Europa wil gevaarlijke ziekten en plagen beter onder controle krijgen

Europa wil gevaarlijke ziekten en plagen beter onder controle krijgen

Per 14 december gaat de nieuwe Plantgezondheidsverordening in. Consequenties: veel meer plantenpaspoorten, een andere indeling van quarantaine-organismen en een importverbod voor krap 40 houtige gewassen. Nederlandse vertegenwoordigers bij de onderhandelingen beoordelen de veranderingen positief: betere ziektepreventie, concentratie op de echte problemen, gelijk speelveld in de EU.

De Europese Plantgezondheidsverordening vervangt de Fytorichtlijn. Een verordening geldt in de hele EU op dezelfde manier, terwijl een richtlijn wordt vertaald in nationale regels, en daarmee in elk land anders uitpakt. Die Europese gelijkschakeling was één van de redenen voor een nieuwe inrichting van de fytosanitaire regels.
De tweede reden was dat de regelgeving niet meer bij de tijd was: niet toegesneden op de manier waarop de handel tegenwoordig verloopt. Net zo belangrijk was de derde reden: het gevoel dat de zaak niet goed onder controle was. Met name de gang van zaken bij de buxusmot is het afschrikwekkende voorbeeld. Waarschijnlijk is hij met buxus uit China meegekomen. Dat is niet opgemerkt en hij heeft zich oncontroleerbaar kunnen verspreiden. Ook de opmars van gevaarlijke (quarantaine)ziekten in bijvoorbeeld tomaat en roos zijn indicaties dat de wering niet goed op orde is.

Paspoortplicht

De wens om gevaarlijke ziekten en plagen beter onder controle te krijgen, heerst Europa breed. Vervolgens lopen de belangen uiteen. Nederland, als centrale spil in de handel, heeft zowel belang bij een goede preventie als bij zeer werkbare regels. Er zijn echter ook landen die vooral de deur op slot willen doen als het gaat om niet-EU importen. Zeer uitgebreide onderhandelingen hebben geleid tot de invulling die op 14 december van start gaat.
Meest in het oog springende verandering is dat veel meer sierteeltbedrijven (zo’n 750) te maken krijgen met plantenpaspoorten. Het gaat om alle ‘voor oppot bestemde planten’, dat wil zeggen pot- en perkplanten, inclusief bollen op pot.
De keuringsdiensten (Naktuinbouw, BKD en KCB) zijn al geruime tijd bezig om de invoering goed te begeleiden en de bedrijven die er voor het eerst mee te maken krijgen, persoonlijk te benaderen. De indeling van het paspoort is namelijk aan zeer strikte regels gebonden. De indruk bij de diensten is dat de invoering zonder grote problemen verloopt.

Quarantaine-organismen

Een tweede verandering is de indeling van quarantaine-organismen. Nu is er één categorie. Bij een vondst volgen strenge maatregelen, zoals vernietiging van het gewas. In de nieuwe indeling krijgen de meest gevreesde soorten prioriteit: er liggen draaiboeken klaar. Voor de andere Q-organismen blijft dezelfde regelgeving gelden als nu. Daarnaast komt er een nieuwe categorie: RNQP (Regulated Non Quarantine Pests). Teeltmateriaal moet (vrijwel) vrij zijn van deze ziekten en plagen, maar dat geldt niet voor eindproducten. Een aantal van de huidige Q-organismen verhuist naar RNQP. De nieuwe indeling moet zorgen voor meer slagvaardigheid bij de echte gevaren, terwijl minder gevaarlijke soorten een lagere prioriteit krijgen.

Verbodslijst

Omdat veel Q-organismen de laatste jaren met houtig materiaal uit niet-EU-landen binnenkomen, is er een lijst opgesteld van gewassen die niet meer uit ‘derde landen’ (buiten de EU) mogen worden geïmporteerd. Die lijst telt nu 39 gewassen (te vinden op de site van de NVWA). Hij wordt 14 december definitief. Tot die tijd kunnen derde landen bezwaar maken, en dat gebeurt ook. Israël bijvoorbeeld is vrij actief. De verwachting is dat het aantal gewassen op de verbodslijst in de toekomst verder zal groeien, naar aanleiding van nieuwe vondsten of inzichten.

Overal dezelfde regels

Het tuinbouwbedrijfsleven is positief over de inspanningen om verspreiding van gevaarlijke ziekten en plagen tegen te gaan. De regels worden overal hetzelfde, de mogelijkheden voor tracking & tracing verbeteren, evenals de mogelijkheden om de naleving van de regels te handhaven.
Een punt van zorg is wel de niet-traditionele handel die zich online afspeelt. Iedereen kan via internet overal ter wereld planten bestellen bij telers die de zaak niet op orde hebben. De burger als introductieroute kreeg tot voor enkele jaren geleden geen aandacht. Sindsdien richt de NVWA inmiddels informatie speciaal op burgers, om geen plantjes van vakantie mee te nemen. Maar waarschuwingen voor de internetgevaren zijn nog niet van de grond gekomen.

Zie ook: hortinext.nl/website-ziekterisicos

Tekst: Tijs Kierkels.

Gerelateerd

‘Wees voortdurend beducht voor warme zomerperiode’

‘Wees voortdurend beducht voor warme zomerperiode’

Nu de zomermaanden zijn aangebroken, gaan de gedachten van menig teler af en toe terug naar de droge, hete zomer van 2018. Natuurlijk is het maar de vraag hoe warm de komende weken en maanden gaan worden, maar het is zeker zaak om lering te trekken uit de situatie van een jaar geleden. Bedenk dat ook een paar dagen met buitentemperaturen boven de 25oC al problemen kunnen geven met bijvoorbeeld neusrot.

Eén warme dag, zoals we die dit voorjaar af en toe al hebben gehad, is niet zo erg. Zijn het er meer dan is extra aandacht voor bemesting, watergift en klimaat van belang. Zomerse temperaturen vereisen extra alertheid bij rassen die gevoelig zijn voor neusrot. Het is zaak om de verdamping in de gaten te houden en te zorgen dat er voldoende calcium de plant in komt, met name naar de vruchten. Dat heeft met name betrekking op de belichte teelten, omdat het in dat gewas – met langere stengels – een grotere uitdaging is om voldoende calcium op de gewenste plekken te krijgen.

Recept

De beste mogelijkheden liggen op gebied van bemesting. Zo is het zaak om ammonium uit het bemestingsrecept te halen, omdat dit element te veel concurreert met calcium. Sowieso is het advies om meer calcium te doseren en minder kali. Ook het niveau van natrium en magnesium mag niet te hoog zijn, want ook dat zit de opname van calcium in de weg.

Warmte

In de strijd tegen hete, droge weersomstandigheden geeft het wegnemen van de warmte betere resultaten dan het inbrengen van vocht. Ik zie goede ervaringen met het aanbrengen van diffuse coatings. Dat geeft betere groei, zonder productieverlies. Je maakt het de plant namelijk iets makkelijker in een stressvolle periode. Er zijn niet veel telers die kiezen voor verneveling om vocht in het gewas te brengen, terwijl het gebruik van diffuse coatings wel een vlucht neemt; dat is veelzeggend. In de toekomst zie ik meer ‘custom made’ oplossingen door het gebruik van zomerschermdoeken.

Beducht

Samenvattend is het advies om beducht te zijn op een warme periode. We krijgen hoe dan ook ergens een week warm weer. Wees alert met de bemesting en pas het recept op tijd aan. Overweeg het gebruik van een coating, want daar heb je gedurende het zomerseizoen zeker profijt van.

Tekst: Willem Valstar, Stargrow Consultancy.

Gerelateerd

‘Serenade heeft bedrijfsbreed een plek’

‘Serenade heeft bedrijfsbreed een plek’

De familie Bernard in Luttelgeest teelt op 22 hectare rozen, orchideeën en tuinplanten. Over welk gewas je met Simon Bernard ook praat: in alle teelten staat de aandacht voor een weerbaar gewas centraal. “Het hele plaatje moet kloppen, van techniek tot biologie. Serenade speelt daarin een ondersteunende rol.”

Een bord naast de kruising van de doorgaande weg wijst de route naar de vier bedrijfslocaties van de familie Bernard. Op steenworp afstand van elkaar staan hier twee rozenkwekerijen van elk 3 hectare, een orchideeëntuin van 6 ha en een productielocatie met 10 ha tuinplanten. Simon Bernard runt het bedrijf samen met zijn broer Bram. Mede dankzij hun eigen transporttak, lukt het de broers om zich hoofdzakelijk te richten op het hogere segment, waarbij ze zowel de groothandel als de retail rechtstreeks bedienen. “Een klant die tien Deense karren tegelijk bestelt, is voor ons best groot”, geeft Simon Bernard aan.
Voor de klanten zijn een goede kwaliteit en een duurzame teelt belangrijk. Vandaar dat ze veel aandacht besteden aan de gewasbescherming. Stap voor stap werken ze aan een verdere verduurzaming van hun teelten, waarbij ze het liefst zo min mogelijk ingrijpen. “Bij de insectenbestrijding werken we nu 80 procent biologisch. Dat gaat goed, al is bijvoorbeeld trips hier in de zomer wel een groot probleem. We zitten midden in een akkerbouwgebied, waardoor de druk vrij hoog is. Toch houden we vast aan ons doel om de bestrijding voor 95 procent biologisch te doen.”

Sterkere roos

Afgelopen zomer startten ze met een nieuwe teeltcyclus in hun Avelanche rozen. Ze grepen de teeltwissel aan om het teeltklimaat verder te optimaliseren. “We hebben onder meer de verlichting aangepast met hoogrendementslampen en houden een hoger lichtniveau aan dan voorheen. Het doel daarvan is in de eerste plaats een stabielere kwaliteit, met kleinere verschillen tussen zomer en winter. Maar het moet ook een sterker gewas opleveren. We verhogen de lichtsom niet, maar geven het gewas meer uren rust”, geeft Bernard aan. Verder verhoogden ze de teeltbedden, wat onder in het gewas voor een beter microklimaat moet zorgen.
In de ziektebeheersing is alles gericht op het gezond houden van het gewas. Meeldauw is in de regel goed onder de duim te houden, in de winterperiode is vooral Botrytis een punt van aandacht. “We zitten daar bovenop. Nederland vraagt een perfecte roos, dat is uiteindelijk ons bestaansrecht”, zegt Bernard. Samen met zijn teeltmensen en zelfstandig adviseur Jan Hoogstrate evalueren ze wekelijks of de vooraf afgesproken aanpak moet worden bijgestuurd. Een van de hulpmiddelen daarbij is de uitbloeiruimte op het bedrijf waar ze rozen op de vaas beoordelen. Het geeft ze inzicht in het effect van hun handelen en daarmee een extra handvat in de teelt.
Regelmatig maakt het groene middel Serenade onderdeel uit van de bespuitingen. “Het is gewaszacht en heeft een brede werking op de belangrijkste schimmelziekten. Vaak is het voldoende om ziekten onder de duim te houden. Wordt het echt spannend, dan vervang ik Serenade door bijvoorbeeld Luna Privilege. In de loop der jaren hebben we steeds meer geleerd over wat er wel en niet kan, al zit er altijd een stukje onvoorspelbaarheid in een ziekteontwikkeling.”

Phalaenopsis

Sinds dit voorjaar is de toelating van Serenade uitgebreid naar andere sierteeltgewassen onder glas. Voor Bernard reden om de mogelijkheden van het middel ook in de teelt van Phalaenopsis te onderzoeken. Ook in deze teelt draait het om de juiste combinatie van maatregelen. De juiste uitgangssituatie en een goed teeltklimaat zijn cruciaal, benadrukt Bernard. “Niet te nat en niet te droog telen en zorgen voor goed uitgangsmateriaal. Dat is meer dan de helft van het hele verhaal.” Ze merken dat het grote aantal variëteiten een extra handicap is in de geïntegreerde aanpak van de gewasbescherming. “We zijn daarom vier jaar geleden overgestapt naar segmenteren op verschillen in groei. We hebben vier groepen die we apart monitoren en water geven. Daarmee kom je al iets dichter bij een optimale vochthuishouding, zodat bijvoorbeeld potworm en schimmelziekten minder kans krijgen. Nu willen we nog een stap verder gaan. We willen minder soorten telen. Op dit ogenblik zijn dat er nog 300. Maar onze doelstelling is om 80 procent van de productie met 80 soorten te gaan doen.” De inzet van Serenade kan een verdere ondersteuning zijn voor het onderdrukken van Fusarium, Rhizoctonia en bacterieziekten.

Bacterieziekten

In het perkgoed hebben de verbeteringen in de teelt zich de afgelopen jaren vooral gericht op een betere ventilatie en de inzet van natuurlijke vijanden. Bij een goede kwaliteit uitgangsmateriaal zijn de meeste ziekten en plagen goed beheersbaar, is hun ervaring. De komst van Serenade zou echter een goede aanvulling kunnen zijn, vanwege zijn brede werking en het ontbreken van een re-entrytermijn. “Door het middel aan het begin van de teelt een plek te geven, kan het helpen om de ontwikkeling van Botrytis of bacterieziekten de kop in te drukken. We willen de druk vanaf de start van de teelt zo laag mogelijk houden.”
Bernard is er heilig van overtuigd dat ze de komende jaren nog verder kunnen komen met de geïntegreerde benadering. “Wij geloven in het totaalconcept. Het is een optelsom van het juiste klimaat, de juiste biologie, goede techniek, op tijd scouten, de inzet van groene middelen, correctiemiddelen en gezond uitgangsmateriaal. Stiekem zijn we in de loop der jaren behoorlijk teruggegaan in middelengebruik.”


Etiket van Serenade verder uitgebreid

Het etiket van Serenade is dit jaar uitgebreid met een bladtoepassing in de bedekte teelt van bloemisterijgewassen en een grondbehandeling in grondgebonden bloemisterijgewassen. Voor een optimale werking van Serenade zijn de volgende zaken van belang:

Bladtoepassing in bedekte teelt
• Zet Serenade altijd preventief in. Dat betekent: spuiten voordat de schimmel aanwezig is of nadat de schimmels eerst door curatieve middelen zijn bestreden.
• Zorg voor een optimale verdeling van Serenade over het blad. Spuittechniek, waterhoeveelheid en uitvloeier zijn daarvoor uitermate relevant.
• Spuit Serenade altijd in combinatie met een uitvloeier die de spuitvloeistof goed over het blad verdeelt.
• Serenade kan zowel solo als in combinatie met een fungicide worden ingezet. Door chemie in het schema te vervangen door Serenade wordt de milieubelasting van de ziekten- en plagenbestrijding gereduceerd.
• De werkingsduur van Serenade is in snelgroeiende gewassen rond de 7-10 dagen. Serenade is veilig voor nuttige insecten of bestuivers. Grondbehandeling in grondgebonden teelt
• Pas Serenade vlak voor zaaien of planten toe en werk het in de bovenste laag van de bodem. De kolonisatie van de wortels begint al binnen enkele uren.
• Pas Serenade toe vlak voor of bij actieve groei van de wortels. Kolonisatie is onafhankelijk van de bodem of vochtcondities in de bodem. Gekoloniseerde Bacillus spoelt niet af van de wortels. Serenade is gebaseerd op een unieke, van nature in de bodem voorkomende bacteriestam, Bacillus amyloliquefaciens (voorheen subtilis) QST 713. Serenade heeft een brede werking tegen schimmels en bacteriën.
In de bodem zorgt Serenade voor een snelle kolonisatie van de wortels of knollen. Hierdoor beschermt het de wortel tegen diverse grondgebonden schimmels, zoals Pythium, Rhizoctonia. Bacillus amyloliquefaciens QST713 wordt gevoed door de wortelexudaten en groeit met de wortel mee. Zolang de wortels groeien, gaat Serenade door met kolonisatie van de wortels. Een grondtoepassing van Serenade zorgt voor een betere vertakking van de wortel en meer biomassa.

Voortdurend nieuwe opties voor teeltoptimalisatie

Voortdurend nieuwe opties voor teeltoptimalisatie

Optie: eerste betekenis ‘vrije keus’. Optimisme: ‘wijsgerig stelsel dat beweert dat deze wereld, ondanks al haar schijnbare onvolkomenheid, toch zo volmaakt is als zij maar zijn kan’. Optimaliseren: ‘het in de meest gunstige omstandigheden brengen’. Teeltoptimalisatie: ‘het zo breed mogelijk kijken naar en verbeteren van hetgeen allemaal speelt in de moderne tuinbouwkas’.

Drie definities uit de Dikke van Dale, aangevuld met een omschrijving die daar, gezien het toenemende belang en de voortdurende innovatiedrang van de glastuinbouw, eigenlijk een plekje in verdient.

Schotjes verdwijnen

Maar wat zeggen die begrippen uit het woordenboek over onze sector? Feit is dat het aantal opties om tot een verdere optimalisatie te komen voortdurend toeneemt. Nieuwe technieken, maar vooral ook nieuwe inzichten liggen daaraan ten grondslag. De schotjes tussen specifieke aandachtsgebieden verdwijnen stilaan. Teeltoptimalisatie – het thema van de april-editie van vakblad Onder Glas – is inmiddels meer dan de juiste temperatuur en luchtvochtigheid en wel of niet schermen.

Integrale aanpak

De inzet van biologie moet ziekten en plagen onder controle houden; een gezonde teelt in een gezonde kas. Energie, gewasgezondheid, water, het moet allemaal op hetzelfde moment kloppen. Met groeiende aandacht voor de wortel en het wortelmilieu is ook de volgende fase al ingezet. De inspanningen op gebied van veredeling volgen en zullen komende tijd ook beter zichtbaar worden. Alle aspecten verdienen aandacht om tot een optimale en integrale aanpak te komen. Optimaliseren kent immers geen eindstadium, het is het toewerken naar de meest gunstige omstandigheden. Utopia bestaat niet, maar moet wel de stip op de horizon zijn. Hoe goed de atleet ook is, de lat kan altijd weer een stukje hoger.

Uitdagend proces

Moet je een geboren optimist zijn om de stappen naar verdere teeltoptimalisatie te maken, of volstaat realisme, gezond verstand? Het is een uitdagend proces, dat is een feit. Oude gewoontes moeten overboord, nieuwe visies omarmd; eeuwenoude natuurkundige begrippen combineren met de kracht van de biologie en ruim honderd jaar hoogwaardige teeltkennis. Kennis delen is essentiëler dan ooit: geen optie, maar noodzaak.

Roger Abbenhuijs.

Gerelateerd

Website brengt ziekterisico’s internationale handel in beeld

Website brengt ziekterisico’s internationale handel in beeld

Vorige week is de website Fytocompass gelanceerd. Hier wordt informatie bij elkaar gebracht over quarantaineziekten en -plagen die de Nederlandse tuinbouw bedreigen. Belangrijk onderdeel is een risicoanalyse, die bedrijven kunnen invullen. Het is een hulpmiddel om bewust te worden van risico’s en voor te sorteren op eventuele eisen van afnemers.

Internationaal staan er veel ziekten en plagen in de wachtkamer die een ernstige bedreiging voor de sector kunnen vormen. Op het Plantgezondheidsevent in Bleiswijk vorige week gaf de NVWA een overzicht van de belangrijkste bedreigingen.
Im- en export, met name van sierteeltproducten, is een belangrijke introductieroute. Dat maakt Nederland extra kwetsbaar omdat bedrijven veel planten van overal over de wereld importeren en doorvoeren.

Crisisdraaiboek

In december gaat de nieuwe Europese Plantgezondheidsverordening in. Daardoor krijgen heel veel telers te maken met plantenpaspoorten. Sommige gewassen mogen niet meer worden geïmporteerd, omdat ze te risicovol zijn. Daarnaast verandert de regelgeving voor quarantaine-organismen. Sommige ziekten of plagen krijgen prioriteit; er moet een crisisdraaiboek klaarliggen. Voor andere, die minder gevaarlijk zijn, gaan minder strenge regels gelden.
Maar alom is het gevoel dat je het alleen met andere regelgeving niet redt. Veel hangt af van hoe alle partijen hiermee omgaan. Het gaat om alertheid, snel inspringen bij besmettingen om erger te voorkomen en de zorgvuldigheid bij bedrijven om verspreiding te voorkomen. Louter binnen de lijntjes kleuren is soms niet voldoende.

Bedrijfsvoering verbeteren

Fytocompass is een belangrijke invulling van de roep naar meer bewustwording. Het is een initiatief van het tuinbouwbedrijfsleven zelf en mede mogelijk gemaakt door de overheid. Bedrijven die de vragenlijsten invullen, vergroten hun inzicht in de risico’s die ze lopen en kunnen aan de hand daarvan de bedrijfsvoering verbeteren.

Tekst: Tijs Kierkels.

Gerelateerd