uit.

In de kas wil het telersechtpaar ook graag de proef met onderstammen bekijken. Azerbeidzjan ligt op de hoogte van Spanje en heeft een vergelijkbaar klimaat. Dus mogelijk een andere onderstam in de toekomst? Of zelfs andere tomaten, wanneer ze eenmaal vaste voet aan de grond hebben op de plaats van hun nieuwe bestemming?

300 tomatenrassen

De nieuwe locatie is op 22 maart van dit jaar geopend ter vervanging van het eerdere Tomato Experience Center in ‘s-Gravenzande. Het ziet er uitnodigend uit: een ontvangstruimte, een winkelschap en verschillende zaaltjes. Alles is erop ingericht om kleine en grote groepen uit binnen- en buitenland te ontvangen. “Hier is doorlopend bezoek mogelijk en daarmee meer contact en discussie met telers. Zo kunnen we ze beter ondersteunen bij het maken van hun keuze.”

Achter de metershoge glazen wand trekken de tomatenplanten vol rode vruchten de aandacht. Ze staan in een nieuwe, standaard moderne kas met normaal helder glas in het dek, deels belicht en deels onbelicht, met in het belichte deel een verduisteringsscherm en in het onbelichte deel een energiedoek. “Er staan 300 verschillende tomatenrassen op 8.000 m2; alle commerciële tomatenrassen van ons zelf en andere zaadhuizen en uiteraard onze nieuwe rassen.” Ze staan in 1.700 verschillende veldjes. Dat wil zeggen van ieder ras vier tot vijf herhalingen om gevel- en padeffecten uit te sluiten, belicht en onbelicht. Verder staat er een demo met verschillende onderstammen, maar met dezelfde rassen erop: Tomimaru Muchoo en Merlice.

Dagelijkse verzorging

Het is de bedoeling om in de toekomst ook iets dergelijks voor paprika en komkommer te gaan doen in de 8.000 m2 grote kas achter de nieuwe tomatenkas. Voorlopig staan er alvast dozen van vier interessante paprikarassen in de ‘market’. Van ieder segment één: een rode, oranje, gele en een rode puntpaprika.

Het veredelingsbedrijf werkt samen met teeltbedrijf Brabander-Zantman van Rob Brabander en Paul Zantman. Dit bedrijf, met meer locaties, is gericht op specialties van tomaten en paprika. Ze zijn de ‘telers’ van de onderzoeks- en demonstratiekas. Zij verrichten de gewone gewaswerkzaamheden. Het veredelingsbedrijf doet zelf de dataverzameling en metingen.

“We maken monsters voor supermarkten, de handel, andere telers en restaurants. Op die manier kunnen we op kleine schaal marktervaring opdoen met nieuwe rassen. In het verleden leverden we producten op verzoek, nu bieden we het zelf aan. Alles wat we niet nodig hebben, gaat naar Brabander-Zantman”, vertelt Van der Knaap.

Veel sensoren

In de groene paden mogen mensen lopen en proeven. De rode paden zijn verboden terrein voor de bezoekers in verband met betrouwbare dataverzameling. “Hier tellen, wegen en meten we. Naast de normale opbrengst- en plantmetingen gebruiken we nu ook sensoren. Er zitten enkele sensoren in de mat om de pH en EC te meten en we hebben een aantal gewichtsensoren. Daarmee meten we het gewicht van mat en plant en met behulp van een programma berekenen we de verdamping en groeisnelheid van de planten. Dat is nuttige informatie, wanneer een teler op zoek is naar argumenten voor een nieuw ras. Stel, je kunt laten zien dat het nieuwe ras meer verdampt voor dezelfde kilo tomaten dan het bestaande ras Merlice, dan kan hij zijn watergift aanpassen als hij beslist om dit nieuwe ras te gaan telen. Het meegeven van dit type teeltinformatie is nieuw.”

De Ruiter kijkt momenteel volop naar de digitale mogelijkheden. Er hangen veel sensoren in de kas. De leveranciers leveren wel de techniek, maar niet de data-analyse. “Deze extra data willen we gaan koppelen aan al bestaande data, om zo nog meer bruikbare informatie over onze rassen mee te kunnen geven. Het nieuwe centrum is de ‘pilot’ locatie. Maar de nieuwe digitale technieken willen we ook op proeflocaties bij telers gaan toepassen. In de toekomst willen we er naartoe dat telers ons bovendien virtueel kunnen bezoeken om de groei van de verschillende rassen real-time thuis naast elkaar te kunnen vergelijken”, verduidelijkt Van der Knaap.

Meerwaarde voor teler

Volgens hem heeft de nieuwe opzet een duidelijke meerwaarde ten opzichte van de ‘gewone’ rassendemo’s. Niet alleen kunnen telers het hele teeltseizoen langs komen. Ze kunnen tevens hun eigen ras onder dezelfde teeltomstandigheden zien als de potentiële opvolger. “We laten zien hoe het staat met de smaak en houdbaarheid. De teler is het hele jaar op zoek naar argumenten waarom hij een ander ras zou moeten telen. Op een gegeven moment moet hij een beslissing nemen, die dan wel voor het héle volgende jaar geldt. Daarbij willen we ze zo goed mogelijk faciliteren, door het gewas te beoordelen, de supermarkten erbij te betrekken en extra gegevens te verzamelen met behulp van sensoren.”

En het verdienmodel? “Wij willen dat onze klanten een goede boterham verdienen, zodat ze het jaar erop opnieuw een positief resultaat behalen.”

Bezoek aan de kas

De aanloop is groot. In het verleden trokken ze ongeveer 750 bezoekers per jaar. In de vier maanden na de opening van het nieuwe centrum zijn er al meer dan 1.500 bezoekers geweest. Het bezoek komt letterlijk overal vandaan. “Bijvoorbeeld een rassenkeuzecommissie die tien keer per jaar langs komt om de teelt te volgen. Er komen verkopers van handelshuizen die willen weten wat er te koop is. Supermarkten vormen de grootste uitdaging. We hebben dit centrum gebouwd om telers te ondersteunen. Door ook supermarkten erbij te betrekken, kun je gericht samen zorgen voor de juiste keuze. De stem van de supermarkt bepaalt mede welk ras wordt geteeld”, is de mening van Van der Knaap.

“Stel er komt een Prominent-teler langs die twijfelt over drie rassen met toegevoegde waarde ten opzichte van Merlice. Zij kaarten dit aan bij hun afnemers. Dan is het fijn dat hun afnemers er al over hebben gehoord. We zijn allemaal partners in de keten.” Een leuk voorbeeld is de groep Italiaanse telers die op bezoek kwam. “Op hetzelfde moment kwam er een groep inkopers van Oostenrijkse supermarkten langs. Dit bleken de klanten van deze Italiaanse telers te zijn.”

Samenvatting

Begin dit jaar is in Bleiswijk een nieuw experience center voor vruchtgroenten gebouwd. Hier kunnen telers en afnemers uit binnen- en buitenland gedurende het hele teeltseizoen langskomen om de nieuwe tomatenrassen te bekijken en te vergelijken met bestaande rassen. Tevens kunnen ze zien hoe het staat met de smaak en houdbaarheid van de producten. Datzelfde geldt voor andere ketenpartners, zoals inkopers van supermarktketens.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn.





Gerelateerd

‘Met nieuw substraatsysteem en voeding op maat gewasgroei sturen’

‘Met nieuw substraatsysteem en voeding op maat gewasgroei sturen’

Het Nieuwe Telen bij tomaat, maar dan weer een stapje verder. Zo mag je de jongste proefopzet in Bleiswijk wel noemen. Het is razend interessant wat er het komend belichtingsseizoen gaat gebeuren in deze grove trostomatenteelt, alleen al om het nieuwe substraatsysteem en de watergeefstrategie die op het programma staan. Met ‘ultra low haze’ glas, hybride belichting, maximale isolatie en actief ontvochtigen moeten de tomatenplanten wel helemaal in hun nopjes zijn.

“Geweldig en interessant project”, zo noemt onderzoeker Lisanne Helmus-Schuddebeurs van het Delhpy Improvement Centre in Bleiswijk de nieuwe proef die bij tomaat van start is gegaan. Afgelopen maanden is een afdeling van het onderzoekscentrum volledig op de schop gegaan. Zo heeft het dek nieuw glas gekregen, een glassoort met dubbele AR-coating en ultra low haze, en is de afdeling voorzien van drie klimaatschermen; een energiescherm, een diffuus scherm en een lichtuitstootscherm.

Hybride belichting

Het project heeft de titel ‘Totaalconcept HNT (Het Nieuwe Telen), toegepast in de belichte tomatenteelt’, meegekregen. In de wandelgangen noemt iedereen het kortweg ‘Tomaat fossielvrij’. Dit laatste is een wens en doelstelling voor de toekomst, die veeleer een gevolg is van een verdere optimalisatie van deze belichte teelt dan puur besparen op energieverbruik, vinden de initiatiefnemers. Om dit goed in praktijk te brengen, is een totaalconcept met integrale aanpak nodig dat rekening houdt met alle balansen en waar gewasmonitoring een centrale plaats inneemt.

De belichtingsinstallatie die is aangelegd bestaat uit 110 µmol/m2/s SON-T-lampen, 50 µmol/m2/s LED-toplicht, aangevuld met 65 µmol/m2/s tussenlicht. De nieuwe teelt staat inmiddels al volop te groeien. Op 11 augustus is Merlice geplant, met Maxifort als onderstam, 2,5 planten per m2, waarbij al direct een extra kop is aangehouden en het aantal koppen daarmee op 3,1 per m2 kwam.

Warmteterugwinning

In de winter produceert een belichte tomatenteelt veel vocht en warmte. Deze latente energie ontsnapt gewoonlijk door schermkieren en ventilatie naar de omgeving. Volgens berekeningen is het mogelijk om met een combinatie van een actief ontvochtigingssysteem en een warmtepomp energie te ‘oogsten’. Die is bijna voldoende om de warmtebehoefte van het gewas in de winter op te vangen.

Hiervoor is in de afdeling een AVS (Actief Ventilatie Systeem) geïnstalleerd, dat actief gedroogde kaslucht via slurven door de kas laat circuleren. De schermen kunnen hierdoor vaker worden gesloten, de raamstand zal kleiner zijn en CO2 zal daardoor beter in de kas blijven. Onder de gesloten schermen zal de minimumbuis minimaal worden gebruikt.

Het ‘fossielvrije karakter’ van de proef komt tot uitdrukking in de manier waarop het klimaat wordt aangestuurd en de terugwinning van latente warmte en warmteoverschotten uit de belichting. De verwarming kan hierdoor op efficiënte wijze op groene stroom worden gebaseerd. Zo kan deze teelt groeien naar een klimaatneutraal systeem.

Teeltsysteem in box

Wie de afdeling binnenwandelt ziet direct dat het teeltsysteem heel anders is ingericht dan gebruikelijk. Op de metalen teeltgoten staan kunststof boxen met een houtvezelmat die Saint-Gobain Cultilene heeft ontwikkeld. Onderzoeker Jan-Willem Spaargaren van het bedrijf legt uit hoe het werkt.

“We hebben al een aantal jaren onderzoek gedaan naar een gesloten substraatsysteem dat meer controle geeft over de water- en plantbalans. Daar is deze box in combinatie met houtvezels uitgekomen. In tegenstelling tot steenwol houdt dit substraat minder water vast. Houtvezels hebben een lager poriënvolume dan steenwol. De combinatie van box en substraat geeft een snelle sturing van EC, pH en temperatuur.”

Composteerbaar

Een groot voordeel van de vezels is dat ze in de toekomst composteerbaar zijn en dus binnen een duurzame teelt passen, vertelt Spaargaren. De box bevat één houtvezelmat waar twee planten (in steenwolpot) op kunnen staan en heeft onderin een profiel, waardoor de mat los van de ondergrond ligt. De wortelzone is in feite gesplitst in een water- en zuurstofbuffer.

Onderin de box zit een rond filter, waar de wortels niet door kunnen groeien. Zo kunnen de wortels niet in de drainwaterafvoer terecht komen en verstoppingen veroorzaken. Op de box zit een deksel met beluchtingsgaatjes. Het deksel voorkomt extra verdamping en de gaatjes zorgen voor de aanvoer van lucht. “In dit snelle gesloten systeem krijgt algengroei minder kans, waardoor ook de ziektedruk afneemt. Onder invloed van micro-organismen breken de houtvezels af en komt CO2 vrij. Samen met zuurstof ontstaat dan een gunstig microklimaat voor de wortels”, vervolgt hij. Nog niet eerder is deze box uitgetest op praktijkschaal bij tomaat, wel bij komkommer.

Waterbalans

Er is in deze proef veel aandacht voor de waterbalans, want dit is een belangrijk element van HNT. Dit gebeurt door het reguleren van de verdamping via het klimaat én het zorgvuldig afstemmen van de watergift en de samenstelling van het voedingswater.

Ruud Kaarsemaker, projectleider bij Groen Agro Control, zal zich richten op dit deel van de proef. “Binnen HNT is tot nu toe nog maar weinig aandacht besteed aan de voeding”, legt hij uit. “Bij een hogere RV als gevolg van deze teeltmethode is de totale opname van water en voeding lager, waardoor de opname van bepaalde voedingselementen minder is. De calciumopname komt dan bijvoorbeeld in het gedrang. Dat willen we oplossen met een hogere EC. Bij een hogere EC kan de plant nog steeds voedingselementen opnemen.” (zie ook Onder Glas mei 2018, pagina 23 t/m 25)

Wekelijks wordt de opname van elementen geanalyseerd, waarop de proefnemers de voedingsoplossing aanpassen. “We berekenen wat de plant werkelijk nodig heeft en anticiperen daarop.”

Snel schakelen

Kaarsemaker wijst ook op onderzoek, waaruit duidelijk werd dat minder gewasvolume meer vruchtopbrengst geeft. Een LAI (Leaf Area Index) van 2,5 in de winter is volgens hem voldoende. Deze streefwaarde kun je bereiken met bladplukken of door te sturen op nitraat in de voedingsoplossing. Het laatste levert kleinere bladeren op, die ook minder verdampen.

Met het nieuwe substraatsysteem heeft de proefleiding een instrument in handen om snel te schakelen met watergift en EC, omdat het substraat een lagere waterbuffer heeft. Zo willen zij inspelen op de weersomstandigheden en bijvoorbeeld niet te nat de nacht ingaan.

Hoe alle puzzelstukjes in elkaar vallen, gaat de komende maanden duidelijk worden. De proefleiding heeft er in ieder geval flink de tanden in gezet. Helmus: “In deze proef komen veel elementen uit eerder onderzoek bij elkaar. We spiegelen de resultaten met die van praktijkbedrijven en er zitten enkele tomatentelers in de begeleidingscommissie.”

Dit gezamenlijke project van Delphy, Groen Agro Control en Wageningen University & Research komt tot stand met een bijdrage van Kas als Energiebron. De participanten zijn Saint-Gobain Cultilene, Hortilux, Hoogendoorn Growth Management, Svensson en Wireless Value.

Samenvatting

De teelt van de belichte trostomatenteelt binnen de proef ‘Totaalconcept HNT’ is in augustus van start gegaan. Behalve een aantal aanpassingen aan de kas valt vooral het nieuwe substraatsysteem op. Dit ‘snelle’ substraat in boxen, in combinatie met nauwkeurig sturen op EC en voedingselementen moet een gewas opleveren dat minder verdampt. Een combinatie van intensief schermen en ontvochtigen van kaslucht moet het energieverbruik verlagen.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden.





Gerelateerd

Reactie tomatenrassen op verrood licht: van nauwelijks tot 25% meer

Reactie tomatenrassen op verrood licht: van nauwelijks tot 25% meer

De hightech glastuinbouw is complex. Niemand heeft voldoende innovatiekracht om alléén iets te bereiken. Het Carbon LED project is een voorbeeld van hoe je in de sector succesvol kunt samenwerken en elkaars innovaties benutten. In dit project gaat het om het reduceren van het elektriciteitsgebruik en het realiseren van een hoge productie en productkwaliteit bij tomaat.

“We zien in de glastuinbouw dat het energieverbruik voor verwarming van de kas afneemt. Daar staat tegenover dat het areaal belichting toeneemt. Daarmee stijgen het elektriciteitsverbruik en de warmtebelasting. Dat kan problemen geven in de teelt. We wilden zien of we met LED-belichting nieuwe stappen kunnen zetten”, omschrijft projectleider Anja Dieleman, onderzoeker bij Wageningen University & Research, de achtergrond.

Samenwerking

In het Carbon LED project werken WUR, Nunhems, Signify (voorheen Philips Lighting), INRA en Startlife samen om energie-efficiënte belichtingssystemen te ontwerpen voor de glastuinbouw. De financiering komt van Climate KIC, het belangrijkste Europese kennis- en innovatienetwerk dat als doelstelling heeft om de emissie van broeikasgassen te reduceren.

“Uitgangspunt van het project was: hoe kunnen we gezamenlijk een belichtingssysteem op basis van LED ontwikkelen én dat ingang doen vinden in de praktijk. Dat is ook gerealiseerd. Het leverde nieuwe inzichten op en laat telers zien wat dit type licht doet en wat het oplevert. Zij zijn uiteindelijk degenen die de keuze maken voor investering in lampen en rassen”, zegt Dieleman. De proeven liepen de afgelopen drie belichtingsseizoenen in drie afdelingen van de onderzoekskassen in Bleiswijk.

Bestaande lampen voldoen

In het eerste jaar ging het in de kasproef vooral om de plantarchitectuur en uitstralingshoek van de LED’s. “We hebben commercieel beschikbare tussenbelichting uitgetest en prototypes met een andere uitstralingshoek op basis van berekeningen met een 3D-model van WUR. In de proef stonden vier tomatenrassen met een verschillende plantarchitectuur, die allen hetzelfde bleken te reageren op de lichtverdeling. De bestaande Interlight lampen kwamen er als beste uit”, vertelt Esther de Beer, manager research en predevelopement bij Signify. Het bedrijf heeft er daarmee voor gekozen de uitstralingshoek van het bestaande ontwerp ook in de nieuwe productgeneratie te behouden. Deze leverancier zoekt de verbetering onder andere in energiezuiniger types en heeft inmiddels een derde generatie op de markt.

De Beer ziet een duidelijke meerwaarde van de gezamenlijke aanpak. “We hadden zelf proeven kunnen doen, maar de interactie met de veredelaar was aanvullend. Het resulteerde voor ons in een duidelijke bevestiging dat we op de goede weg waren.”

Proeven bij veredelaar

Op basis van eerdere resultaten besloten de deelnemers van het consortium in het tweede belichtingsseizoen, van 2016 tot 2017, te kijken naar effecten van bijbelichten met verrood licht op verschillende tomatenrassen. Het verrode licht zorgt ervoor dat er meer assimilaten naar de vruchten gaan. Hierover berichtte Onder Glas al in oktober 2017.

Frank Millenaar, pre-breeder Tomato bij Nunhems: “Het onderzoek in Bleiswijk hebben we uitgevoerd met de trostomatenrassen Extension en Foundation, twee precommerciële cocktailtrostomatenrassen en het cherrytomatenras Competition. We hebben deze rassen onder LED-belichting geteeld met en zonder extra verrood licht. Ze kregen allemaal dezelfde hoeveelheid PAR-licht. Op het eigen bedrijf hadden we elf trostomatenrassen, eveneens deels commercieel en deels precommercieel. We hebben ze ongeveer dezelfde proefopzet gegeven, maar dan met SON-T en LED-tussenbelichting met en zonder verrood licht.”

Verrassend effect

Tot ieders verrassing waren er grote rassenverschillen. “De reactie van het verrode licht varieerde van nauwelijks meeropbrengst tot 25% meeropbrengst. Bovendien is de kwaliteit van de vruchten ook nog eens beter, onder andere door de hogere brix. Voor ons is het feit dat de rassen zo verschillend reageerden op verrood licht een belangrijk leerpunt. We kunnen dit in de veredeling gebruiken”, aldus Millenaar.

Het feit dat er verschillen in genetische variatie zijn, noemt projectleider Dieleman een geweldig vertrekpunt voor verder onderzoek. Veel potentie is nog niet gebruikt.

Extra verrood kost elektriciteit

Dieleman: “Extra verrood licht geven, betekent wel extra elektriciteitsverbruik. In het derde jaar hebben we daarom gekeken of verrood het nog steeds beter doet als je het elektriciteitsverbruik gelijk houdt.” In de proef is een deel van het rood/blauwe PAR-licht vervangen door verrood licht. Een deel is belicht met 210 µmol/m2/s rood/blauw LED-licht en een ander deel met 35 µmol/m2/s verrood licht in combinatie met 175 µmol/m2/s rood/blauw licht. Dit gebeurde in de rassen Progression en Extension, die in eerdere proeven positief reageerden op verrood licht.

“De behandeling met verrood licht bleek goed te starten, maar aan het einde van het belichtingsseizoen minder productie te geven dan alleen roodblauw licht. Wel hebben de tomaten onder verrood licht een hogere brix. Het plaatje is dus nog niet zo simpel”, vat projectleider Dieleman samen.

“Wij blijven innoveren en doorgaan met onderzoek. Onder andere in de interactie tussen belichting –bijvoorbeeld op welke momenten juist wel of niet verrood – en raskeuze verwachten we dat er nog winst te halen valt”, voegt De Beer toe.

Vertaling naar de praktijk

De opgedane kennis overdragen naar de praktijk was ook een belangrijk onderdeel van het project. Dat gebeurde in de vorm van open dagen, cursussen en vakbladartikelen. “Wij hebben op onze proeflocatie in Bleiswijk tijdens de open dagen rondom LED-belichting circa 250 bezoekers ontvangen. Daarnaast zijn er door WUR cursussen georganiseerd over LED’s in de tuinbouw en in vertical farming. Deze cursussen zijn druk bezocht door telers en het bedrijfsleven”, somt Dieleman op.

Naar aanleiding van de positieve resultaten van de experimenten in Bleiswijk liep er een praktijkproef met verrood licht in tomaat bij Prominent, met een begeleidingscommissie bestaand uit vertegenwoordigers van de meeste telersverenigingen. Deze commissie onderhield nauw contact met de onderzoekers van het Carbon LED project.

Dieleman is tevreden. “Energiebesparing was onze doelstelling. Voor telers gaat het om de productie. Niets is zo mooi als wanneer de productietoename de aandacht trekt. Dat is een mooi haakje om de doelstelling van het project te bereiken.”

Samenvatting

Het Carbon LED project is na drie belichtingsseizoenen afgerond. Daarin werken verschillende partners samen om energie-efficiënte LED belichtingssystemen te ontwerpen voor de glastuinbouw. Belangrijke conclusies zijn dat er tot 25% meeropbrengst mogelijk is als reactie op verrood licht, maar dat hierin ook grote rassenverschillen zijn. Bij gelijkblijvend elektriciteitsverbruik blijkt verrood licht geen meeropbrengst te geven. Het project is een voorbeeld van succesvolle samenwerking in de sector en het benutten van elkaars innovaties.

Tekst en foto’s: Marleen Arkesteijn.





Gerelateerd

‘Lastig om strijd op te geven en leren vertrouwen op natuurlijke balans’

‘Lastig om strijd op te geven en leren vertrouwen op natuurlijke balans’

Weerbaar telen is alleen mogelijk als je durft te vertrouwen op een systeem waar ziekteverwekkers en bestrijders naast elkaar leven. Dat accepteren de meeste telers wanneer het om biologische bestrijding gaat. Maar gaat het om bestrijden van schimmelziekten of virusaantastingen, dan ligt dit gevoelig. Tomatenteler Robert van Koppen is dit jaar over gegaan op een ecologische aanpak. Dat is spannend, maar tot nu toe gaat het goed.

Een waterval in de watertechnische ruimte? Inderdaad. Boven de mengbak bij tomatenteler Robert van Koppen in Kwintsheul valt het water via zeven traptreden kabbelend naar beneden, alsof je naar een Oostenrijks beekje luistert. Deze kunstmatige waterval, die het proceswater voorziet van zuurstof en natuurlijke werveling, is gemaakt door Theo van der Knaap, voormalig rozenteler en tegenwoordig adviseur bedrijfsecologie.

Samen met Alwin Scholten van PlantoSys plantversterkers gaat het gesprek op deze zomerse middag over natuurlijke systemen en biologisch evenwicht. “De natuur heeft plantenziekten gemaakt om op te ruimen wat uit balans is”, meent de ecoloog. “Planten die gezond zijn worden niet belaagd door ziektes.” En daarmee is de toon gezet.

Steriel milieu

De substraatteelt, met steenwol als belangrijkste medium, heeft in de tachtiger jaren van de vorige eeuw razendsnel opmars gemaakt in de tomatenteelt. De vele voordelen die deze teelttechniek biedt, deed de productieniveaus naar grote hoogte stijgen. Het steriele milieu dat daardoor is ontstaan heeft ook zijn minder positieve kanten. De planten missen de hulp van goedaardige bodemorganismen en behulpzame stoffen zoals spoorelementen die als vanzelfsprekend in de bodem aanwezig zijn.

De laatste jaren kampt de tomatenteelt met lastige ziekten en plagen, zoals ToCV, Phytophthora, Tuta absoluta (mineervlieg), galmijt en overmatige wortelgroei. Het is niet uitgesloten dat deze ziekten en aantastingen zich zo explosief kunnen ontwikkelen door een gebrek aan weerbaarheid, die planten van nature via de bodem kunnen opbouwen. Het is een theorie die steeds meer mensen bezighoudt.

Terug naar natuurlijk systeem

Van Koppen, die op 4 ha troscherrytomaten teelt, heeft ervaring met een aantal lastige aantastingen. “Bestrijden is steeds moeilijker, want er zijn nog maar weinig middelen toegestaan”, weet hij. Daarom experimenteert hij al enige tijd met plantversterkers. Na gesprekken met ‘plantenfilosoof’ Van der Knaap besloot hij nog meer aandacht te besteden aan een natuurlijk systeem in zijn kas. De voormalige rozenteler houdt zich al jaren bezig met dit thema. In zijn rozenkas was hij voorheen al heel sterk gedreven door natuurlijke principes. “In onze productietuinbouw zijn we veel kwijtgeraakt en zijn oude wijsheden verloren gegaan”, meent hij. “We moeten weer terug naar een natuurlijk evenwicht in het bestaande technologische systeem.” Beseffende dat er de afgelopen tientallen jaren al veel biostimulanten zonder groot succes de revue zijn gepasseerd, heeft hij een concept ontwikkeld waarin meerdere principes samen komen. Principes die elkaar aanvullen en dus versterken.

Plantversterkers

Anderhalf jaar geleden kwam de tomatenteler in contact met Scholten, die plantversterkers op de markt brengt. Hij kwam in zijn vorige functie als boomteeltconsultant in Zwitserland in aanraking met deze middelen en hij produceert ze inmiddels in Nederland. De productlijn bestaat uit spuitmiddelen voor bladbemesting en middelen die je kunt meegeven aan de voedingsoplossing. Ze bevatten specifieke grondstoffen waaronder colloïdaal zilver, silicium, koper, mangaan, zink, kalk en salicylzuur.

“Een plant die wordt aangevallen door bijvoorbeeld een schimmel maakt zelf het plantenhormoon salicylzuur. Geef je het planteigen hormoon als bladbemesting of druppel je het mee, dan helpt het de plant de afweer op scherp te zetten”, legt hij uit. Ook de andere producten zetten het afweersysteem van de plant aan. Het gaat nadrukkelijk om middelen met micro-elementen. Ze bevatten geen giftige stoffen als metaalzouten. Sterker nog: ze zijn bij bemonstering nauwelijks terug te vinden.

Stappenplan

Tot anderhalf jaar geleden gebruikte Van Koppen regelmatig fungiciden in de strijd tegen Phytophthora en meeldauw. Door het afwisselend inzetten van verschillende producten kwam hij niet verder. Soms werkten plantversterkers wel, soms een beetje of soms helemaal niet. Vanaf januari 2018 is hij de adviezen van Van der Knaap op gaan volgen. Zijn plan bevat verschillende stappen.

“De basis vormt de waterval, die het proceswater activeert”, legt de ecoloog uit. Vervolgens voegt hij Microferm toe, een mix van tachtig micro-organismen die het bodemleven stimuleren en op gang brengen. De volgende stappen zijn toevoeging van zeewier en algen, een kruidenpreparaat, en aminozuurproducten. Tot slot zorgen zeezout, gesteentemeel en lavameel voor de broodnodige spoorelementen.

Minder ziektedruk

De combinatie van het stappenplan en de plantversterkers moet het werk gaan doen. En dat lijkt ook het geval te zijn. Van Koppen merkt dat zijn gewas er wezenlijk anders bij staat dan in voorgaande jaren. Hij was gewend aan een uitbraak van overmatige wortelgroei, rond week 7 als de planten een grotere watergift krijgen dan in de winter. “Het kostte soms wat moeite om de strijd op te geven en te leren vertrouwen op de balans, maar tot week 23 heb ik geen vergroeiingen gezien.”

Halverwege de zomer maakt hij de balans op. Hij heeft inmiddels slechts een paar matten met afwijkende wortels gevonden, maar dat is alles. De galmijt en mineervlieg houden zich tot nu toe erg rustig. Meeldauw ziet hij wel, maar minder dan in voorgaande jaren. Bovendien kan hij ze bestrijden met natuurlijke middelen. En dat stemt positief.

De adviseur: “Je moet bij deze manier van telen niet absoluut schoon willen zijn. Ik denk dat ook de ziekteverwekkers in het systeem aanwezig mogen zijn om het natuurlijk evenwicht in balans te houden.”

Technologie en ecologie

Toepassen van de middelen blijft een proces dat continu doorgaat. SilicaPower en SalicylPuur van leverancier PlantoSys worden meegegeven vanuit de A-bak. Aan het begin van het seizoen gebeurt dat drie tot vier keer achter elkaar, daarna eens per week. Bij het stappenplan dat Van der Knaap voorschrijft, hoort ook een doseerfrequentie van één keer per week.

Gedurende het teeltseizoen spuit de tomatenteler met bladbemesters. Als hij een verhoogde meeldauwdruk constateert gebruikt hij bijvoorbeeld Cuprum in combinatie met Serenade. Deze zachte aanpak werkt voldoende.

Voor Van Koppen is deze aanpak een bijzondere gewaarwording, waarvan hij hoopt dat deze niet eenmalig is maar doorzet. “Uiteindelijk wil ik naar een MRL-vrije teelt”, legt hij uit. Scholten en Van der Knaap vinden dat de tomatenteler over zijn eigen schaduw is heen gestapt. Proberen een natuurlijk systeem op te bouwen is een hele stap, maar het moet wel tot een te kwantificeren resultaat leiden. Van der Knaap: “Ik geloof in de kracht van dit systeem in plaats van totale ontsmetting en hygiëne. In dit systeem komen technologie en ecologie samen.”

Samenvatting

Tomatenteler Robert van Koppen werkt sinds anderhalf jaar met plantversterkers om zijn gewas weerbaar te maken tegen ziekten en plagen. Aan het begin van dit jaar is hij een stappenplan gaan volgen om in zijn substraatteelt ecologische principes toe te passen. Over de eerste resultaten is hij positief. Tot nu toe is de aantasting van overmatige wortelgroei, galmijt en Tuta absoluta minimaal, en lukt het om met natuurlijke middelen meeldauw onder controle te houden.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden.





Gerelateerd

Snellere detectie tomatengalmijt dankzij speciale microscopen en camera’s

Snellere detectie tomatengalmijt dankzij speciale microscopen en camera’s

In opdracht van de Gewascoöperatie Tomaat inventariseerden en evalueerden studenten van HAS Hogeschool uit Den Bosch nieuwe detectiemethoden voor de gevreesde tomatengalmijt. Volgens Aron Boerefijn, inmiddels afgestudeerd en werkzaam bij LTO Glaskracht Nederland, zijn er diverse technieken waarmee de aanwezigheid van het plaaginsect in de kas in een eerder stadium kan worden vastgesteld.

De tomatengalmijt richt jaarlijks veel schade aan en vormt een knelpunt in de tomatenteelt. Omdat de kleine galmijten met het blote oog niet te zien zijn, wordt hun aanwezigheid pas duidelijk wanneer er schade zichtbaar is in het gewas. “Dan is het kwaad al geschied en ben je dus feitelijk te laat met bestrijden”, stelt Boerefijn nuchter vast.
Voor de Gewascoöperatie Tomaat was dit gegeven aanleiding om contact op te nemen met HAS Hogeschool. Wellicht was een aantal studenten bereid om zich te verdiepen in nieuwe detectietechnieken en hun toepassingsmogelijkheden.

Brainstormen

Boerefijn en zijn medestudenten Sasha Bakx en Roel Steijvers pakten de handschoen op. In het kader van een afstudeeropdracht kregen ze zes maanden de tijd. “In die periode hebben we met tientallen bedrijven en onderzoekers gesproken”, vertelt de kersverse medewerker van de telersorganisatie. “Al in een vroeg stadium organiseerden we een breed opgezette brainstormsessie om zoveel mogelijk ideeën te genereren. Dat was erg nuttig. Na een uitgebreide screening bleven er uiteindelijk vier ideeën over die we bij Demokwekerij Westland konden testen.

Camerasystemen

Als voorbeeld noemt hij speciale microscopen die fluorescentie kunnen waarnemen. “De tomatengalmijt licht op bij een bepaald spectrum licht, dit kun je met een daarvoor toegeruste microscoop registreren. We hebben 20 microscopen getest, waarvan er één heel goed voldeed. Een nog niet beantwoorde vraag is hoe je een dergelijk systeem op praktische wijze kunt integreren in een scoutingsysteem.”
Een tweede detectieconcept, waaraan ook is meegewerkt door Hogeschool Leeuwarden, berust op hyperspectrale camera’s die veel eerder dan het menselijk oog in staat zijn om beginnende gewasschade te signaleren. “Hierbij gaat het vooral om de bruinverkleuring op de stam, waaraan de tomatengalmijt de bijnaam ‘roestmijt’ ontleent”, vervolgt Boerefijn. “Deze detectiemethode biedt beslist perspectief, maar moet nog wel worden doorontwikkeld.”
De studenten hebben hun bevinden in de vorm van een rapport met aanbevelingen aangeboden aan het bestuur van de gewascoöperatie. Het is inmiddels ook aan alle leden beschikbaar gesteld. In overleg met de telers wordt vastgesteld welke vervolgacties wenselijk zijn.

Tekst: Jan van Staalduinen.





Gerelateerd